Einde van ‘weduwen- en wezenfonds’ (2)

Het aandeel Shell verliest langzaam zijn status als oerveilig ‘weduwen- en wezenfonds’, zo signaleerde deze column vorige week. De grote olieconcerns als Shell, Exxon en Mobil bezitten „de oudste en meest uitgeputte” olie- en gasvelden, zei David Field van het grondstoffenfonds Carmignac Commodities en dat maakt ze „fundamenteel onaantrekkelijk” als belegging.

Het kost steeds meer moeite en geld om de laatste resten uit die velden te persen. Field belegt daarom in de bedrijven die daarbij helpen: vervoerders van olie en gas, bouwers van boorplatforms en exploratieschepen. Fonds en beleggers spinnen garen bij deze strategie: Carmignac Commodities presteert beter dan gemiddeld.

Maar Field geeft ruiterlijk toe dat aan die mooie rendementen wel een keerzijde zit. „Grondstoffenwinning is en blijft een grote vervuiler.” Alle olie en gas raken op, niet alleen die van Shell. Oude velden leeghalen, kost steeds meer energie, nieuwe velden ontginnen vergt omstreden technieken zoals fracking, waarbij water, zand en chemicaliën onder hoge druk diep onder de grond worden gespoten om olie- en gashoudende steenlagen open te breken. We moeten wel, want zonne- en windenergie staan nog maar aan het begin van hun ontwikkeling en de vraag naar energie zal voorlopig hard blijven groeien, vooral vanuit de opkomende markten.

Topgroeier China doet én én. Het bouwt enorme windmolenparken in de Gobi-woestijn, waar het altijd waait en bijna niemand woont. Tegelijkertijd ploegen Chinese mijnbouwers half Mongolië om vanwege zijn kolenvoorraden. Steenkool is met afstand de meest vervuilende fossiele brandstof. Toch zijn de wereldwijde investeringen in kolenmijnen en kolengestookte krachtcentrales tussen 2005, het jaar van het Kyoto-klimaatprotocol, en 2010 bijna verdubbeld. Dat blijkt uit een recent rapport van Profundo, een Nederlands bureau dat economisch onderzoek doet voor internationale milieu-, mensenrechten- en ontwikkelingsorganisaties. Kern van het rapport is de naming and shaming van de twintig banken die leidend zijn in kolenfinanciering, in de hoop dat ze ermee stoppen.

David Field kan zich dat niet veroorloven, met 1,3 miljard euro onder beheer. „Wij zitten in beursgenoteerde grondstofbedrijven met een stabiele cashflow.” Niet in zon en wind dus. „Bijna al die bedrijven zitten ook in steenkool. In de meeste landen, ook de rijke, is steenkool nog steeds de voornaamste energiebron.”

Binnen de grenzen van zijn opdracht doet Field wel zijn „uiterste best om bedrijven te selecteren die goed presteren én zich fatsoenlijk gedragen”.

Op zoek naar een nieuw weduwen- en wezenfonds stuit ook de kleine belegger op een dilemma. Wat wordt het? Én én? Of óf óf: kleinschaliger, maar wel duurzaam?