Onderhandelen doe je zo

De komende drie weken – of nog langer – gaan de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV met elkaar proberen 9 miljard van het overheidstekort van 4,5 procent in 2013 weg te werken. Cijfers die het CPB donderdag bekend maakte en de Europese afspraken over het begrotingstekort dwingen hen daartoe. Wat is de beste strategie om eruit te komen?

Fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, van regeringspartij CDA had donderdag een duidelijke boodschap: „Als het de komende weken niet lukt dan hebben we als kabinet geen enkel antwoord op de crisis. Dan kunnen we niet verder.” Die dag voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) een begrotingstekort van 4,5 procent voor 2013 – onacceptabel hoog, voor dit kabinet en voor de Europese Unie.

De coalitie van VVD, CDA en gedoogpartner PVV moet in een noodtempo miljardenbezuinigingen bijeensprokkelen. Maandag gaan de drie partijen daarom onderhandelen in een ‘tussenformatie’ zoals gedoger Geert Wilders het noemt.

Zo ging het ook in februari 2009, toen het CPB net zo’n dreun had uitgedeeld. Toen zetten de coalitiepartijen zich aan ‘crisisonderhandelingen’. CDA, PvdA en ChristenUnie waren vooral geschrokken van de voorspelling dat de werkloosheid zou verdubbelen naar 675.000 mensen.

Het kabinet kan een voorbeeld nemen aan 2009: er kwám destijds een crisisakkoord. Soepel liep het niet: lange impasses, verborgen ruzies en openlijke irritaties. Verstoorde verhoudingen en grote imagoschade voor het kabinet-Balkenende IV waren het gevolg. „Met deze wijze van onderhandelen hebben we zelf 90 procent van het feest verpest”, zei een betrokkene toen.

Politiek onderhandelen is een kunst. Wie zet je aan tafel? Welke agenda stel je op? Welke locatie kies je? Hoe gebruik je de media? Allemaal factoren die het succes beïnvloeden. Ziedaar de dilemma’s van het onderhandelingspel.

1Wie laat je meepraten?

Alles is al eens geprobeerd: van heisessies op een geheime locatie met een handvol onderhandelaars tot aan Poolse landdagen waar hele fracties bij betrokken waren. Niks werkt perfect. Tijdens de formatie van 2006 tussen CDA, PvdA en de ChristenUnie weken de zes onderhandelaars naar een hotel in Beetsterzwaag. Ze kwamen eruit, maar het resultaat was voor de fracties een grote en in sommige gevallen onaangename verrassing – wat later weer tot problemen leidde.

Iedereen laten meepraten kan goed mislopen. Zo ontstond er tijdens de mislukte formatie van Paars Plus in de zomer van 2010 in een subgroepje een hoogoplopende woordenstrijd tussen VVD-Kamerlid Charlie Aptroot en PvdA’er Diederik Samsom over de kilometerheffing. Soms blijken Kamerleden eigenwijs, en blokkeren ze de onderhandelingen. Dat gebeurde bijna bij de laatste formatie door CDA’ers Klink, Ferrier en Koppejan. Maar toen de eerste zijn fractie verliet, staakten de andere twee hun verzet.

Belangrijker is de rol van de bewindslieden die niet aan tafel zitten. Terwijl Rutte, Verhagen en Wilders met secondanten Stef Blok, Sybrand van Haersma Buma en Fleur Agema naar miljarden zoeken, moeten tien ministers en elf staatssecretarissen lijdzaam afwachten.

Het risico bestaat dat aan tafel afspraken worden gemaakt waar een minister helemaal niet mee kan leven. Daarop terugkomen bij de onderhandelingen levert irritaties op. In 2009 was dat beter geregeld, zegt Mariëtte Hamer, destijds PvdA-fractieleider en onderhandelaar. Met Wouter Bos en Piet Hein Donner zaten de belangrijkste ministers, die van Financiën en Sociale Zaken, aan tafel. „Ik vind het onlogisch dat De Jager en Kamp er niet bij zitten. Die moet je na elke gesprek bijpraten.”

Maar dat de minister van Financiën afstand bewaart tot de onderhandelingen kan ook een voordeel zijn, zegt een van zijn ambtenaren: „Wij kunnen scherper beoordelen of de uitkomsten wel mogelijk zijn. Dat gaat moeilijker als onze minister al akkoord ging aan de onderhandelingstafel.”

2Wie leidt de onderhandelingen?

Bij een formatie is dat duidelijk: eerst de informateur(s), later de formateur/toekomstige premier. Voor een tussenformatie bestaan geen formele regels. Net als in 2009 leidt de premier nu de gesprekken. Anders dan Balkenende toen heeft Mark Rutte dit keer een dubbelrol, hij is voorzitter én VVD-leider. Balkenende was formeel geen CDA-onderhandelaar, die rol was weggelegd voor fractievoorzitter Pieter van Geel en Piet Hein Donner. Maar kan een premier echt onafhankelijk zijn? PvdA’ers vonden destijds dat Balkenende zich bij de gesprekken wel degelijk vooral CDA’er toonde. Sommige VVD’ers maken zich nu juist zorgen dat Rutte misschien té zeer gericht is op consensus. De premier kan in het ‘teambelang’ zijn eigen partij wel eens uit het oog verliezen.

3Hoe los je de echte conflicten op?

Niemand binnen deze coalitie zal bezwaren hebben tegen het bevriezen van ambtenarensalarissen. Maar meer controversiële voorstellen zijn niet altijd even makkelijk weg te onderhandelen; dan moet je geven en nemen. Daarbij heeft de zwakste partij een goede uitgangspositie. Nu is dat het noodlijdende CDA, daar moeten VVD en PVV rekening mee houden. In 2009 was het de PvdA, die stond niet goed in de peilingen. Arie Slob was toen net als nu fractievoorzitter van de ChristenUnie en herinnert zich dat zijn partij en het CDA goed op de gevoeligheden bij de PvdA letten: „Ze moeten wel met iets naar buiten kunnen komen.”

Hoewel de onderhandelingen in hoofdzaak over geld gaan, komen er meer onderwerpen aan de orde. Zo kan het zijn dat Wilders in ruil voor financiële offers nog strengere asielwetgeving wil, of verdergaande aanpassingen van het strafrecht.

En als je er echt niet uit komt? Dan boek je een post in die je omschrijft met een ‘multi-interpretabele formulering’, en hoop je dat de onenigheid op een later moment oplost. Met alle risico’s van dien. CDA en PvdA kregen in 2008 grote ruzie over het ontslagrecht doordat dit in de formatie niet waterdicht geregeld was. Maar bij harde bezuinigingen ligt de uitweg van vage formuleringen niet open. Iedereen zal moeten slikken.

4Hoe openlijk voer je de onderhandelingen?

In 2009 moesten onderhandelaars zich vaak door een menigte journalisten heen werken. Uiteindelijk vluchtten de partijen voor deze ‘haag van ellende’. Naar het Catshuis, de officiële residentie van de minister-president. De zes onderhandelaars van VVD, CDA en PVV zullen daar deze week direct beginnen. Ze kunnen zich in hun dienstauto met geblindeerde ramen langs de journalisten laten rijden.

Toch werkt volledige beslotenheid ook niet. De continue stroom vragen van de media en de eigen achterban (niet alleen ministers en Kamerleden, maar ook al dan niet prominente partijleden) heeft een sterk zuigende werking. Het beest moet worden gevoerd. Toen tv-journalist Ferry Mingelen eens voorbij werd gereden zei hij in de uitzending: „Het zijn altijd mensen in Rijksauto’s, die wij betalen, die hun raampje niet even opendoen.” Zo kan het beeld over de besprekingen de verkeerde kant op kantelen, zeker als de oppositie de stilte benut om de coalitie onweersproken onder vuur te nemen.

Arie Slob noemt het „verstandig” om voor het Catshuis te kiezen. „Dat hadden wij in 2009 eerder moeten doen.” Ook daar kun je de camera’s nog wel gebruiken. Toen het moeizaam liep, gingen Slob en partijgenoot André Rouvoet opzichtig buiten wandelen om binnen de druk op te voeren.

5Hoe bewaak je het partijbelang?

Onderhandelingen kun je aan tafel winnen, maar in de beeldvorming verliezen. Zeker in deze tijd van toenemende polarisatie is de politicus die toegeeft ten gunste van het compromis vaak de verliezer. Een oplossing is om dat compromis als overwinning te presenteren. Dan moet je er wel als eerste bij zijn, om het onderwerp van een voor jouw gunstige context te voorzien. Dat is de taak van politiek adviseurs en woordvoerders. Zij gebruiken hun journalistieke netwerken om anoniem en selectief details uit de onderhandelingen naar buiten te brengen.

Via dezelfde weg worden de onderhandelingen binnen onder druk gezet. „Die externe prikkels zijn misschien nog wel het meest lastig”, zegt PvdA’er Hamer. „Gespin is contraproductief. Echt heel vervelend”. Maar het blijkt voor partijen onweerstaanbaar om zich successen toe te eigenen of de onderhandelingen een duw te geven. „Wij hebben daar in 2009 vreselijk aan moeten wennen”, zegt Slob. Zoals altijd was afgesproken dat niemand zou lekken. „Maar er verschenen toch berichten die evident van de onderhandelingstafel kwamen. En niemand had het gedaan.” De ChristenUnie kon toen niet helemaal blijven zwijgen, zegt Slob. „Als je niets zei, werd er ook niets van het resultaat aan je toegeschreven.”

De ‘deurteksten’ zijn een andere bron van ergernis. Voor een van de sessies in 2009 zeiden CDA-onderhandelaars Donner en Van Geel bij het naar binnengaan bij Algemene Zaken dat „we nu al 50 miljard meer uitgeven dan we binnenkrijgen”. De suggestie was dat de andere partijen onvoldoende gevoel voor urgentie hadden. De andere onderhandelaars, die al binnen zaten, lazen het ANP-bericht op hun Blackberry . „Daar ontstond echt chagrijn over”, zegt Slob. Donner moest ten slotte zijn excuses aanbieden tegenover diezelfde camera’s. En nu gaat dankzij Twitter alles nog sneller.

6Hoe voorkom je teleurstellingen?

Eigenlijk mocht Balkenende IV best trots zijn op het akkoord van 2009. Een van de oudste politieke taboes werd daarbij geslecht: de verhoging van de AOW-leeftijd. Maar door alle vertragingen en openlijke ruzies hebben de partijen nooit de lof voor hun succes gekregen. Toen een akkoord dreigde uit te blijven, haalde de Telegraaf zijn vetste letters van stal: Beschamend! Het vaststellen van een deadline, zoals de drie weken die de onderhandelaars van nu in eerste instantie hadden genoemd, is zeer gevaarlijk.

Toen het CPB donderdag zijn sombere voorspelling deed, hebben de partijen die deadline meteen genuanceerd. „Ik kijk niet op een week meer of minder”, zegt CDA’er Van Haersma Buma nu. Wilders: „We gaan soms maar twee tot drie uur vergaderen, ik vraag me daarom af of we er in drie weken uitkomen.” Verwachtingsmanagement heet dat.

7Welke trucs pas je toe?

Je tegenstanders uitputten is een bekende truc. Piet Hein Donner kon eindeloos doorpraten zonder veel te zeggen. Net als Verhagen, weten de mensen die met hem onderhandeld hebben. Ook een streek die de voorzitter kan uithalen: zorgen dat er geen eten komt. Volgens een CDA-bron gebeurde dat in 2009 op de laatste avond in het Catshuis. De voorzitters van de vakcentrale FNV en werkgeversclub VNO-NCW zouden alleen pinda’s hebben gekregen, opdat ze zouden instemmen met de laatste details in het plan voor de verhoging van de AOW-leeftijd.

Een andere truc is de moeilijke onderwerpen het laatst te bespreken, op „het latje te plaatsen”, zoals Arie Slob het noemt. Dat ging in 2003, toen PvdA en CDA maandenlang probeerden een kabinet te formeren, hopeloos mis. Maar toen wilden die partijen ook niet echt, zegt Hamer: „Als je de intentie hebt om er uit te komen, kom je er ook uit.”