Ik leerde m'n echte vrienden kennen

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Een vrouw ligt doodsbang op de operatietafel. Ze vraagt aan God: hoe lang heb ik nog te leven? God antwoordt: twintig jaar en anderhalve maand. Na de operatie is de vrouw zó opgelucht dat ze meteen ook een facelift neemt, en borstvergroting, en liposuctie. Ze verlaat het ziekenhuis en komt onder de tram. Kwaad roept ze tegen God: ‘U zei dat ik nog twintig jaar te leven had?!’ En God sprak: ‘Och jee, ik had je niet herkend.’

„Ha! Vind je het geen goeie? Ja, ik ben dol op moppen. Ik vertel ze graag, om andere mensen en mezelf op te vrolijken. En dit is er één met een wijze les.

„Mijn leven kan pats, boem voorbij zijn. Dat is de realiteit wanneer je, zoals ik, een herseninfarct hebt gehad. Anderhalf jaar heb ik het loodzwaar gehad. Regelmatig heb ik gedacht: was ik maar dood. Kort na het infarct dacht ik: waarom zou ik m’n best doen om weer op te krabbelen, binnenkort is ’t toch afgelopen. Gelukkig had ik zoveel lieve mensen om me heen: mijn man, m’n familie, vrienden, het personeel en patiënten in het revalidatiecentrum. Voor hen, dankzij hen heb ik weer zin in het leven gekregen.

„In het revalidatiecentrum had ik mezelf twee doelen gesteld: ik wil weer zelfstandig naar het toilet kunnen en ik wil weer zelf koffie kunnen zetten. Beide is me niet gelukt. Toch kan ik het leven weer aan, ook al ben ik nu een gehandicapte – want dat ben ik, voor honderd procent.

„Door zo’n infarct verandert je leven letterlijk van de ene op de andere minuut. Ik was gewend te gaan en staan waar ik wilde. Ik had twee abonnementen op het Concertgebouworkest. Regelmatig ging ik met mijn man of met vriendinnen naar de musea in Amsterdam. En daarna lekker lunchen. We maakten stedentrips. Rome, Londen, Florence, Keulen. We bezochten de grote tentoonstellingen. Caravaggio. Mark Rothko. O, wat heb ik daarvan genoten!

„En toen opeens zat ik in een rolstoel en kon ik helemaal niks meer zelfstandig. In alle opzichten werd m’n kringetje heel klein. Ik leerde m’n echte vrienden kennen. Vriendinnen met wie ik het jarenlang heel leuk had gehad, deden opeens heel kortaf als ik ze opbelde. Je voelt dat ze bang zijn dat ze je rolstoel moeten gaan duwen. Die zijn dus afgevallen. Ik zit er verder niet mee.

„Gelukkig staan er veel mensen tegenover die me geweldig hebben gesteund in de afgelopen twee jaar. Laatst waren mijn man en ik 45 jaar getrouwd. Ik zei: de 50 jaar halen we waarschijnlijk niet, we gaan naar een lekker restaurant met de mensen die ons zo trouw hebben geholpen. Dat hebben ze verdiend! We hadden een heerlijke avond, met ruim twintig mensen.

„Op allerlei manieren is het gelukt opnieuw structuur aan te brengen in m’n leven. Mijn man runt het huishouden, wat een enorme prestatie is, want vroeger deed hij niks thuis. Op maandag en vrijdag ga ik naar het revalidatiecentrum voor de fysiotherapie, hulp van een psycholoog, dat soort dingen. De meiden van de thuiszorg doen fantastisch werk. Op vier vaste dagen in de week komen buren en vrienden mij voorlezen: steeds dezelfden, al sinds twee jaar, elke week. Geweldig! Het infarct heeft ook m’n oogfuncties aangetast; lezen lukt nog wel, maar het kost me veel moeite, ik houd het niet lang vol.

„Dankzij het voorlezen en luisterboeken heb ik de Nederlandse literatuur ontdekt. Tot dusver was ik vooral van de Engelse literatuur. Nu leer ik Remco Campert kennen, Renate Rubinstein, Herman Koch – ze spelen zo heerlijk met taal. Bonita Avenue van Peter Buwalda zijn we nu aan het lezen. Schitterend!

„Ik ben bezig Spaans te leren – gewoon, omdat ik m’n hersens wil blijven gebruiken. Trainen, trainen, trainen. Zo ben ik in 1988 begonnen Russisch te leren, wat ik vier seizoenen bij de Volksuniversiteit heb gedaan. Sinds vijftien jaar komt een vriendin, een Russische, elke week een uur bij me thuis om samen Russisch te praten. Me nado lasnasjdatsa! Weet je wat dat betekent? Ik moet genieten!

„Ik ben zo blij dat er na die zware tijd toch weer een goeie periode is aangebroken. De papieren voor euthanasie zijn nu ingevuld, zodat ik niet meer bang hoef te zijn voor totale geestelijke aftakeling. Ik wil niet meer leven wanneer functies zoals praten, horen, zien, m’n geheugen helemaal wegvallen. Als ik nu doodga, kan ik denken: ik heb een prachtig leven gehad. In de tijd na het infarct zou ik hebben gedacht: wat vreselijk dat m’n leven zo moet eindigen.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord