Poetin wint, maar er zijn scheurtjes in de bestuurskongsi

Poetin gaat de verkiezingen winnen, voorspelt Hubert Smeets. En dus verandert er niets in Rusland, denken zakenmannen én Sovjetdissidenten, maar de ontevreden middenklasse groeit.

Bij de halte op de hoek van de 13de Parkstraat en de brede Izmailovoboulevard in het Oosten van Moskou komt een kaartjescontroleur trolleybus 51 binnen. In burger. Hij betrapt een nog geen dertigjarige vrouw die op de bejaardenkaart van een familielid meerijdt.

De overtreding is klassiek. Gewone Moskovieten rijden soms, lekker goedkoop, op ov-kaarten die eigenlijk voor senioren zijn bestemd. Iedere vrouw van 55 jaar en man van 60 jaar mag gratis met tram, bus of metro. President Poetin wilde deze privileges zeven jaar geleden omzetten in baar geld. Dat liep dood op een storm van protest. Niet zo gek in een land waar 37 miljoen gepensioneerden wonen: een derde van alle kiesgerechtigde burgers in heel Rusland.

De reactie in de trolleybus is een stuk minder klassiek. Een keurige dame in bontjas en bontmuts – het is buiten min 25 – die in woede ontsteekt tegen de controleur? Waar hij het lef vandaan haalt om deze jonge vrouw te verbaliseren? Of hij zijn eigen bazen ook zo durft aan te pakken? En zo ja, dat hij dan niet moet stoppen voordat hij bij Poetin is? De omstanders luisteren geamuseerd.

Even amusant is later op de avond een van de politieke talkshows, die de semistaatszenders na het straatprotest ineens weer programmeren. Politici schelden elkaar uit. De rapaljepoliticus Zjirinovskij spreekt gretig over „burgeroorlog”. Altijd raak. Rusland heeft zijn portie geweld in de twintigste eeuw wel gehad.

Het is de vrees voor bloedvergieten die Poetin de laatste tijd exploiteert. Trefwoorden: het levensbelang van trots en stabiliteit in de veelvolkeren-staat, het ontbreken van een alternatief voor hem en de dreiging van (buitenlandse) provocaties. Poetin is, kortom, de enige „garantie voor de nationale veiligheid”.

Poetin wordt in maart dus voor de derde maal president van Rusland. Het zou een mirakel zijn als hij niet direct in de eerste ronde wordt gekozen. Het idee alleen al dat de sterke man Poetin het, net als zijn zwakke voorganger Jeltsin in 1996, in een tweede ronde moet opnemen tegen een uitdager.

Maar zelfs dan is het nog de vraag hoe Poetin in het Kremlin terugkeert. Hoe reageert hij op de zogeheten ‘niet-systeemoppositie’, die de uitslag a priori op straat en sociale media zal aanvechten? En wat zal de ‘systeemoppositie’ – de communist Zjoeganov, provocateur Zjirinovskij, de linksige loyalist Mironov en de miljardair Prochorov – doen? Met hun, voor hun doen scherpe, protest na de parlementsverkiezingen van december hebben ze hun eigen speelruimte voor collaboratie verkleind.

Na 4 maart volgen meer dilemma’s. Eerst in de openbare orde. Laat Poetin het burgerprotest stoom afblazen totdat het vanzelf uitwoedt? Of grijpt hij snel naar repressieve maatregelen en deinst hij zelfs niet terug voor hard geweld, inclusief het risico dat er een martelaarsdode valt?

Snel daarna dienen de politieke dilemma’s zich aan. Zoekt Poetin met de nieuwe premier en vicepremiers openingen naar de ontevreden stedelijke middenklasse die, anders dan in de sovjettijd, minder afhankelijk is van het staatsapparaat? Of gaat hij toch verder met het kameradenregime uit zijn thuisstad Sint-Petersburg, de geheime dienst FSB, het Militair Industrieel Complex en de semistaatsbedrijven in de energie- en transportsector?

Het Kremlin moet bij deze keuzes afgaan op de analyses van 1,7 miljoen ambtenaren, ruim 600.000 FSB’ers plus de functionarissen bij politie en justitie. Op veel meer kan het niet bogen. Door de ‘verticale machtstructuur’ die Poetin over Rusland heeft gelegd, is de aloude Russische patronagecultuur namelijk zo topdown gecentraliseerd dat de feedback bottom-up is opgedroogd. Wat er aan de basis leeft, dringt slecht door tot de top.

Dit gebrek aan ‘terugkoppeling’ is een van de redenen voor de vernedering die Poetins partijgenoten bij de Doema-verkiezingen incasseerden. De tik op de neus in december was een bewijs dat hij nog maar weinig zicht heeft op de groeiende grootstedelijke middenklasse, die zich in de politiek amper kan articuleren.

Of en hoe deze spanning tot een uitbarsting komt, is nu onderwerp van debat. In veel prognoses steken de twee scholen de kop weer op. Grof geschematiseerd: de statische school en de dynamische school.

De statische school hamert op de continuïteit van het meestal introverte Rusland. Het artikel van voormalig diplomaat Robbert van Lanschot (Opinie & Debat, 25 februari) was daar een voorbeeld van.

Rode draad in deze statische analyses is: Rusland is en blijft Rusland. Dit soort denkers komt voor in de meest uiteenlopende milieus. Vorige week ervoer ik dat nog eens. Donderdag sprak ik met een zakenman uit Moskou en zaterdagavond dronk ik met voormalige sovjetdissidenten, woonachtig in Amsterdam. Hoe verschillend ze de factor geld ook waardeerden, de businessconsultant en de ex-dissidenten waren het over één ding roerend eens: er verandert niets. De zakenman vond die stagnatie prettig, omdat het ondernemingsklimaat dan ook stabiel zou blijven. De dissidenten hadden er eveneens mee leren leven. Ik kon me zelfs niet aan de indruk onttrekken dat ze het wel rustig vonden als het Rusland van 2012 veel zou lijken op het Rusland van pakweg 1972.

De statische school heeft de laatste jaren vaak gelijk gekregen. Elke hoop op een nieuwe fase is sinds 2000 stelselmatig ijdel gebleken. De dynamische school staart zich intussen scheel op veranderingen in de sociale verhoudingen, de economische belangentegenstellingen en dus de politieke machtsposities. Wat zegt de CEO van Gazprom en hoe verhoudt zich dat tot uitlatingen van de Spaarbankchef? Waar positioneren de cashflowkoeien Aeroflot en Spoorwegen zich? Is Medvedev bezig met een eigen entourage, als hij een Russisch Silicon Valley gaat bouwen?

Het waren vaak zinloze exercities. De dynamische school trok de afgelopen twaalf jaarsteeds aan het kortste eind. En ik zelf dus ook met al die wanhopige pogingen om beweging te zien in stilstaand moeraswater.

Maar toch hou ik nog even vol. Juist nu. Want binnen de regerende politiek-economische elite worden stilaan haarscheurtjes zichtbaar. Of bijvoorbeeld ex-minister Koedrin van Financiën nu wel of geen dubbel spel speelt met zijn pogingen om te bemiddelen tussen de straat en het machtscentrum, zijn optreden an sich illustreert dat baas Poetin het nodig vindt verkenners op pad te sturen. Het Kremlin voelt dat het controle verliest: niet alleen over de samenleving maar ook over de eigen kring.

Haarscheurtjes kunnen uitgroeien tot breuklijnen. En breuklijnen kunnen uitmonden in machtswisselingen binnen het establishment.

Dat laatste is cruciaal. Dissidenten en andere romantici hopen vaak dat de pure moraal van het denkend deel der natie ooit een keer de beslissende stem wordt. Dat is een illusie. Beslissend is de vraag of de politiek-economische machtselite zich rond Poetin blijft scharen, omdat zijn autoritaire bewind haar belangen nog steeds het best beschermt. Als daarover twijfels rijzen, komt er beweging.

Zo ging het ook in 1989/1991, toen Gorbatsjov de greep kwijtraakte. Zijn uitdager Jeltsin deed zich voor als buitenstaander. Maar hij was een insider die een vermolmd apparaat het laatste duwtje gaf. Het was geen toeval dat onder Jeltsin alle sleutelposten in handen bleven van omgeturnde communisten.

Wat toen gold, geldt nu weer. Daarom deze brutale prognose. Een keiharde dictatuur is anno 2012 in Rusland net zo min effectief als het in 1991 zou zijn geweest. Op dit bescheiden puntje is er een beetje hoop voor de dynamische school.

Hubert Smeets is redacteur van NRC Handelsblad en oud-correspondent in Rusland.