En een app tegen fraude

Vladimir Poetins grootste vijand is van plastic en elektronica. Het web heeft Rusland ingrijpend veranderd.

Chris Hensen

Redacteur Oost-Europa

Bij de Russische presidentsverkiezingen van zondag was de grootste ‘vijand’ van Vladimir Poetin niet van vlees en bloed maar van plastic en elektronica – een display, een chip, een processor, een batterij en waarschijnlijk een hoop koperdraadjes en weerstandjes. Een van de beste programmeurs van Rusland, Aleksej Tsjitsjakov, bekend om zijn ‘computergedreven’ activisme, had speciaal voor de verkiezingen een app ontwikkeld waarmee de Russische kiezer realtime aangifte kon doen van frauderende stemlokaalvoorzitters, spookstemmen, intimidatie door geheim agenten en wat dies meer zij.

Binnen enkele uren stroomde het meldpunt vol filmpjes en foto’s van smartphone-minnende Russen – en dat zijn er nogal wat tegenwoordig – die hun bijdrage wilden leveren aan de democratische ontwikkeling van hun land. De actie ging al snel viral: op blogs en sociale netwerksites ging het nergens anders over. Ook maandagochtend was het trending topic.

Zulke harde bewijzen van fraude zullen Poetin er allicht niet van weerhouden om voor de derde keer geïnaugureerd te worden als de machtigste man van Rusland. Toch vormt de grote digitale resonantie een onheilsbode voor Poetin 2.0. Het toont hoe radicaal zijn land is veranderd sinds hij het vier jaar geleden achterliet, toen hij het stokje tijdelijk overdroeg aan zijn protegé Medvedev.

In zijn afwezigheid is in wezen een parallelle samenleving ontstaan, een digitale – misschien wel met dank aan die protegé, die een passie voor iPads had en er lustig op los twitterde. Poetin lijkt aan die wereld zijn handen vol te gaan krijgen. De eerste signalen zijn er al: de massale protesten na de eveneens frauduleus verlopen parlementsverkiezingen van 4 december. Internet was weliswaar niet de reden waarom mensen de straat op gingen, maar het was wél een belangrijke katalysator.

Ook in Rusland is de virtuele wereld volwassen geworden. Aan het begin van Poetins eerste termijn, in 2000, was internet niet wijdverbreid. Tegenwoordig zijn er ruim 52,9 miljoen Russen online – 40 procent van de bevolking.

En ze zijn megafanatiek. Russen spenderen meer tijd op sociale netwerksites dan elke andere West-Europeaan. Andere netwerkwebsites, zoals VKontakte, de Russische variant van Facebook, en het blogplatform LiveJournal zijn razend populair. Het aantal gebruikers van dat laatste platform is sinds 2007 van 1,3 miljoen naar 5,8 miljoen gegroeid.

Steeds meer Russen, van allerlei slag maar vaak wel jong en redelijk opgeleid, gebruiken het internet als bron voor objectief nieuws, nu ook de laatste vrije televisie-, radio-, en krantenmedia worden gekneveld. Volgens een recente peiling van het Russische onderzoekinstituut Levada gebruikt 44 procent van de Russen internet als voornaamste nieuwsbron. „De status quo blijft nog dat de publieke opinie wordt gevormd door de [staats]tv”, zei online activist Ilja Jasjin vorige week. „Maar het internet wint snel aan invloed”.

Het internet is, bij gebrek aan andere kanalen, het belangrijkste medium geworden waarlangs Russen kritiek uiten op het regime. Uiteraard zit daar vreselijk veel grove onderbuikkritiek bij (GeenStijl is er niets bij), waardoor de virtuele samenleving een beerput lijkt. Maar er zijn ook steeds meer blogs waar activisten bijvoorbeeld corruptieschandalen onthullen. De website van Aleksej Navalny, rospil.ru, is daar de bekendste van. En sinds vorig jaar herfst is ook de website ridus.ru aan de weg aan het timmeren. Daar kunnen burgers zelf artikelen publiceren. Het is een van de weinige websites die verslag doen van de protesten van afgelopen weken.

Met wat goede wil kun je er de kiem van een civil society zien. Of minder hoogdravend: de moderne variant van het keukentafelgesprek dat tijdens de Sovjettijd het voornaamste verzetsmiddel van dissidenten was.

Poetin is vooralsnog out of touch met de virtuele wereld. Zijn campagneadviseur zei recentelijk nog dat zijn baas het internet als een „grote stortplaats” ziet, een plek die „voor de helft gevuld is met porno”.

Enkele weken geleden deed Poetin niettemin zijn eerste voorzichtige schreden op internet, met de opening van een campagnesite. Maar hij kwam er bekaaid vanaf. Op de plek waar kiezers beleidsuggesties konden indienen, stond het binnen de kortste keren vol met verzoeken of hij wilde ophoepelen. Zijn ambtenaren hadden de regiefout pas een paar uur later door en konden die slechts met moeite herstellen.

In tegenstelling tot China heeft Poetin het internet niet vanaf het begin op slot gezet. Hij was ervan overtuigd dat je verkiezingen kunt winnen en macht kunt consolideren met de televisie. De hoeksteen van zijn carrière is altijd de totale controle over de televisiezenders geweest. Internet deed er niet toe.

Maar Poetin zou daarmee weleens een fatale inschattingsfout kunnen hebben gemaakt. Nu de geest uit de fles is, is die moeilijk terug te stoppen. Pogingen om het internet te reguleren, wezen daar al op: toen VKontakte openbaar maakte dat het van het Kremlin bepaalde activistische online groepen moest afsluiten, leidde dat in heel online Rusland tot grote verontwaardiging. De reuring was groot dat de Russische inlichtingendienst FSB in het openbaar haar excuses aanbood.

De krant Kommersant schreef onlangs dan ook dat de Russen „Poetin nog wel horen, maar steeds minder naar hem luisteren”. En in Moskou wordt al gefluisterd dat hij nog eens twaalf jaar president (hij mag zich na deze derde termijn nog één keer verkiesbaar stellen) waarschijnlijk niet zal halen. Terwijl iedereen daar een jaar geleden nog van overtuigd was. Zo bezien zou het helemaal niet vreemd zijn als VKontakte, LiveJournal, Twitter en Facebook ooit nog eens tot staatsvijand nummer één worden verklaard.