Een zwartboek van onze beschaving

Joost Vandecasteele walgt van romans vol navelstaren.

Hij slaat terug met de bejubelde roman Massa over de financiële crisis en het einde van Europa.

Schrijver

Aan het einde van het interview zit het opnameapparaat vol met spuugspetters. Niet dat de Vlaamse schrijver en stand-upcomedian Joost Vandecasteele (1979) de gewoonte heeft om met consumptie te praten. Maar het is een man die zich opwindt over vragen die door velen slechts met schouderophalen worden beantwoord.

Hoe is het om jong te zijn in een totaal gedateerd continent zoals Europa? Hoe kun je de economie beïnvloeden als het niet langer gaat om tastbare goederen maar om ongrijpbare grootheden? Hoe de dag doorkomen als je vriendschap, liefde en familie als verouderde prothesen beschouwt?

Het zijn vragen die Margot voortdrijven, de jonge heldin in Vandecasteeles roman Massa. Haar werk bestaat erin bedrijfsinformatie zo te herschrijven dat er een nieuwe economische realiteit ontstaat; ze is de spindoctor van het grootkapitaal. Zo houdt ze zich staande tijdens haar reizen tussen Singapore, Los Angels en Brussel. Haar wereld is een neoliberaal marktplein vol huurmoordenaars, luxehotels, opstanden en Occupyers.

Massa houdt het midden tussen een ideeënroman en een financiële thriller en leest als een zwartboek van onze beschaving. De Vlaamse pers was over de hele linie laaiend enthousiast. Nu Nederland nog. Al is er met dit land ook het nodig mis, aldus de Brusselaar.

Het is bijna absurd om het belang van fictie aan te kaarten als heel het systeem in stand wordt gehouden door fictie, verklaarde je ooit. Daarom schreef je een roman over de huidige crisis. Waarom geen essay of pamflet?

„Tachtig procent van dit boek is gebaseerd op feiten. De rest: overdrijvingen en hypothesen. Sommige dingen kun je pas vatten als je de fictieve kant opgaat. De financiële schemerzone die ik beschrijf is alleen maar voor insiders toegankelijk, maar heeft een gigantische impact op ons bestaan. Het is bijna onmogelijk om het precies te snappen. Daarom kan ik alleen maar zo goed mogelijk verzinnen wat er volgens mij aan het gebeuren is. Ik wil mijn versie van de waarheid maken zodat ik de waarheid kan begrijpen.

„Bovendien is economie grotendeels fictie. Aandelen stijgen of dalen door geruchten en roddels. Ratingbureaus hebben een gigantische invloed, terwijl die natuurlijk ook voor hun eigen bollenwinkel spreken.”

In je roman beschrijf je een firma die achter de schermen financiële scenario’s uit de eigen duim zuigt. Ben je een complotdenker?

„Nee, ik geloof bijvoorbeeld niet dat een oliebedrijf een oorlog bestelt om winst te maken. Daar is onze wereld te complex voor, dat is ook het mooie eraan. Maar journalisten van The Wall Street Journal bij wie ik mijn verhaal gecheckt heb, zeggen dat ik er niet ver van af zit met mijn verhaal.

„Op ieder terrein zitten er experts die op het randje van het legale opereren. Ik beschouw ze als financiële Blackwater-huurlingen. Cijfers en rapporten worden opgesmukt, dat is een feit. Ik beschrijf in mijn boek het waargebeurde voorval over hoe een kortverhaal over een failliete Franse bank opgepikt werd door een Engelse krant. Dat zorgde ervoor dat de koers van die bank ook daadwerkelijk kelderde.

„Er zijn nu bedrijven die internetinformatie zo kunnen manipuleren dat je je beter kunt profileren op het web. Dan is het niet verwonderlijk dat die soms een stapje verder gaan om iemand volledig weg te halen van het net, zodat het lijkt alsof die persoon nooit bestaan heeft.’

Je hoofdpersonage Margot kan alleen functioneren binnen haar werk. Vriendschap, liefde: het werkt niet voor haar.

„Als je ergens heel goed in bent, dan moet je er van uitgaan dat je in iets anders niet goed bent. Bij Margot zijn dat relaties. Maar moet ze daarvoor haar ambitie laten varen? Als je wilt excelleren in iets, vereist dat toewijding.

„Wetenschappers of kunstenaars sluiten zich op om te kunnen scherpstellen op één detail. De schilder Lucian Freud heeft veertig jaar in zijn atelier gezeten en vierde Kerstmis en Oud en Nieuw door gewoon te schilderen. Ook financiële kunstenaars sluiten zich op. Wanneer je eenmaal begrepen hebt wat je biotoop is, dan is de rest van de wereld maar vreemd. Als jij thuis bent in World of Warcraft, dan zijn menselijke relaties veel moeilijker voor je.

„Ik beschouw Margot’s werk als een metafoor voor het schrijven zelf. Ze verzint dingen en daardoor verandert de wereld. Dat is natuurlijk de utopie van elke schrijver.’

Toch straf je als schrijver deze huurlingen niet af. Aan het einde van het boek staat het systeem nog overeind.

„Als zij er niet meer zouden zijn, zou alles in elkaar storten. We hebben nu eenmaal het neoliberale systeem aanvaard. We kunnen niet meer terug. Er zijn ontzettend veel maatregelen en hervormingen nodig maar wij, en zeker de mensen die aan de top zitten, ervaren dit systeem als het enige alternatief voor chaos. De baas van Margot wil daarom ook Europa redden.”

Heeft een Europa nog wel toekomst anders dan als charmant museum voor Chinezen?

„Ik geloof niet in traditie. We kunnen niet meer prat gaan op onze geschiedenis. Ik geloof wel in de ongelooflijke creativiteit en drang naar innovatie die hier nog aanwezig is. Wat kindarbeiders ergens ver weg in elkaar steken, wordt in overwegende mate nog altijd hier bedacht.”

Vind je iets van die veranderende rol terug in de literatuur?

„Weinig. Veel schrijvers zitten nog vast in een bepaalde traditie. Vooral de Nederlandse. Die bestuderen heel graag hun eigen navel. Ons landje, ons dorpje, onze sekte. De romans spelen zich af in de grachtengordel of in een dorp waarin iemand zelfmoord heeft gepleegd en de rest te veel drinkt.”

Laatst trok je in De Standaard van leer tegen de Nederlandse cultuur. Waarom?

„Omdat het, op een paar uitzonderingen na, een ruïne is geworden. Nederland heeft zichzelf geforceerd in het model van een gidsland, terwijl het eigenlijk een conservatief volk is. Dat zorgt ervoor dat mensen het idee hebben dat ze iets moeten tolereren terwijl ze het niet willen tolereren. Er is vreemde discrepantie tussen de zeggen-wat-je-denkt-mentaliteit en de enorme politieke correctheid. Extreem-rechtse stemmen springen in dat gat.

„Wat ik Nederlandse cultuursector verwijt, is dat ze mak blijven met het excuus ‘we zitten met een rechtse regering.’ De onzettende luiheid ervan! Jullie zijn de culturele sector, als jullie weigeren progressief zijn, wie is het dan nog wel? Entertainment heeft de theaters overgenomen. Ik speel in zalen waar de volgende dag een musical is. Programmeurs komen niet eens kijken. Veelzeggend vind ik dat het zelfs kleinste culturele centrum in Vlaanderen een mission statement in zijn brochure zet. In Nederland vind je dat nergens. Er staat alleen maar: ‘Dit is leuk, dit was op tv’. Verder komen ze niet meer.”

Joost Vandecasteele: Massa De Bezige Bij, 304 blz. € 19,95