Japan: overheid faalde na tsunami, ‘veiligheidsmythe’ te lang geloofd

Deze week werden buitenlandse media toegelaten tot het complex van Dai'ichi, waar volgens de Japanse autoriteiten slechts 'schoonmaakwerk' gedaan dient te worden. Foto Reuters / Kimimasa Mayama

Premier Yoshihiko Noda geeft toe dat de Japanse overheid faalde in haar reactie op de aardbeving en tsunami, nu een jaar geleden. Belangrijke informatie werd te laat doorgegeven en er werd te lang vastgehouden aan de ‘veiligheidsmythe’ rond kernenergie.

“Wij kunnen niet langer met het excuus komen dat wat gebeurd is onvoorspelbaar was en ons voorstellingsvermogen te boven ging. Crisismanagement eist van ons dat wij ons voorstellen wat misschien onvoorstelbaar is.”

‘Soteigai’, of ‘buiten ons voorstellingsvermogen’, was de term die het elektriciteitsbedrijf Tepco - beheerder van de crisiskerncentrale Fukushima Dai’ichi - meermalen gebruikte om aan te geven waarom het niet voorbereid was op de tsunami die volgde op de zware aardbeving van 11 maart. Maar meerdere wetenschappers hadden Tepco en de kerncentrale zelf al gewezen op de risico’s bij een tsunami. Er werd echter weinig gedaan. Zo bleven de noodaggregaten in de kelders van de reactorgebouwen gepositioneerd, waar ze onder water konden komen te staan.

“We kunnen achteraf zeggen dat uit de overheid, het bedrijfsleven en wetenschappers een mythe van veiligheid sijpelde. Die verantwoordelijkheid moet worden gedeeld.”

Noda sprak in zijn residentie met diverse journalisten om de ramp, waarbij bijna 20.000 mensen omkwamen, te herdenken. Hij zei dat Japan belangrijke lessen heeft geleerd om beter voorbereid te zijn op tsunami’s en stroomuitval. Door het uitvallen van de stroom na de tsunami raakten verschillende reactoren in Fukushima oververhit, waardoor de ergste nucleaire crisis sinds Tsjernobyl ontstond.