De tv-mannetjes tegen de Haagse mannetjes

Veel ruzie op televisie dezer dagen. Veel zinnen die beginnen met: „Met alle respect...”, al snel gevolgd door: „Laat me uitspreken!” De roep om fatsoen is weer terug. Dit keer gaat het om journalistiek fatsoen. Want de schoffering regeert, naar het schijnt.

Drie veel besproken televisierelletjes kwamen voort uit de abdicatie van PvdA-leider Job Cohen. Martijn van Dam en Nebahat Albayrak, kandidaten voor het fractievoorzitterschap van de PvdA, werden op ruwe wijze geïnterviewd in De wereld draait door en Pauw & en Witteman. De andere rel is een ruzie tussen columniste Naema Tahir, haar partner Andreas Kinneging en PowNews-verslaggever Rutger Castricum, met bedreiging en intimidatie over en weer. Het begon met Job Cohen. Door zijn aftreden stond hij nog één keer model als de regent uit een andere tijd, die niet kon wennen aan de verruwde omgangsvormen in de politiek en op tv. Hij was daarvoor te ‘fatsoenlijk’.

Tahir vond dat Cohen het slachtoffer was van Castricum, die met zijn getreiter zo vaak de vermoeide gemelijkheid achter Cohens fatsoen naar boven had gehaald. Daarom moest er volgens haar een commissie komen – de fatsoenspolitie – die moest bepalen wie wel en wie niet op het Binnenhof mochten komen. Voor die dictatoriaal klinkende vorm van persbreidel vond Tahir weinig steun. Het leek ook meer een proefballon om discussie los te maken over journalistieke mores. Fatsoen, de gedragswet, is doorgaans ongeschreven en niet van boven op te leggen.

Maar worden tv-journalisten inderdaad onbeschofter? Volgens socioloog Dick Pels, werkzaam op het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, wel: „Wat PowNed doet is pure intimidatie.” Het programma hielp de kijkers aan de adresgegevens van Tahir en Kinneging. Daarmee lokken ze volgens Pels wraakacties uit van ‘trollen en reaguurders’. „En dan ook nog laf verontwaardigd zijn als een slachtoffer eens wat terugdoet.” Pels zegt dat Castricums confronterende stijl ook school maakt bij de andere nieuwsprogramma’s: „Het is de GeenStijl-stijl. Nieuwsuur, Ferry Mingelen, P&W, ze maken zich allemaal schuldig aan verbaal geweld: in de rede vallen, schreeuwen, mensen zinnen in de mond leggen. Het gaat alleen om de krachtmeting, om het karakter van de politici uit te testen.”

Dat PvdA-kandidaten onder handen werden genomen door Pauw, Witteman en Van Nieuwkerk noemt Pels „weer een stap verder in de verhuftering van de publieke omroep”. „Het gaat alleen nog maar om de mannetjes tegen de mannetjes, en als er een vrouwtje tussenzit, is het nog leuker. Ze kregen iedere dag een nieuwe PvdA-kandidaat om te pesten. Puur machtsvertoon.”

Nico van Eijk, hoogleraar Mediarecht aan de Universiteit van Amsterdam, ziet het allemaal niet zo zwart. Volgens hem is het onnodig en onwenselijk om nieuwe journalistieke regels te maken of een toelatingscommissie voor het Binnenhof in te stellen: „Het gaat hier om twee verschillende zaken. Die van Tahir tegen Castricum gaat om ‘overvaljournalistiek’: met draaiende camera’s op iemand aflopen die dat niet wil. En dan volhouden, ter intimidatie.” Dat is volgens hem begonnen met Breekijzer van Pieter Storms. „Ook Alberto Stegeman werkt in die traditie. Maar zij gaan veel verder dan PowNews. Intimidatie à la Storms zie ik daar nooit.”

De andere zaak, gegrild worden in P&W of DWDD, ligt volgens Van Eijk grotendeels aan de politici zelf: „Dat zijn luchtige shows, niet te vergelijken met Buitenhof of Nieuwsuur. Het gaat erom wie er zit, niet om wat hij zegt. Het is live; daar zijn risico’s aan verbonden. Als je dat niet wil, moet je in een saai, vooraf opgenomen programma gaan zitten.” Voor Pauw, Witteman en Van Nieuwkerk is een goed gesprek niet per se het doel. Een mislukt gesprek, met ruzie, biedt immers meer spektakel, spannender televisie.

Ton Planken kent zowel de politieke als de journalistieke kant: vroeger werkte hij voor de NOS, onder meer bij Den Haag Vandaag, nu geeft hij mediatrainingen aan politici: „Fatsoen? Ik was de eerste journalist die de minister-president geen ‘excellentie’ noemde. Dat was toen een enorme rel.”

Ja, journalisten zijn vrijer geworden in de omgang met politici, zegt Planken. „Van mij mag alles, ook undercover- en overvaljournalistiek. Als je die middelen maar gebruikt om de essentie bloot te leggen, om inzicht te krijgen in macht en leiderschap. Nu zie je dat die vrijheid wordt gebruikt om politici te pesten, of hoogstens om te praten over de randverschijnselen: ‘Heb je ruzie met hem?’ ‘Hebben jullie nog gehuild in de fractie?’ Dát ergert mij, als kijker. Niet de brutaliteit.”

Planken kaart nog een ander probleem aan: zodra de PvdA-kandidaten op tv wel de ruimte kregen om iets over ‘de inhoud’ te zeggen, kwamen er slechts gemeenplaatsen uit. „Je moet je altijd afvragen: is de betrokkene in staat tot het origineel formuleren van verrassende standpunten? Zo niet, dan moet hij niet gaan.”