Lings spelers brengen leven in Apeldoornse bossen

AGOVV begroette in de winterstop een nieuwe spelersgroep. Met succes. De club kijkt weer omhoog.

Hans Hylkema is eigenlijk alles bij AGOVV. Hij is supporterscoördinator, heeft een business seat, bezoekt al negen jaar alle wedstrijden van zijn club en – alsof het nog niet genoeg is – is hij er ook nog eens het ongediertebestrijder. Hij is „het smeersel” binnen de voetbalclub, zoals hij zelf zegt.

Vanaf de hoofdtribune kijkt hij naar de training van AGOVV, dat middenin in de bossen ligt. Hylkema weet het soms zelf ook niet meer als hij een rondje langs de spelersgroep maakt. Wie is nou wie? En dat is niet vreemd. Tijdens de winterstop kwamen er maar liefst twaalf nieuwe spelers. Vanuit alle windstreken arriveerden ze in Apeldoorn; van het Cypriotische Omonia Arradipou tot het Turkse Kayserispor, en van het Duitse Arminia Bielefeld tot het Spaanse Atlético Madrid.

Op het trainingsveld is het een drukte van jewelste. Ruim dertig spelers vangen de training aan, een dag voor het treffen van vanavond met FC Eindhoven. Eén rondo is niet genoeg bij AGOVV. Voor trainer Hans van Arum, die voor de winterstop soms over slechts veertien spelers kon beschikken, is het een luxe. „Concurrentie heb je nodig in de voetballerij. Dat zorgt ervoor dat je scherpt blijft”, zegt de oud-speler van Vitesse, Willem II, RKC en Go Ahead Eagles.

De versterkingen waren nodig bij AGOVV. In de eerste twintig competitiewedstrijden werden slechts zes punten gehaald, waardoor de club kleurloos onderaan in de eerste divisie stond. Sinds de renovatie gaat het een stuk beter. AGOVV won drie keer op rij, maar verspeelde gisteren in de slotfase een punt bij FC Eindhoven en verloor met 3-2. De club deelt de laatste plaats met SC Veendam. Degraderen is onmogelijk geworden, omdat geen enkele amateurclub uit de Topklasse wil promoveren.

De concurrentie stond raar te kijken na de ‘aankopen’ van AGOVV. De club werkt met een begroting van tussen de 1,3 en 1,4 miljoen euro, de kleinste uit het betaalde voetbal. Ad van der Molen, voorzitter van AGOVV, zocht vorig jaar contact met AS Trencin, de Slowaakse club die eigendom is van Tscheu La Ling. De oud-voetballer die door Johan Cruijff tevergeefs was voorgedragen als directeur van Ajax.

Afgesproken werd dat een aantal spelers bij AGOVV kan rijpen, terwijl de club hen geen salaris hoeft te betalen. Van Arum was direct enthousiast: „Ik ben een keer op bezoek geweest bij Trencin. Ze gaan daar heel professioneel te werk, zitten kort op de spelers qua begeleiding en werken gedisciplineerd. Ze hopen kleine stapjes te maken, net als wij.”

Vandaar dat er nu ook drie spelers van AS Trencin rondlopen bij AGOVV. En de hand van Ling, die een bedrijf heeft in voedingssupplementen, is al direct zichtbaar in Apeldoorn. Op het aanrecht in de kantine staan allerlei genummerde bidons klaar.

Ling spreekt over een win-win-situatie. „AGOVV krijgt betere spelers en wij kunnen onze spelers verder helpen in hun ontwikkeling.” Verder hoopt hij de club „een steuntje in de rug te geven” door kleine nuances aan te brengen in de organisatie. „Wij bepalen absoluut niet wie er moeten spelen en hoe er gespeeld moet worden, maar kunnen vanuit onze expertise bijsturen over technische zaken.” Die expertise betreft vooral voeding en krachttraining.

Van Arum is blij met de komst van de drie spelers uit Slowakije naar Sportpark Berg en Bos. Voetballend zijn ze misschien niet de besten, maar hun wilskracht is enorm. „Voetbal in de eerste divisie vraagt bepaalde kwaliteiten, zoals werklust, fysieke kracht en mentale weerbaarheid. Als je dat niet hebt, heb je niets aan een speler.”

Van Arum raakt gepikeerd als hij hoort van een vreemdelingenlegioen in het ‘Fly Brazil’-stadion. „Dat beeld wordt nu neergezet, maar dat is onterecht”, vindt hij. „Als je naar onze selectie kijkt, zijn veel van deze jongens hier geboren of hebben in Nederland gespeeld.”

Van Arum verwerpt verder de kritiek dat het publiek zich moet kunnen identificeren met het elftal. Onzin, vindt hij. Hij vergelijkt zijn elftal met dat van Groningen, AZ of Ajax. Hoeveel lokale jongens spelen daar in het eerste? Maar is de Nederlandse jeugdopleiding dan zó slecht dat er spelers uit het buitenland moeten komen? „Nee”, zegt Van Arum. „Ik heb jongens gepolst uit belofte-elftallen en die willen dus niet naar AGOVV. Dan heb ik liever spelers die denken aan hun persoonlijke ontwikkeling en ons als springplank zien voor een betere club.” Nacer Chadli (FC Twente) en Dries Mertens (PSV) deden dat met succes. Dan, lachend: „Als ik met elf buitenlanders kampioen kan worden, zou ik het niet nalaten.”

En de supporters van AGOVV? „Joh, dat kan ons geen moer schelen”, zegt Hylkema. „Als hier een Slowaak of Tsjech scoort, staan we allemaal te juichen.”