Geen wanklank over dhr. Van Ass

Teun de Nooijer hielp Bloemendaal aan een zege. De afgedankte international hoopt alsnog naar ‘Londen’ te gaan. Desnoods als toeschouwer.

Sportredacteur

Bilthoven. Een pass uit de losse pols, het handelsmerk van Teun de Nooijer, krijgen we deze middag in Bilthoven slechts bij vlagen te zien. Bij de eerste twee treffers van Bloemendaal zit hij nota bene op de bank. Het derde doelpunt komt van zijn stick, maar is een simpele intikker. Bij de vierde goal in de wedstrijd tegen SCHC (2-4) is hij slechts zijdelings betrokken.

De recordinternational van Bloemendaal zegt na afloop te hebben genoten op het veld, en wie de twinkeling in zijn ogen ziet kan moeilijk aan zijn positieve gemoed twijfelen. Hij is de enige hockeyer die handtekeningen uitdeelt en staat in de motregen minutenlang de aanwezige pers te woord. Maar harde woorden aan het adres van de bondscoach die hem zo plotseling uit de nationale hockeyselectie verwijderde? Daarvoor is hij toch te veel het type ‘ideale schoonzoon’.

Gepasseerd voor het Nederlands elftal, nog geen half jaar voor de Olympische Spelen in Londen, waar hij de kroon op zijn fraaie interlandcarrière hoopte, nee hoopt te zetten. Want afgeschreven lijkt de 35-jarige aanvoerder van het ‘andere oranje’ zich nog allerminst te voelen. Hij spreekt binnenkort met de bondscoach, Paul van Ass. Een oude afspraak waar we niks achter moeten zoeken, zegt hij.

Cool and collected, zo speelde en sprak hij gisteren op het kunstgras van de Stichtse. De Nooijer, telg uit een kunstenaarsfamilie, heeft nooit een grote mond gehad. Vriendelijke oogopslag, subtiele aanwijzingen, weergaloze dribbels. Nog beter dan Ties Kruize. De beste van de wereld, vonden we vooral in Nederland.

Maar geen speler met wie je de oorlog wint, zo klonk de toenemende kritiek. Toch behaalde De Nooijer een wereldtitel, een Europese titel, Champions Trophy’s en twee keer olympisch goud (in 1996 in Atlanta en in 2000 in Sydney). En nu zou hij opeens bij het grofvuil worden gezet? In de woorden van De Nooijer zelf: „Ik zit er even niet bij.”

Steeds vaker liet hij zijn man lopen – hij was alleen met aanvallen en niet met verdedigen bezig – luidde het argument van de bondscoach om hem uit de selectie te zetten. Tegen het matige SCHC kan de offensieve middenvelder zich deze tekortkoming permitteren. Maar tegen toplanden als Australië en Duitsland is het dodelijk om je directe tegenstander uit het oog te verliezen, klinkt het in hockeyjargon.

Allemaal waar, maar de plaatsvervangers van De Nooijer komen kwalitatief zo veel tekort tegen spelers uit de wereldtop, dat een rentree in de nationale ploeg niet moet worden uitgesloten. En als hij onverhoopt toch niet terugkeert, dan is hij komende zomer in Londen aandachtig toeschouwer. „De Spelen zijn zo dichtbij dat ik gemakkelijk kan gaan kijken”, zegt de man die heel bewust rugnummer 14 draagt, maar veel minder rancuneus is dan zijn voorbeeld uit de voetbalwereld.