En als de Republikeinen het na dinsdag nóg niet weten...

Jackie Gingrich Cushman heeft een druk weekend achter de rug. Ze gaf een toespraak op een universiteit in Cleveland, Tennessee, ging handjes schudden bij een wapenshow en kletste met kiezers in een lokale feestzaal. Overal sprak ze over de man die de Republikeinen volgens Jackie het beste kan vertegenwoordigen bij de presidentsverkiezingen in november: haar vader, Newt Gingrich.

Dinsdag is het Super Tuesday, de drukste dag van de Republikeinse voorverkiezingen. Tien staten gaan naar de stembus. De vier Republikeinse kandidaten kunnen niet overal tegelijk aanwezig zijn, dus sturen ze hun kinderen op campagne. Mitt Romney stuurde zijn zoon Josh naar Alaska. Ronnie Paul, oudste zoon van Ron Paul, vliegt naar Hawaï, waar kort na Super Tuesday wordt gestemd.

De vaders concentreren zich intussen op de felst bevochten staten van Super Tuesday. De Republikeinse stem blijkt versplinterd en opeens is niet alleen belangrijk wie in grote lijn de meeste aantrekkingskracht op kiezers heeft, maar ook het precieze aantal afgevaardigden. Voor de nominatie zijn 1.144 afgevaardigden nodig. Dinsdag worden er 410 vergeven, bijna 18 procent.

Ohio belooft het belangrijkste slagveld te worden. Na Georgia (een thuiswedstrijd voor Gingrich) heeft deze staat de meeste afgevaardigden en Mitt Romney en Rick Santorum – na twee maanden voorverkiezingen de sterkste kandidaten – gaan nek-aan-nek. Andere spannende races: Idaho, Oklahoma en Tennessee.

Op Super Tuesday moet de kandidaat niet alleen genoeg afgevaardigden achter zich krijgen, maar ook aantonen in demografisch en sociaal-cultureel verschillende staten te kunnen winnen. Dat is een voorwaarde om kans te maken in de presidentsverkiezingen. Maar dit jaar zijn de kiezers wel erg verdeeld, en wispelturig bovendien. Telkens bezorgen ze een andere kandidaat een populariteitspiek.

De uitslag was allang duidelijk geweest als de Republikeinen strategisch zouden kiezen: Romney is het meest kansrijk tegen Obama. Maar het gaat velen om ideologische zuiverheid, niet om verkiesbaarheid, schrijft correspondent Guus Valk in deze bijlage.

De partij dreigt zich te marginaliseren in de zoektocht naar de zuiver-op-de-graat-kandidaat. De correspondent volgt deze beweging terug naar 1964, het jaar dat pragmatisme in het Republikeinse vocabulaire een zonde werd in plaats van een deugd. Super Tuesday is dit jaar ook een meetmoment voor de kracht van deze ideologische onderstroom in de toekomst.

In Rusland – waar Poetin zondag opnieuw werd gekozen – speelt intussen ook meer dan de uitslag alleen. Chris Hensen schrijft over de ‘digitale Rus’, die zijn onvrede online uit, ongrijpbaar voor het Kremlin. De beweging was gisteren nog te pril, maar lijkt levenskrachtig.

Nog meer toekomst: de Franse verkiezingen. Marine Le Pen zal ze in mei (nog) niet winnen, maar heeft grote plannen. Op de volgende pagina vertelt zij erover. Eén horde heeft zij al genomen: het Front National salonfähig maken. Meer Fransen vinden haar patriottisch dan racistisch. En Le Pen, 43 jaar, heeft de tijd.