Wat snurkt daar in het nachtelijk wachthokje?

De nachtwakersstaat, zo wordt het liberale ideaal van de overheid al anderhalve eeuw genoemd. De term, oorspronkelijk een socialistisch beschimping trouwens, staat voor een overheid die zich zo weinig mogelijk bemoeit met de samenleving, iedereen zoveel mogelijk vrijheid gunt en alleen het hoognodige doet.

Dat is een prima ideaal. Maar de liberale premier Rutte is er nog ver verwijderd. En als het even tegenzit raakt het de komende anderhalf jaar nog veel verder uit het zicht. Ondanks het neoliberale offensief van de afgelopen twintig jaar is het Europa niet goed gelukt om de rol van de staat in te perken. Er is een vrij goede maatstaf om dat bij te houden: het aandeel van de overheidsuitgaven in het bruto binnenlands product. In heel Europa maakten overheidsbestedingen vorig jaar 49 procent uit van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is even veel als 15 jaar geleden.

In de Verenigde Staten lijkt dat anders. Daar is het percentage maar iets meer dan 40. Maar, zo stelde David Brooks van de New York Times onlangs, Amerika heeft een heel ander systeem. Daar wordt zo veel geregeld via speciale aftrekposten en belastingsubsidies, dat de ‘verzorgingsstaat’ er eigenlijk even groot is als in Europa. Het komt alleen niet terug in de statistiek.

Hoe zit dat voor Nederland? Met een door door de OESO gesignaleerd aandeel van 50,5 procent van de overheidsuitgaven in het bbp in 2011 zaten we al boven het eurozone-gemiddelde – en boven Griekenland. Duitsland spendeerde slechts 45 procent. Daar is het de afgelopen twee decennia, terwijl Oost-Duitsland ook nog werd ingelijfd, dus wél gelukt.

In Nederland niet. En gezien de jongste prognoses van het Centraal Planbureau kan het liberale ideaal nog verder uit het zicht raken. Het begrotingstekort bedroeg in 2011 een onverwacht hoge 5 procent. Zelfs Italië zit lager: dat maakte gisteren een tekort van 3,9 procent bekend over 2011.

Dit en volgend jaar komt het Nederlandse tekort volgens het CPB op 4,5 procent. Dat heeft, zeker bij een negatieve of lage economische groei, repercussies. Zonder ingrepen stevent het aandeel van de overheid in de economie nu af op zo’n 52 procent in 2013. Dat zou tegen die tijd, na Finland en Frankrijk, zo maar het hoogste van de gehele eurozone kunnen worden.

Hoogste tijd om het overheidsaandeel terug te brengen. Maar hoe doe je dat? Dat ligt er aan hoe er de komende anderhalf jaar wordt omgebogen. Dat het tekort nu in grote paniek terug moet naar drie procent in 2013 heeft het kabinet zichzelf via Europa nogal klunzig opgelegd. De nu circulerende 16 miljard die bezuinigd moet worden, lijkt daarbij overigens een geslaagd geval van framing. Het getal is veel te hoog, zodat de burger straks opgelucht adem zal halen als het een paar miljard minder is.

Maar dan nog: een ombuiging van die omvang in zo’n korte tijd is veel eenvoudiger te bereiken met het verhogen van de overheidsinkomsten (btw, zorgtoeslag, belastingen, beperking van de hypotheekrenteaftrek of verhoging van het forfait, enzovoorts) dan met het verlagen van de uitgaven. Het eerste kan namelijk acuut, het tweede vergt vaak tijd. En juist de tijd is nu geen vriend van het kabinet.

Dit alles valt onder de categorie Dom Bezuinigen, want er vernieuwt niets, er hervormt weinig. En het verhoogt de inkomsten van de staat meer dan dat het de uitgaven beperkt. Kan dit de bedoeling zijn geweest van het eerste door een VVD-premier geleid kabinet? Het zou ironisch zijn als Rutte zijn termijn afsluit met een overheid die groter is dan toen hij begon.

Maarten Schinkel