Column

Verdrijven bootvluchtelingen is Europa onwaardig

Op 6 mei 2009 enterde de Italiaanse kustwacht drie bootjes met 231 Somalische en Eritrese migranten, 35 mijl ten zuiden van Lampedusa. De vluchtelingen werden aan boord genomen. Hen werd verteld dat ze naar Italiaans grondgebied werden gebracht.

Dat was dus een leugen. Het marineschip zette koers naar Libië. Na een tocht van tien uur werd de groep in Tripoli in opvangkampen opgesloten. In 2009 zou de Italiaanse marine nog negen keer zo’n tocht naar Libië maken, steeds met een nieuwe vangst bootmigranten.

Dit blijkt ‘push back’-beleid te heten en wordt gecoördineerd door het EU agentschap Frontex. Het gaat om het buiten Europese territoriale wateren tegenhouden van vluchtelingen en hen ‘terugdringen’ naar het land van vertrek. Er kraait geen haan naar. Maar deugen doet het niet.

Groepsuitwijzing is in Europa verboden, net als het terugsturen van vluchtelingen naar landen waar ze op vervolging kunnen rekenen. Dat is terug te vinden in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Handvest van de grondrechten van de EU en allerlei VN-verdragen.

Weet u het nog, de verdrijving van zigeuners en joden en het ‘nooit meer’ van na de oorlog? In een rechtsstaat zijn vluchtelingen individuen. Er is nog maar één keer eerder een lidstaat door Straatsburg veroordeeld wegens groepsgewijze ‘blanco’ uitzetting. Dat was België dat in 1999 een groep Roma naar het politiebureau lokte met de mededeling dat hun asielaanvragen nog aangevuld moesten worden. In plaats daarvan werden ze opgepakt en teruggevlogen naar Slowakije.

Vorige week donderdag werd Italië het tweede Europese land dat hierom werd veroordeeld. Deze Straatsburgse beslissing was een mijlpaal waar ook buiten Europa naar werd uitgekeken. Behalve de gebruikelijke mensenrechtenorganisaties had ook de Columbia Law School uit de VS zich bij het Hof gemeld. De Amerikanen herinnerden aan de St. Louis, een schip met migranten dat eind jaren dertig zowel in Cuba, Canada als de VS werd geweigerd. De St. Louis moest terug naar Europa – de vooral Joodse passagiers overleefden daarop de oorlog niet. Ook de Vietnamese bootvluchtelingen staan in het Amerikaanse bewustzijn gegrift. Ook toen waren er Zuidoost-Aziatische landen met een ‘push back’-beleid. Net als later Australië. Tussen 2001 en 2007 bestond daar de ‘Pacific Solution Policy’, die neerkwam op het al op zee terugsturen van bootvluchtelingen naar Indonesië. Een vorm van ‘outsourcen’ van het asielprobleem naar een land dat het Vluchtelingenverdrag niet had getekend en geen asielopvang kende.

Straatsburg stond nu voor de juridische vraag of ‘collectieve uitwijzing’ ook niet-territoriaal kan, namelijk op zee. Als een migrant ver op zee aan boord van een buitenlands schip stapt, valt hij dan ook binnen de rechtsorde van die natie? Straatsburg vond vorige week dus van wel. In ‘Hirsi Jamaa vs. Italy’ is het ‘pushback’-beleid op zee illegaal verklaard en daarmee werd geschiedenis geschreven. Immers, als de verplichting om migranten als groep uit te zetten beperkt zou zijn tot wie zich op land meldt, dan zou een „betekenisvol deel van de hedendaagse migratiepatronen niet worden gedekt door deze bepaling”. Het verweer van Rome dat hier sprake was van een ‘reddingsoperatie’ op volle zee en dat het niet verplicht is om de migranten aan boord te horen, werd verworpen. Beroep is niet mogelijk.

Europese schepen die migranten aan boord nemen zijn vanaf nu verplicht de mensenrechten van die passagiers te beschermen, naar eigen Europese maatstaven. Dat betekent dus dat een kapitein niet zomaar een haven mag kiezen voor de bootvluchtelingen, maar zeker moet weten of zijn passagiers daar geen risico op vervolging of uitwijzing lopen. Europese schepen op volle zee varen dus altijd in de schaduw van het EVRM. Of beter gezegd, in het volle licht van de mensenrechtenbescherming.

De 24 migranten die door het Italiaanse marineschip zijn misleid en in gevaar gebracht, krijgen van Italië ieder 15.000 euro schadevergoeding. Twee van hen zijn dood. Zes vonden onderdak in Tunesië, Zwitserland, Benin, Italië, Malta en Libië. Zestien zijn onvindbaar. De VN noemt de uitspraak ‘een keerpunt’ in de rechten van bootvluchtelingen. Nu de praktijk nog.

Debat op nrc.nl/rechtenbestuur twitter via #rechtenbestuur