Weggepest, verhuisd en wéér gepest

Na vele pesterijen verhuisde een Marokkaanse homo van de Utrechtse wijk Leidsche Rijn naar het centrum. De ellende was niet voorbij. „Kijk, daar heb je die kankerhomo weer.”

Met zijn drieën komen ze om de hoek in het centrum van Utrecht, in de zomer van 2011. Twee Marokkaans-Nederlandse jongens en een Surinamer. Even lijkt het hart van Mohammed – laten we hem zo noemen – stil te staan. Dan ontdekt het drietal hem. Ze schreeuwen: „Kijk, daar heb je die kankerhomo weer. Jij maakt onze cultuur te schande. Jij komt in de hel, we maken je dood.”

Dreigend komen ze op Mohammed af. Ze spugen. Het druipt van zijn arm en gezicht. Stoer lopen de jongens verder. Trillend van onmacht en angst draait Mohammed om en loopt naar zijn nieuwe huis. De tranen stromen over zijn wangen. Deze jongens zijn de reden dat hij is verhuisd uit Leidsche Rijn. „Ik was zo machteloos. Niet wéér, dacht ik.”

Mohammed werd geboren in het Marokkaanse Al Hoceima, maar woont het grootste deel van zijn leven in Utrecht. Hij is homo en dat is naar eigen zeggen „bijna onmogelijk” in zijn cultuur. Lange tijd heeft hij zijn verhaal niet willen vertellen en nog steeds is hij doodsbang dat zijn naam bekend wordt. Zijn Marokkaanse familie – waar hij geen contact meer mee heeft – heeft gedreigd hem te vermoorden als hij „homo zou blijven”. Zijn zus liet hem weten „te bidden voor zijn genezing”.

In 2004 betrekt Mohammed samen met zijn moeder een vinexwoning in Leidsche Rijn, de wijk Parkwijk. Al snel begint de ellende. Groepjes Marokkaans-Nederlandse jongeren bedreigen en intimideren Mohammed. „We maken je dood, kankerhomo.” En: „Ik pak je nog wel, vieze poot.” Het zijn teksten die Mohammed jarenlang naar het hoofd geslingerd krijgt. Steeds weten de jongeren hem weer te vinden. De intimidaties gaan zijn leven beheersen. Tot fysiek geweld komt het niet, maar Mohammed durft niet meer met ‘zijn’ bus 28 te gaan, omdat de jongens vaak bij de halte rondhangen. Hij neemt allerlei alternatieve routes door Parkwijk om de groep te ontwijken. ’s Nachts hoort hij hen voor zijn deur rondlopen en naar hem roepen en op de ramen bonken: „We maken je af, vieze flikker.”

In zijn cultuur, vertelt Mohammed, is homoseksualiteit taboe. „Ik kom uit de Marokkaanse cultuur en weet: bijna niemand accepteert mij. Ik ben homo. En nee, ik draag het niet overdreven uit, maar mensen zien wel aan me dat ik homo ben. En daar ben ik trots op. Marokkaanse vrienden van me zijn ook homo, maar ze durven er niet voor uit te komen, ze doen geheimzinnig. Dat wil ik niet. Ik ben wie ik ben.”

Mohammed vindt dat de familie een belangrijke rol speelt. „Ouders in Leidsche Rijn weten totaal niet waar hun kinderen mee bezig zijn. Het geloof en de eer van de familie zijn heel belangrijk. ‘Mijn kinderen doen dat niet’, zeggen ze dan. Je kunt de ouders gewoon niet aanspreken op het gedrag van hun kinderen. Marokkaanse jongens zijn altijd prinsen.”

Vanaf januari 2007 doet Mohammed „wel een keer of twaalf” een melding bij de politie. Hij is boos dat er in eerste instantie niemand wordt opgepakt. Voor zijn gevoel, zegt hij, heeft de politie te weinig voor hem gedaan. Een woordvoerder van de politie zegt dat er vijf meldingen van Mohammed zijn geregistreerd, en dat er twee keer aangifte is gedaan.

De politie vroeg Mohammed een lijstje bij te houden met incidenten en beschrijvingen van daders, maar die heeft Mohammed ze niet gegeven. De woordvoerder: „Wij moeten weten wie, wat en waar er iets is gebeurd. Dan kunnen we actie ondernemen.” Wel meldt Mohammed in januari 2010 „op wekelijkse basis” te worden bedreigd. Nadat zijn moeder is overleden, verhuist Mohammed naar het centrum van Utrecht. Hij wil zo snel mogelijk weg uit Parkwijk, waar hij zich absoluut niet meer veilig voelt.

Vinexwijk Leidsche Rijn was de afgelopen tijd regelmatig negatief in het nieuws vanwege homopesterijen. De wijk van Mohammed – Parkwijk – ligt vlak naast Terwijde, waar het homostel Hans van Gemmert en Ton Daalhuizen werd weggepest en later ook nog een Marokkaanse familie verhuisde na treiterijen door een groep Marokkaans-Nederlandse jongeren. Het is onbekend of het om dezelfde groep gaat, maar Mohammed en Van Gemmert sommen dezelfde kenmerken van de groep op: Marokkaans-Nederlands, 14-25 jaar, wisselende samenstellingen. Er ontstond grote ophef in Utrecht toen Hans en Ton met hun verhaal naar buiten kwamen. Zij zijn ook de reden dat Mohammed nu zijn verhaal wil vertellen: „Ik ben trots op Hans en Ton. Zij hebben een probleem zichtbaar gemaakt en ik wil hen steunen. Dat durfde ik hiervoor niet.”

Dan komt de zomer van 2011. Mohammed wordt in het centrum van Utrecht bedreigd en bespuugd. De politie grijpt in. Het incident is geregistreerd door bewakingscamera’s en de jongens (21 en 22 jaar, uit De Meern en Utrecht) worden opgepakt. Een van hen wordt uiteindelijk veroordeeld tot een geldboete van 250 euro, waarvan 125 voorwaardelijk wegens „belediging.” De andere twee jongens worden wegens gebrek aan bewijs niet veroordeeld. Nog steeds is Mohammed erg bang. Een naambordje voor de deur heeft hij uit veiligheidsoverwegingen niet meer.

Mohammed: „Ik ben jarenlang getreiterd, maar pas toen er iets op camera stond ben ik geholpen. Dit soort gevallen mogen nooit in de doofpot gestopt worden. Ik heb er nog altijd last van. Psychische problemen, slaapproblemen. Ik huil van binnen.”