'In 2002 vroeg ik al of Ahold ons wilde kopen'

Supermarktconcern Ahold neemt bol.com voor 350 miljoen euro over. Daniel Ropers, de jeugdige directeur van de internetwinkel, vindt dat ‘kicken’. „Deze samenwerking biedt voordelen die financiële aandeelhouders nooit kunnen bieden.”

Als junior consultant bij McKinsey schreef Daniel Ropers in 1998 – toen 26 jaar oud – mee aan het eerste bedrijfsplan voor een online winkelkanaal voor het Duitse mediaconcern Bertelsmann. Dit plan zou uiteindelijk tot een van succesvolste Nederlandse webwinkels leiden, waarvan hij zelf algemeen directeur werd. Afgelopen week is bol.com voor 350 miljoen euro verkocht aan supermarktconcern Ahold.

Weet u nog wat de prognoses waren voor het Nederlandse deel in dat bedrijfsplan?

„Ik kan me nog drie zaken herinneren. We zouden zeven of acht jaar verlieslatend zijn voordat we winst zouden gaan maken. Dus de investeringen van zo’n 60 miljoen euro in Nederland zouden pas vanaf 2006 worden terugverdiend. De Nederlandse omzet zou in 2010/2011, op zo’n 50 miljoen euro moeten liggen. En er zouden dan 25 mensen werken.”

Vorig jaar bedroeg de omzet van bol.com 355 miljoen en u heeft vierhonderd medewerkers.

Lachend: „Een paar dingen zijn wel wat sneller gegaan, ja.”

Wanneer voorzag u dat de zaken in Nederland zich veel sneller zouden ontwikkelen dan destijds was voorgespiegeld?

„Bertelsmann richtte zich vooral op de grote thuismarkten Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, maar ik was ervan overtuigd dat het veel kleinere Nederland bij uitstek geschikt was voor het idee van online winkelen. We zijn relatief welvarend, we zijn een lezende natie en we waren toen wereldkampioen cd’s kopen. Bedrijfsmatig lag er al een goede infrastructuur met een efficiënt werkende postmarkt, een betrouwbaar bancair systeem een goed kabelnetwerk.”

Waarom besloot u al snel om zelf ook bij bol.com te gaan werken?

„Ik was zo overtuigd van het succes van het plan, het voelde als mijn eigen baby. Ik wilde graag bij de geboorte zijn en het kind helpen opgroeien.”

Al na drie jaar – de internetbubbel was gebarsten – wilde Bertelsmann ermee stoppen. Waarom wilde u doorgaan?

„Het liep in die eerste jaren inderdaad stroef. Bertelsmann wilde van ons af, bol.com als geheel kostte veel geld. Maar juist in Nederland zag ik dat onze klanten tevreden waren: ze bleven terugkomen. Ik voorzag dat we niet na zeven maar na vijf jaar winstgevend zouden worden. Het bedrijf was evenwel onverkoopbaar. Het was 2002, de hype was over, niemand wilde meer in internet stappen. Na lang aandringen kreeg ik een half jaar de tijd om voor Nederland een koper te vinden. Ik heb met zeker tien partijen gesproken. Ik had zelfs nog even met Ahold gebeld. Maar toenmalig financieel directeur Michiel Meurs had geen interesse. Op de valreep vond ik drie Duitse investeerders, waaronder twee mediabedrijven.”

Bij de volgende crisis, in 2008, wilden ook zij weer van u af. U kreeg twee Nederlandse private-equityfirma’s als aandeelhouders, Cyrte Investments en NPM. Hun opdracht was vast: probeer die tent zo snel mogelijk door te verkopen voor zo veel mogelijk geld.

„Helemaal niet. Zij zagen het groeipotentieel van het bedrijf en gaven ons alle ruimte om die groei te bereiken.”

Maar waarom besloten zij na vier jaar bol.com alweer te verkopen? Cyrte en NPM hebben naar schatting ruim driemaal hun inleg terugverdiend.

„In 2009 was ik twee economische crises en een recessie wijzer. Als er straks wéér eentje komt, dacht ik, dan zouden de belangen van het bedrijf en die van de aandeelhouders weleens uiteen kunnen gaan lopen. Dat wilde ik voor zijn, en dus ben ik heel voorzichtig, in goed overleg met de eigenaren, gaan nadenken over toekomstige strategische stappen.”

Dus u hebt Ahold benaderd en niet andersom?

„Eind 2009 zaten wij, de directie van bol.com, al te filosoferen over de vraag wie op de lange termijn de beste partner zou zijn. Daar kwam uit dat Ahold een hele goeie zou zijn. We hebben de aandeelhouders gevraagd wie van hen iemand bij Ahold kende. Binnen no time was er een afspraak met Dick Boer [de huidige topman, toen nog bestuurslid, red.]. Eind vorig jaar was het Ahold die contact zocht met onze aandeelhouders. ‘Wij zijn er klaar voor’, zei Boer. ‘Kunnen we eens praten?’ Wij hadden op onze beurt al aan de aandeelhouders laten we weten dat wij a priori enthousiast zijn over Ahold. Toen was het snel rond. Het kon ook bijna niet meer fout gaan. Deze samenwerking is zó logisch.”

Leg eens uit.

„Dit is kícken. Het biedt zo veel voordelen voor onze klanten. In de Benelux is de online markt voor zo veel producten nog niet goed ontwikkeld. Wij zullen ons assortiment gaan uitbreiden – binnenkort komen we met nieuws. Dankzij Ahold krijgen wij extra ruimte voor onze plannen, ook in financiële zin. Verder gaan we de samenwerking zoeken met Aholds winkelnetwerk, de afleverpunten die zijn aangekondigd. We kijken of bol.com-klanten daar ook van kunnen profiteren.

„We worden weliswaar onderdeel van de Aholdfamilie, maar bol.com blijft wel autonoom. Ahold voelde heel goed aan hoe belangrijk dat voor ons is. Daarover hoeven we geen harde afspraken te maken, het is duidelijk hoe Ahold hierover denkt.

„Deze samenwerking biedt allerlei praktische voordelen die financiële aandeelhouders nooit kunnen bieden. Dat maakt Ahold voor ons een stabielere partner dan een investeringsmaatschappij die ons koopt met het oog op waardeontwikkeling.”

Wehkamp, uw grootste concurrent, staat te koop. Bol.com werd genoemd als mogelijke koper.

„Dat was ook zeker geen slecht idee. Natuurlijk hebben wij ons in dat bedrijf verdiept. Maar de samenwerking met Ahold biedt meer voordelen. Bovendien is onze concurrent niet per se Wehkamp of Zalando, het zijn álle winkels waar mensen vaker kopen dan bij ons.”

U deelt riant mee in de overnamesom – het management heeft 10 procent van de aandelen. Toch blijft u aan. Zo’n overname is natuurlijk hét moment om iets anders te gaan doen.

„Waarom zou ik? Ik denk dat Nederland over vijf jaar nog niet eens op de helft is van alle mogelijkheden die internet biedt. En wij zijn dé experts in e-commerce. Ook nu zeg ik weer: daar wil ik bij zijn.”