Brieven

Vestiadirecteur moet vertrekpremie inleveren

Ik woon in een pand van de noodlijdende woningcorporatie Vestia. Voor een slordige 700 euro per maand heb ik een leuke doch kleine driekamerwoning tot mijn beschikking in een nette buitenwijk van Rotterdam. Nog wel, want de woningcorporatie wil de huurprijs voor nieuwe huurders met 9 tot 20 procent gaan verhogen. Alle huurders die meer dan 43.000 euro verdienen gaan vijf procent meer betalen. En dat terwijl de vertrekkende directeur Erik Staal, uiteraard zonder morren, 3,5 miljoen meekrijgt.

Diverse keren ontvingen de Vestia-huurders de afgelopen weken een ‘mooiweermail’. Een citaat: „Volgens de berichtgeving zou Vestia miljarden euro’s hebben verloren en aan de rand van een faillissement staan. Dit beeld klopt niet. Door de huidige lage rente vragen de banken waar Vestia leningen heeft meer onderpand dan was voorzien. Vestia kan hier niet alleen aan voldoen. Anderen staan hier nu garant voor. Het geld is niet verloren, maar staat tijdelijk als onderpand bij de bank. Vestia heeft op het ogenblik wel voldoende geld om aan haar normale financiële verplichtingen te voldoen.”

Deze uitspraak dateert van 3 februari jongstleden. Toen was nog niet bekend dat Staal 3,5 miljoen zou meenemen. Volgens Vestia is het geld niet verloren gegaan, maar is een verhoging van de huur onvermijdelijk. Wat rechtvaardigt deze beslissing? Hoeveel procent lager zal de huurverhoging uitpakken als Staal zijn bonus weer inlevert bij zijn ex-werkgever? Dat zou een mooie daad zijn. Al is het alleen maar als symbolische verontschuldiging voor de gemaakte fouten. Als blijk van medeleven met de huurders; de kwetsbare massa voor wie alleen een Staatslot uitzicht biedt op 3,5 miljoen.

Kenneth Steffers

Huurder bij Vestia Stadswonen Rotterdam

Zo zit de SP niet in elkaar

Ik ben voormalig fractiemedewerker van de SP en ex-SP’er en herken me niet of slechts zeer ten dele in de kritiek van Elma Verhey en Sjaak van der Velden op de SP (‘Buigen voor de partijleiding’, Opinie, 29 februari).

De SP zou „dictatoriaal” worden geleid. Maar van alle ‘linkse’ partijen bestaat alleen bij GroenLinks een onafhankelijk stemrecht op het congres voor elk partijlid.

Waar ik mij echt aan stoor, is het neerzetten van Jan Marijnissen als een „rouwdouwende, hufterige betweter” die neerkijkt op SP’ers. Ik heb Marijnissen gekend als kortaf en soms kwetsend, maar zeer bewogen door zijn idealen en met een scherp oog voor mensen die het moeilijk hebben in de samenleving.

Ook de afdrachtregeling zie ik als een kroonjuweel van de SP. SP’ers kiezen er zelf voor op deze basis actief te worden. Het vormt een rem op de instroom van mensen die in de eerste plaats voor zichzelf gaan.

De „stalinistisch-maoïstische kaders” zijn een ridiculisering van de werkelijkheid. De SP waar ik voor werkte, zat zo niet in elkaar.

Joan van der Lingen

Ex-SP’er, Rotterdam