De film Festen verbleekt bij deze gestoorde thriller

Håkan Nesser: De man zonder hond. Vertaald door Ydelet Westra. De Geus, 576 blz. € 15,-****

Håkan Nesser was altijd al een idiosyncratische thrillerschrijver, maar tijdens het lezen van de eerste paar honderd bladzijden in het eerste deel van de reeks boeken over Nessers nieuwe held inspecteur Barbarotti vraag je je af of hij misschien gek is geworden. De man zonder hond is een goed en heel vreemd boek. De hypnotiserende stream of consciousness die op de eerste bladzijde begint en uitmondt in een kolkende fjord waarin emoties en moord rondtollen, bevat de wrange maar hilarische gedachten en gevoelens van de leden van een buitenissig doorsneegezin dat op het punt staat zichzelf tijdens een krampachtig familiefeest te verliezen aan dood en wanhoop. De bevreemding die de gezinsleden bevangt omtrent hun eigen oncontroleerbare gedachten (‘Ik zal tot het einde der tijden als een krimpende stofvlok blijven leven’, ‘Hij is ondoorgrondelijk als een kat die naar teletekst zit te kijken’) en de diepe pijnlijkheid van de sociale verhoudingen doen de film Festen verbleken.

Vader en moeder Rosemarie en Karl-Erik Hermansson geven een verjaardagsfeest dat tegelijk een afscheid is: de ouders gaan met vervroegd pensioen en staan op het punt om naar de Spaanse bejaardenkust te emigreren vanwege de nationale rel rond hun zoon ‘Robert de Rukker’. Die is zo gedoopt door de boulevardpers nadat hij het nodig vond om ten overstaan van de hele Zweedse natie te masturberen in een realityshow. Het feest is voor iedereen een sociale nachtmerrie, reeds lang voordat Robert, die ook te gast is en zijn gênante gedrag graag bespreekbaar zou maken, spoorloos verdwijnt.

Nesser benut zijn droogkomische talent ten volle, schrijft vrij en wordt niet gehinderd door de zenuwen die gepast zouden zijn bij de start van een nieuwe reeks. Gunnar Barbarotti, een Zweeds-Italiaanse politieman die de verdwijning van Robert onderzoekt, is een baken van rust en redelijkheid te midden van de maalstroom van gestoordheid in de hoofden van de familie Hermansson.

Het verlies en de wanhoop die zich in de loop van De man zonder hond oppotten in hun schedels zoeken een uitweg, maar vinden die nauwelijks. Nesser is heel goed in het beschrijven van hun innerlijk leed. ‘Hoe moet ik dit volhouden?’ vragen alle hoofdpersonen zich vaak af. Barbarotti probeert ze te helpen, maar is pas laat bij machte om de diepte van deze waanzin te peilen. Iedereen is in dit bijzondere boek radeloos verstrikt in zichzelf en spreekt met verstikte stem: ‘Het was de bedoeling dat het opgewekt en welwillend zou klinken, maar het geluid dat uit zijn keel kwam deed eerder denken aan een heel klein beestje dat in een grasmaaier terecht was gekomen.’