Wij jongeren geloven niet in ons eigen gelijk

De jongere van nu zal het slechter hebben dan zijn ouders. Toch is de jeugd nauwelijks politiek betrokken. ‘Anders zijn’ is voor mijn generatie zo belangrijk dat we niet in staat zijn om ons te verenigen, zegt Joris Jansen.

Wij jongeren worden het hardst door de crisis getroffen. „Jongeren verliezen als eersten hun baan als het slecht gaat met de economie” staat in NRC Handelsblad van 29 december. In het artikel wordt uitgelegd dat studenten door de versobering steeds meer schulden moeten maken. Inmiddels kunnen 50.000 jongeren hun zorgverzekering niet meer betalen. Ook op het gebied van pensioenen moeten jongeren inleveren ten opzichte van oudere generaties. Volgens een analyse van de Jonge Democraten hoeft een 25-jarige nog maar te rekenen op een pensioen van 53 procent van het laatst verdiende loon, terwijl een 65-jarige kan rekenen op 85 procent.

Hoewel jongeren structureel benadeeld worden, leidt dit niet tot meer politieke participatie. Wij zijn het middelpunt geworden van ons eigen leven met daarin weinig ruimte voor politieke samenwerking. Oudere generaties gaan vaker naar de stembus en bekleden meer publieke functies. De vakbonden, die de belangen van alle werknemers moeten behartigen, hebben vooral oude leden. De politieke participatie legt deze generatie geen windeieren. Nog even en dan staat Nederland vol met caravans en vakantiehuisjes van de miljoenen ouderen die ons land in de nabije toekomst telt.

Het gebrek aan politieke participatie onder de jeugd komt niet voort uit onverschilligheid. Maar door de toegenomen individualisering lukt het jongeren niet om idealen te verenigen. Individualisering is mede een gevolg van de toegenomen welvaart en de democratiseringsgolf in de jaren zestig. De naoorlogse generatie was de motor van die golf. Zij bezette het maagdenhuis en eiste inspraak op alle niveaus. De Provo’s en Dolle Mina’s bundelden hun krachten om hun idealen te verwezenlijken. Het zijn eigenschappen waarover ouderen vandaag nog steeds beschikken.

Paradoxaal is dat de vrijheid die in de jaren zestig is bevochten die politieke participatie voor ons juist zo lastig maakt. Want met het ontstaan van meer individuele vrijheid en de opkomende welvaart is een klimaat ontstaan waarin je afkomst ontwikkeling niet langer in de weg mag staan. Wij zijn daarmee verantwoordelijk geworden voor ons succes, maar tegelijkertijd voor ons falen.

En terwijl die verantwoordelijkheidalleen maar toeneemt, is er aan de andere kant een afbraak gaande van instituties die hierin vroeger leidend waren. Niet langer trekt men op scholen, sportverenigingen en in de kerk met de zelfde mensen op. Om nu iemand te zijn, moeten jongeren zich voortdurend door hun eigen keuzes onderscheiden.

Deze manier van samenleven maakt verenigen op politiek niveau lastig. In weinig andere samenwerkingsverbanden is concessies doen ten aanzien van je eigen opvattingen zo een belangrijke voorwaarde voor succes als in de politiek. En dat is nu juist iets wat tegen de natuur van moderne jongeren indruist. Ons ‘zijn’ is als nooit tevoren afhankelijk van onze onderscheidende opvattingen. Een consensus bereiken door het doen van concessies, is afbreuk doen aan jezelf.

Behalve het vermogen om idealen te verenigen, missen jongeren het vermogen om ergens in te geloven. We zijn opgevoed met het idee dat er geen universele waarheid bestaat. Maar daarmee relativeren wij ook de waarde van ons eigen gelijk. Hierdoor staan wij achter als we een politieke confrontatie aangaan: de ander heeft ook altijd een punt. De collectieve arrogantie waarmee de 50PLUS partij haar eigen belangen behartigt, daar kunnen wij veel van leren.

De Occupybeweging zegt politiek te willen mijden, maar ze komt tot dusver nog niet met een overtuigend alternatief. De gebrekkige politieke participatie van jongeren is dan ook geen onderdeel van een strategisch plan, maar komt voort uit het onvermogen ons politiek te verenigen. Want naar welk alternatief bestuurlijk systeem je ook verwijst, vreedzame bestuursvormen hebben altijd een fundament nodig van gedeelde waarden. En die zijn er onvoldoende.

Het is de vraag of wij weerstand kunnen bieden aan het overwicht van ouderen. Het participeren in een politiek spel kost tijd en energie. Om dat op te brengen, hebben wij een gedeeld geloof nodig. En dat is er niet. Zolang wij niet als één man achter elkaar staan, zullen ouderen de dienst blijven uitmaken in het huidige politieke klimaat.

Joris Jansen is freelancejournalist.