De terriër van het kabinet, machtig én geliefd

In het onderwijs is ministerMarja van Bijsterveldt komende dinsdag het mikpunt van een landelijke demonstratie. Binnen het CDA lijkt ze de ideale kandidaat voor het politiek leiderschap. De achterban ziet haar niet als een favoriet.

De hort op met Marja van Bijsterveldt – een van de machtigste ministers en meest geliefde CDA’ers – kan dan wel gezellig, vrolijk en aangenaam zijn, het is vooral ontzettend tijdrovend. Iedereen die haar aanspreekt, „krijgt een aardig woordje”. Ze vraagt elke onbekende wat hij of zij doet of vindt. En een grapje kan er altijd van af.

Het gevolg daarvan? „Als je om vijf uur de deur uit wilt zijn”, zo verzucht een naaste medewerker, „moet je al om drie uur aanstalten maken voor vertrek.”

Een voorbeeld: in november was Van Bijsterveldt bij de christelijke scholengemeenschap De Goudse Waarden in Gouda. Ze zat in een rolstoel, haar voet in het gips, nadat ze op een conferentie in Gdansk was uitgegleden en een botje had gebroken. Ben Krijgsman, teamleider Techniek van de vmbo-afdeling, mocht haar rondleiden. „Ze wilde meteen naar de werkvloer, praten met docenten en leerlingen. Alle lagen moesten er tussenuit. Geen managers.”

In de praktijklokalen bevroeg Van Bijsterveldt leerlingen en personeel: wat vonden ze van de verplichte eindtoets rekenen en taal die dit jaar wordt ingevoerd? Krijgsman: „Wij hebben veel jongeren die liever met hun handen werken. Voor hen kan zo’n toets een probleem zijn. Daarop had ze haar antwoord paraat: ze zit goed in de dossiers.”

Aan het eind van het bezoek sprak Krijgsman met Van Bijsterveldt over het verbeteren van de aansluiting tussen vmbo en mbo. „Ze vond dat ik goede ideeën had. Ik werd uitgenodigd op het ministerie om hierover verder te praten met een ambtenaar. Ik stem niet op het CDA, maar ik was onder de indruk van haar bezoek. Ze nam echt de tijd voor ons.”

De komende weken worden spannend voor Marja van Bijsterveldt. In politiek Den Haag lijkt het over niets anders te gaan dan de zogenoemde tussenformatie waarin het kabinet nieuwe bezuinigingen moet vinden, maar voor haar komen juist buiten het Binnenhof twee lijnen bij elkaar. Komende dinsdag staken tienduizenden leraren tegen de bezuinigingen van 300 miljoen euro op het passend onderwijs voor kinderen met leerproblemen. En nu regeringspartij CDA de nieuwe partijlijn heeft gepresenteerd, wordt onder de leden in het land, gemeenteraadsleden, wethouders en provinciaal bestuurders continu gesmoezeld over die nieuwe leider die uit zichzelf mag opstaan. Is zij kandidaat? Gaat Marja het doen?

Vraag haar medewerkers, mensen in de partijtop of zelfs tegenstanders in de onderwijswereld naar haar, en de complimenten over ‘Marja’ buitelen over elkaar heen. Mensen mogen al snel Marja zeggen.

„Marja wil nooit polariseren, altijd verbinden.”

„Marja heeft een persoonlijkheid waarbij iedereen zich op z’n gemak voelt. En een spel is dat niet.”

„Marja heeft charme.”

„Marja heeft meer emotionele intelligentie dan welke andere politicus dan ook.”

Of, in de overtreffende trap, uit de mond van onderwijsbestuurder Leonard Geluk: „Ik ben fan van haar.”

Over de mens Marja van Bijsterveldt niets dan goeds, maar dinsdag staat de Amsterdam Arena wel vol boze leraren. Zij krijgen de komende jaren meer probleemleerlingen in de klas, terwijl er op de zorg voor deze kinderen juist fors wordt bezuinigd.

Kete Kervezee, voorzitter van de PO-raad, de koepel van schoolbesturen in het primair onderwijs, noemt het „tragisch” dat Van Bijsterveldt dit dossier onder zich heeft. „Dit overschaduwt haar andere activiteiten. Je ziet dat ze ermee worstelt.”

Van Bijsterveldt is zeer betrokken bij het onderwijs, zegt Kervezee, maar ze zit vast aan het regeerakkoord. „Nu moet ze die betrokkenheid in overeenstemming zien te brengen met het feit dat ze 300 miljoen euro moet bezuinigen op het onderwijs voor deze kwetsbare leerlingen. Dat breekt haar op; de mensen lopen tegen haar te hoop.”

Wim Kuiper, voorzitter van de

Besturenraad, de vereniging van christelijke scholen, vindt het „opmerkelijk” dat Van Bijsterveldt beleid waarvoor ze zelf niet zou hebben gekozen „zo goed kan verdedigen”. „Ze is eerlijk: dit is het regeerakkoord. Dat moet ik uitvoeren. Ze is geen mooiweerminister. Ik heb hierover stevige discussies met haar gehad, maar het is moeilijk een heel gesprek boos op haar te blijven.”

Ja, het maatschappelijk middenveld kan het goed met haar vinden, zegt Walter Dresscher, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb). „Al die bestuursraden zijn immers mede de creatie van het CDA. Maar het zou mooi zijn als ze eens wat beter luisterde naar de mensen die het échte werk doen, de leraren.”

Vanuit de AOb kwam vorige maand zeer scherpe kritiek op Van Bijsterveldt, op een toon die ze niet gewend is. Een bestuurslid trok haar intellectuele capaciteiten in twijfel en noemde haar „de slechtste minister van Onderwijs ooit”.

Dresscher heeft zijn excuses aangeboden voor deze bewoordingen, maar inhoudelijk neemt hij niets terug van de kritiek. „Ik heb veel met haar gesproken over de nadelige gevolgen van de bezuinigingen op passend onderwijs, maar ze wil niet luisteren naar goede argumenten. Daarom ben ik op een gegeven moment weggelopen uit het overleg. Dat vind ze erg jammer, zegt ze, maar ze is niet bereid een paar kruimels onze kant op te gooien. In het persoonlijk contact is ze allercharmantst, maar wat heb je daaraan op zo’n moment?”

Het gemak waarmee Marja van Bijsterveldt (Rotterdam, 1961) met mensen omgaat, is wellicht terug te voeren op het begin van haar werkzame leven. Na een opleiding verpleegkunde-A werkte ze van 1981 tot 1990 in de gezondheidszorg. Ze was – en dat weten maar weinigen – als ondernemersdochter op haar achttiende eerst een half jaar lid van de JOVD. Die werd ingeruild voor de jongerenbeweging van het CDA.

Toen het gezin Van Bijsterveldt naar Almere verhuisde, kwam de dominee langs om hen te verwelkomen. Hij was voorzitter van de lokale CDA-afdeling en had twee functies te verdelen. Wilde ze liever de kerkenraad in of toch gemeenteraadslid worden? Van Bijsterveldt, 27 jaar oud, belde met haar moeder. Die zei alleen maar: „Als lid van de kerkenraad moet je wel levenservaring hebben.”

Zo werd het de politiek. In 1990 werd ze wethouder in Almere, vier jaar later volgde de promotie: burgemeester van de Zuid-Hollandse gemeente Schipluiden. Ze was de jongste burgemeester van Nederland. Daar woont ze nog steeds, haar man is er CDA-gemeenteraadslid. Ze bleef tot 2003 burgemeester, waarna ze zich stortte op het voorzitterschap van haar partij. Ze was de eerste gekozen voorzitter van het CDA – en de laatste die onomstreden was.

Zij kon het land in zonder op smalende blikken getrakteerd te worden. „Ze zag en ziet ie-der-een altijd staan”, zegt Jeroen Alting von Geusau, hoofd externe communicatie van de NS, eerder een van de twee kandidaten om haar op te volgen.

Voor haar alomtegenwoordigheid moet Van Bijsterveldt persoonlijk de nodige offers brengen. In privékring zegt ze vaak dat „het CDA mijn tweede grote liefde is”. De vrijdagmiddag is voor haar eerste liefde. Haar man Antoine gaat dan naar de golfclub, drinkt daar wat met vrienden. Als de ministerraad is afgelopen, voegt Van Bijsterveldt zich bij hen. En dan gaat het echtpaar naar Delft, naar dezelfde pizzeria, elke week opnieuw. Ze zitten vaak aan dezelfde tafel, dicht genoeg bij het raam om naar buiten te kunnen kijken, ver genoeg om niet herkend te worden. Ze drinken dan een glas rode wijn, bij voorkeur een Barolo, en terwijl haar man varieert met pasta’s en pizza’s bestelt Van Bijsterveldt altijd hetzelfde – de pizza quattro formaggi.

Van Bijsterveldt is toegewijd en vasthoudend. Een illustratie van dat laatste: sommige kabinetsleden hebben haar de bijnaam ‘de terriër’ gegeven. Een blijk van het eerste: ze heeft al sinds het begin van de mobiele telefonie hetzelfde nummer – hoe kunnen vrienden of contacten van vroeger haar anders bereiken?

Lianne Dekker is zo’n oude vriendin, van voor Van Bijsterveldts gang naar Den Haag. Ze was vorig jaar ernstig ziek. „Marja liet vaak van zich horen: even bellen, een kaartje, bloemen. Ze heeft van al mijn vriendinnen de drukste agenda, maar dat zou je op zo’n moment niet zeggen.”

Zelf hoeft Van Bijsterveldt maar zelden uit de put gehaald te worden, zegt Dekker. „Niet dat ze een heel dik pantser heeft, maar als het even wat minder gaat, weet ze snel weer ergens kracht vandaan te halen: een inspirerende lezing, of een uitvoering van de Matthäus Passion.”

Als Van Bijsterveldt eens vrije tijd heeft, gaat ze graag naar buiten, zegt Dekker. „We wandelen vaak, met daarna een wijntje in het café. Ook varen we regelmatig samen. Met een motorbootje, geen zeilboot. Het varen zelf moet niet te veel werk zijn, het gaat ons er vooral om dat we lekker de tijd hebben om te praten.”

Als Dekker een slechte eigenschap van haar vriendin moet opnoemen, is het lang stil.

„Ze is zeer gedreven. Soms is dat zwaar voor haar omgeving. Dan zie je mensen denken: wow, kunnen we even stoppen? Niet iedereen heeft die tomeloze energie.”

Hugo de Jonge is CDA-wethouder in Rotterdam (Onderwijs) en was jarenlang haar politiek adviseur – een functie die het midden houdt tussen raadgever, agendabewaker en tassendrager. Later was hij een van haar belangrijkere ambtenaren. Hij weet waarover Dekker praat. „Ze is veeleisend. Streng voor zichzelf. Heel calvinistisch.” Ze werkt „waanzinnig lang en hard” en is, daarom, „zeker geen minister van feesten en partijen”, zoals haar voorganger Ronald Plasterk wel werd genoemd.

Van Bijsterveldt „is constant bezig, laat zich nooit verrassen”, zegt een van haar naaste medewerkers die anoniem wil blijven. Niet in elke functie past een openbaar oordeel over de minister. Ze is laat thuis – „lastig voor mensen om haar heen om mee te werken” – slaapt weinig en alleen tussen half twaalf ’s avonds en half zeven ’s ochtends zou ze niet bezig zijn met haar werk. De Jonge weet wel beter: „Ze zit elke ochtend al om zés uur op de hometrainer”.

Na haar val in Gdansk weigerde ze daar naar de dokter te gaan met haar voet, zegt een medewerker. „Ze verbeet de pijn. Pas toen we na twee dagen terug waren op Schiphol, ging ze naar de Eerste Hulp. Toen bleek: gebroken.”

Van haar medewerkers eist ze ook veel, weet De Jonge. „Het resultaat telt voor haar, niet het proces.” Kom dus niet aan met tussenstanden. Vertel gewoon dat het gelukt is. „En oh ja, als het een 9 kan zijn, dan moet je niet met een 8,5 bij haar aankomen.”

Het geloof is een belangrijke motivatiebron, zeggen mensen uit haar omgeving. Wim Kuiper, voorman van de christelijke Besturenraad, zegt dat ze haar geloof niet opzichtig uitdraagt, maar dat het toch duidelijk aanwezig is. „Je moet jezelf niet te belangrijk maken, maar dienstbaar zijn waar je geroepen bent, vindt ze. Dat vind ik christelijk. Een minister is niet meer waard dan een leraar.”

Een hardwerkende, warme, gelovige vrouw met ruime bestuurservaring: is Van Bijsterveldt eigenlijk niet gewoon de ideale kandidaat voor het politiek leiderschap van het CDA?

Ze doet er in ieder geval alles aan om met haar partij in contact te blijven. Waar vicepremier Maxime Verhagen zich hoe langer hoe meer onttrekt aan de partij en haar leden, blijft Van Bijsterveldt het land in trekken. Sinds het begin van dit politieke jaar, afgelopen najaar, is ze op ten minste zestien bijeenkomsten geweest.

Het draagt bij aan haar aanhoudende populariteit en bekendheid. Maar het heeft zich nog niet vertaald in een breed gedeelde wens om haar partijleider te maken.

Zo vroeg deze krant samen met onderzoeksbureau OverheidinNederland.nl eerder de circa tweeduizend CDA-bestuurders en -politici in het land, de harde kern van de partij, wie ze het liefst als nieuwe partijleider zien. Oud-minister Camiel Eurlings en huidig minister Jan Kees de Jager wonnen overtuigend; ieder kreeg ongeveer een kwart van de stemmen. Daarna volgden vijf andere namen (onder anderen Henk Bleker en Maxime Verhagen). En pas daarna kwam Marja van Bijsterveldt.

Jeroen Alting von Geusau, lid van een van de commissies die het CDA aan het hervormen zijn, zegt dat ze het wel zou kúnnen, „maar ik weet niet of ze het moet wíllen”.

Dit soort adviezen is, zoals met alles als het om Van Bijsterveldt gaat, vriendelijk, subtiel en zacht geformuleerd. Je moet tussen de regels lezen. „Moet je het jezelf wel aandoen, Marja, om weer zo lang mee te doen in het politieke speelveld?”, zegt Alting von Geusau. „Dit is een allesbehalve dankbare baan – dit doe je niet voor je plezier.”

Van Bijsterveldt is boven alles een goede vakminister, oordeelt onderwijsbestuurder Geluk. „Ze kan straks terugkijken op een mooie periode.”