Brieven

Uitgeverij Elsevier dringt geen dure tijdschriften op

Naar aanleiding van de ‘affaire-Elsevier’ wordt op de voorpagina (29 februari) weer eens het beeld opgeroepen dat wetenschappelijk uitgevers – het gaat bepaald niet alleen om Elsevier – de universiteitsbibliotheken dwingen dure titels af te nemen die ze helemaal niet nodig hebben.

Wat er echt aan de hand is, is het volgende. In de jaren negentig hadden alle universiteiten abonnementen op een beperkt aantal gedrukte tijdschriften. De toenmalige prijsstijgingen bedroegen vaak meer dan 10 procent per jaar. Naar aanleiding hiervan sneden universiteiten steeds dieper in hun abonnementenportefeuille. Dit was de zogenoemde journals crisis. Tegen het einde van dat decennium is dit probleem opgelost. Universiteiten sloten gezamenlijk overeenkomsten met wetenschappelijk uitgevers. Deze gaven universiteiten elektronisch toegang tot vrijwel alle tijdschriften van zo’n uitgever, voor ongeveer dezelfde prijs die zij eerst betaalden voor enkele honderden gedrukte tijdschriften.

De extra tijdschriften die zo ter beschikking kwamen, worden goed gebruikt en vertegenwoordigen soms wel de helft van het totale gebruik. Vanzelfsprekend zitten in elk pakket ook legio titels die niet of nauwelijks worden gebruikt.

Nol Verhagen

Directeur van de Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam

Verhoging van btw is geen bezuinigingsmaatregel

Politici noemen steevast verhoging van het btw-tarief als mogelijke bezuinigingsmaatregel. Zo’n btw-verhoging lijkt mij evenwel geen bezuiniging, maar een inkomstenverruiming voor de overheid. Misschien is het een sponsoring van de overheid door de belastingbetaler of een inkrimping van het bestedingsbedrag van de consument, maar het is geenszins een bezuiniging bij de overheid. Het is alsof een bedrijf zijn tarieven verhoogt en vervolgens trots stelt dat het goedkoper heeft geproduceerd.

K. Maan

Amsterdam

Korten op ontwikkeling schaadt ook onze economie

Volgens Marcia Luyten (Opinie & Debat, 3 maart) is goede ontwikkelingshulp nuttig en noodzakelijk. Het moet niet gaan over hoeveel hulp we geven, maar over hervorming van de ontwikkelingssamenwerking. Ik ben het hartgrondig met haar eens. Helaas willen partijen als de PVV ontwikkelingssamenwerking in de uitverkoop zetten. Hierdoor staan ook de hervormingen op het spel.

Maar liefst een op de zeven mensen leeft in extreme armoede. Het afgelopen jaar is al één miljard euro bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking – de grootste bezuiniging van alle ministeries. Van elke 100 euro besteden we 99 euro en 30 cent aan Nederlands publieke welzijn en private welvaart. We moeten de crisis door kunnen zonder te snijden in de 70 cent die we uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking.

Wie nog verder op de allerarmsten bezuinigt, schaadt niet alleen hun toekomst, maar ook die van Nederland. Onze welvaart is afhankelijk van economische ontwikkeling elders. Omgekeerd dragen armoede en onrecht bij aan conflicten en instabiliteit. Verder bezuinigen tast onze reputatie in het buitenland aan en kost belangrijke internationale posities. De conservatieve regering in Engeland ziet dat overigens ook zo – die voert de investeringen in ontwikkelingssamenwerking juist fors op.

Ook Nederlandse ontwikkelingsorganisaties hervormen op alle fronten. Je krijgt immers wat je geeft.

Alexander Kohnstamm

Directeur van de vereniging Partos