Breaking Bad

Tv-series hebben iets verslavends, daarom worden ze ook gemaakt. Om complete verslaving te voorkomen, is het raadzaam je te beperken tot één serie per seizoen. Zo stelde ik mezelf dit seizoen op rantsoen met de Amerikaanse serie Breaking Bad, uitgezonden op de late zondagavond door de VPRO.

Zo’n serie moet de kans krijgen te rijpen in je bewustzijn. Zijn de hoofdpersonages geloofwaardig, worden ze goed gespeeld, blijven de verhaallijnen interessant? Na zo’n vier, vijf afleveringen weet je dat meestal wel.

Breaking Bad, gemaakt door Vince Gilligan, wordt door tv-critici wel vergeleken met The Sopranos, zo ongeveer het hoogtepunt op het gebied van serieel tv-drama. Die vergelijking was voor mij dan ook een van de redenen om te kijken; van The Sopranos, dat draaide om het leven van maffiabaas Tony Soprano, sloeg ik nooit een aflevering over.

Ik vrees dat Breaking Bad voor mij het niveau van The Sopranos niet helemaal zal halen. Na vijftien afleveringen gezien te hebben, aarzel ik nog steeds of ik ermee moet doorgaan. Geen goed teken, al moet ik er meteen aan toevoegen dat ik om mij heen nog altijd veel enthousiasme voor de serie proef. Op internet beweren insiders dat hij elk seizoen beter wordt. Dat belooft wat, want ze zijn in Amerika al met de opnamen van het vijfde en laatste seizoen bezig.

Het uitgangspunt van Breaking Bad is fascinerend: het dubbelleven van een onopvallende scheikundelaar in de provincie. (De serie speelt in Albuquerque, New Mexico.) Walter White heeft longkanker – hij zou nog maar twee jaar te leven hebben – en zijn ziekenhuisrekeningen lopen dramatisch op. Om zijn gezin (vrouw, gehandicapte zoon) financiële zekerheid te geven, besluit hij een stapje richting misdaad te zetten. Samen met een oud-leerling gaat hij eigenhandig methamfetamine, een gevaarlijke chemische harddrug, bereiden.

Daarmee wordt ook de titel van de serie verklaard. Breaking Bad is slang uit het zuidwesten van de Verenigde Staten voor het uitdagen van de macht, het zoeken en overschrijden van de grenzen van de wet. Over de schreef, zou je de serie in het Nederlands kunnen noemen. White is er op den duur bijna de hele dag mee bezig. De misdaad overwoekert zijn bestaan. Hij merkt dat hij niet kan volstaan met zijn rol als laborant die alleen de ‘meth’ kookt. Het spul moet ook verkocht, hij heeft dealers nodig en alleen al met die keus daalt hij af in de krochten van de zware misdaad. De leraar wordt zelf een gangster.

Zijn vrouw denkt dat er een minnares in het spel is, maar in werkelijkheid is White voortdurend bezig zich alibi’s te verschaffen om in de misdaad overeind te blijven. De ‘huiselijke’ kant van de serie, waarin White de doorsnee leraar en huisvader probeert uit te hangen, vind ik nog steeds boeiend. Maar helaas gaan de inkijkjes in de wereld van de harddrugs steeds meer overheersen – iets wat ik al zo vaak in andere films gezien heb.

Bovendien domineert in die scènes meestal Jesse, de leerling van White, een irritante jongen met een schelle stem die altijd schreeuwt. Liever zie ik de tobbende White, voortreffelijk vertolkt door Bryan Cranston, net als James Gandolfini die Tony Soprano speelde, zo’n acteur die volledig samenvalt met zijn rol en van wie je amper meer zult horen als de serie beëindigd is.

Eigenlijk resten er nu nog twee vragen. Hoe zal White zijn einde halen? En zal ik dat einde ook halen?