Kabinet-Rutte uit balans

Binnenlandse politiek is niet zelden het najagen van een illusie. Neem het kabinet-Rutte. Dat wijdde in zijn regeerakkoord in 2010 vrome woorden aan de overheidsfinanciën. Die moesten „weer gezond” worden gemaakt. „Het huishoudboekje van de Staat – van ons allemaal dus – moet in balans komen.” Bezorgd constateerden de coalitie van VVD en CDA en gedoogpartner PVV toen dat het begrotingstekort in 2011 wel bijna 4 procent zou gaan bedragen.

Vele (aangekondigde) bezuinigingsmaatregelen later, begeleid door onvermijdelijk maatschappelijk boegeroep, blijkt het kabinet verder van huis dan ooit. Volgens een prognose van het Centraal Planbureau, deze week gedaan, komt het tekort volgend jaar uit op 4,5 procent. Ruim boven de Europese afspraken die 3 procent als maximum stellen en een tekort van ten hoogste 0,5 als doelstelling hebben. Dat is straks zelfs een wettelijke verplichting, zo hebben de Europese regeringsleiders afgesproken. Waarmee de smalle marges van de Nederlandse politiek nog wat smaller worden.

Het bezuinigings- en lastenverzwaringspakket van 18 miljard waartoe het kabinet bij zijn aantreden besloot, schiet dus ernstig tekort om de financiële paragraaf van het regeerakkoord tot realiteit te verheffen. Het mes zou er veel dieper in moeten.

Premier Rutte was een van de 25 Europese leiders die gisteren in Brussel het verdrag tekenden waarmee de begrotingsdiscipline in de lidstaten wordt aangescherpt. De Europese Commissie en de Europese Raad krijgen zo meer macht over het financieel beleid. Dat is mede gebeurd op aandringen van Nederland, dat er ook haast mee wilde maken. Maar het verdrag gaat pas in als twaalf landen het hebben geratificeerd. Dat zal zeker niet voor 2013 zijn.

Dat komt politiek Den Haag bij nader inzien niet slecht uit. Tenslotte voldoet Nederland zélf niet aan de Europese begrotingsregels. Al een tijd niet, trouwens. Net als andere lidstaten verkeert Nederland sinds eind 2009 in de ontheffingsfase: normaal krijgt een land maar één jaar de tijd om zijn tekortniveau naar 3 procent te reduceren. Nu tot 2013. De internationale financiële crisis is het argument voor de coulance; die geldt als exceptioneel.

Wie flink doet in Brussel, moet dat ook in Den Haag zijn. De reactie van Rutte dat bezuinigen niet moet omdat ‘Europa’ dat per se wil, maar uit eigen, binnenlandse noodzaak, is dus logisch. En terecht. De redenen waarom het begrotingstekort naar nul moet en liever in een overschot moet transformeren, zijn nog onverkort aanwezig. Hetzelfde geldt voor de reductie van de staatsschuld. Het doorschuiven van tekorten naar volgende generaties, de kosten van de vergrijzing, de rente die jaarlijks over de staatsschuld moet worden betaald, het zijn problemen die niet verdwenen zijn.

Maar de politieke realiteit is dat het kabinet niet in staat zal zijn om in anderhalf jaar het tekort zodanig te verminderen dat het eind 2013 op de norm van 3 procent uitkomt, zoals afgesproken met Europa. Praktisch is dat haast niet uitvoerbaar, maatschappelijk en politiek is het onhaalbaar. Een politieke crisis is niet uit te sluiten, maar zal op korte termijn niets oplossen. Een demissionair kabinet is al helemaal niet tot forse maatregelen in staat.

Bovendien: om economische redenen zijn zulke drastische bezuinigingen in zo’n tempo nu onverstandig. Als het kabinet straks bij de Europese Commissie te biecht moet gaan – wat rustig gênant mag worden genoemd – zal het slechts op genade kunnen rekenen wanneer het met een uitgebalanceerd pakket komt. Dat dus niet alleen bezuinigingen bevat, maar ook concrete stappen om de structurele zwakten in de Nederlandse economie aan te pakken.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Slim bezuinigen en hervormen klinkt mooi, tot het concreet wordt. Bijvoorbeeld: dat kopers van woningen op minder hypotheekrenteaftrek moeten rekenen, dat de huren meer omhooggaan, dat WW-uitkeringen worden versoberd, dat de AOW-leeftijd sneller wordt verhoogd, dat er meer eigen bijdragen in de zorg komen. Het is deze harde realiteit waarmee kabinet en burgers worden geconfronteerd.