Lichamen in Syrië omgekomen journalisten overgedragen

Kisten met daarin de lichamen van Colvin en Ochlik, vandaag gefotografeerd in het Al-Assad Universiteitsziekenhuis in Damascus. Foto Reuters / Khaled al-Hariri

De lichamen van de in het Syrische Homs omgekomen journalisten Rémi Ochlik en Marie Colvin zijn vandaag door het Syrische Rode Kruis overgedragen aan diplomaten.

De Franse ambassadeur Erich Chevalier nam de resten van fotograaf Olchik in ontvangst en een Poolse diplomaat die van de Amerikaanse oorlogscorrespondente Colvin. Dat meldde persbureau AP vanmiddag. Polen neemt de Amerikaanse belangen in Syrië waar sinds de VS besloten hun ambassadeur uit het land terug te trekken.

Olchik en Colvin kwamen op 22 februari om tijdens zware beschietingen op de wijk Baba Amr in Homs. Hun overblijfselen zijn in afwachting van hun repatriëring overgebracht naar het Franse ziekenhuis in Damascus.

De Syrische autoriteiten maakten gisteren bekend de lichamen van Olchik en Colvin te hebben gevonden. De lichamen zouden afgelopen week begraven zijn door activisten in Baba Amr, die niet wisten wat ze met de overblijfselen van de journalisten moesten doen. De autoriteiten hebben de lichamen inmiddels opgegraven en overgebracht naar hoofdstad Damascus.

Bij de genoemde aanval van het Syrische leger in Baba Amr raakten ook drie westerse journalisten gewond. De Franse journaliste Edith Bouvier en haar fotograaf William Daniels wisten afgelopen donderdag uit Homs te ontsnappen en met behulp van opstandelingen de grens met Libanon over te steken. De Britse fotograaf Paul Conroy, de derde gewonde journalist, kwam dinsdag al uit Syrië weg. Hij vertelde gisteravond bij de BBC over zijn ervaringen in Homs.