Explosies in Brazzaville: 146 doden

Gebouwen zijn weggevaagd door de explosies, die plaats hadden in een dichtbevolkte wijk van de hoofdstad van Congo-Brazzaville. ‘Alsof er een tsunami is langsgekomen.’

Bij een serie explosies in een wapendepot in de hoofdstad van Congo-Brazzaville zijn gisteren zeker 146 doden en 1.500 gewonden gevallen. Dat hebben regeringsfunctionarissen gezegd. De explosies zouden zijn veroorzaakt door een brand die het gevolg was van kortsluiting.

Volgens persbureau AP zijn er zeker 206 doden gevallen en zitten veel slachtoffers nog vast in de ruïnes van ingestorte gebouwen. De vrees is dan ook dat het dodental op zal lopen. Reddingswerkers zochten vanochtend verder naar overlevenden.

Inwoners ontvluchtten gisteren in paniek de dichtbevolkte wijk Mpila waar de kazerne met het wapendepot was gelegen. Twee nabijgelegen kerken, die volgepakt waren met gelovigen, zijn ingestort. Huizen en andere gebouwen zijn weggevaagd door de kracht van de explosies. „Het lijkt wel alsof er hier een tsunami is langsgekomen”, zei een inwoner.

Op het moment van de explosies waren in de kazerne volgens ooggetuigen tweehonderd rekruten aanwezig. De regering heeft besloten alle kazernes in Brazzaville te verplaatsen naar plekken buiten de stad.

Tientallen lichamen werden het belangrijkste ziekenhuis van de stad binnengebracht. Velen hadden ernstige brandwonden of misten lichaamsdelen. „Ik zag iemand het ziekenhuis binnengedragen worden, terwijl zijn ingewanden eruit hingen”, zei een ooggetuige. „Hij was geraakt door een granaatscherf.”

Er waren vanochtend nog enkele kleine explosies in Mpila. De politie heeft de wijk afgezet. De belangrijkste brand is volgens de regering onder controle, maar een aantal gebouwen staan nog steeds in lichterlaaie. De brandweer was vanochtend bezig om de laatste branden te blussen.

De schokgolven van de explosies hebben ruiten doen sneuvelen in een omtrek van vijf kilometer, waaronder in de Congolese hoofdstad Kinshasa, die van Brazzaville wordt gescheiden door de Congo-rivier.

President Denis Sassou-Nguesso bracht gisteren een bezoek aan twee ziekenhuizen en een mortuarium, waar gewonden werden binnengebracht. Een van hen was een vierjarig jongetje, dat zijn been was verloren. De president was zichtbaar aangeslagen en in een verklaring op televisie zei hij: „We proberen onszelf te organiseren. Ik vraag de bevolking om moed en solidariteit te tonen.”

De Congolese minister van Defensie ontkende gisteren na de explosies geruchten over een coup of muiterij in het leger. Dit zegt veel over de voormalige Franse kolonie Congo-Brazzaville, die een lange historie van staatsgrepen heeft. De laatste vermeende poging dateert uit 2005.

Ook de huidige president Denis Sassou-Nguesso kwam in 1979 aan de macht door een militaire staatsgreep. Hij regeerde tot 1992 en greep in 1997 na een burgeroorlog opnieuw de macht. Tijdens de burgeroorlog werd er door de milities, ook die van Sassou-Nguesso, op grote schaal geplunderd en verkracht.

Inmiddels heerst er in Congo-Brazzaville weer relatieve vrede. Het land is een van de belangrijkste olieproducenten van sub-Sahara Afrika, maar 70 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. (AP, AFP, Reuters, BBC)