De islam in Nederland is een feit

Ali Eddaoudi (38) is geestelijk verzorgerin het leger en staat aan de basis van de eerste gebedsruimte voor moslimmilitairen. Hij wordt ‘legerimam’ genoemd, maar de kolonel is geen imam. „Een mondige moslim wordt al snel als radicaal beschouwd.”tekst foto

Gebedsruimte

„Deze maand openden we de eerste gebedsruimte voor moslimmilitairen in Amersfoort. Jazeker, met halalhapjes. Het is een mijlpaal. Een gebedsruimte is heel basaal. Je hebt een plek nodig waar je kunt bidden, je even kunt terugtrekken, een boek kunt lezen, een kaarsje kunt aansteken voor een overleden collega. Terug kunt denken aan een moeilijk moment op missie. Zo’n plek is geen overbodige luxe. Er werken 3.000 tot 4.000 moslims bij defensie. Burgers meegerekend. Toch wordt krampachtig gedaan over de gebedsruimte. In gevangenissen en ziekenhuizen is het heel normaal. Op de hogeschool waar ik studeerde, wilden wij, moslimstudenten, een gebedsruimte. Dat lukte. Als studenten nu zoiets willen, krijgen ze kritiek. Zo van: de ruimte is alleen voor moslims. Nou en? Ik sta nogal makkelijk in het leven. Geef ze die ruimte, dan ben je er vanaf. ”

Kamervragen

„Natuurlijk zijn er Kamervragen van de PVV over de gebedsruimte. Die waren er ook over mijn aanstelling. Ik had harde dingen geschreven over de Nederlandse samenleving in mijn columns. Ik had er afstand van genomen. Achteraf gezien schreef ik dingen die niet bij mij pasten. Ik ben vrijwel altijd beleefd en respectvol, ik wil niemand beledigen. Minister-president Balkenende vergeleek ik met een deurmat. Ik zou hem een brief willen schijven en zeggen dat dat me spijt. Dat ik het niet persoonlijk bedoelde. Ik wilde het scherp zeggen. Te scherp, achteraf. Ik vind dat ook niet bij een moslim passen.”

Breda

„Op mijn zevende kwam mijn vader mij, mijn moeder en broers en zusje ophalen in Marokko. We gingen naar Breda. Ik was verrukt over de kranen en de gladde vloeren in het nieuwe huis. Ik heb later in andere steden gestudeerd en gewerkt, maar mijn bed bleef in Breda. Ik voelde me er meteen thuis. Toch voelde ik me mijn hele jeugd Marokkaans. Vooral door de reactie van anderen. Ken je dat spelletje, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, kusje geven? Ik mocht niet meedoen. De andere kinderen vonden me donker en vies. Ik ben flink gepest. Als ik er soms met een Marokkaanse vriendje uit frustratie op los mepte, dan konden we het helemaal wel schudden.

„Mijn zoons voelen zich Marokkaan. Ik lach ze uit, ze kennen Marokko nauwelijks, ze spreken de taal niet. Hun moeder, mijn vrouw, is Nederlandse. Jullie zijn kaaskoppen, zeg ik dan. Maar mijn zonen worden als Marokkanen gezien en dat voelen kinderen meteen.

In mijn privé-auto word ik soms zonder aanleiding aangehouden. Rijbewijs checken, bellen of de auto niet gestolen is. Dat gebeurt jou niet. Het komt door mijn uiterlijk. Ik til er maar niet zwaar aan en blijf correct. Maar een ander geeft een grote bek en dan heb je de poppen aan het dansen.

„Ik dweep niet met Marokko. Ik heb niet zoveel met het land. Mijn hart wordt warm als ik op Schiphol land, dat heb ik niet bij een landing in Casablanca.”

Hirsi Ali

„Ik ben bekend geworden door het debat met Ayaan Hirsi Ali in Rondom Tien. Ik kreeg niet de kans om inhoudelijk te reageren. Ik ben toen boos opgestaan en weggelopen. Dat zou ik nu niet meer doen. Desnoods zou ik zwijgen, maar wel blijven zitten. Ik was 24 jaar toen ik in allerlei talkshows zat. Een broekie. Wat wist ik nou van de wereld? Eindelijk een moslim die goed uit zijn woorden kon komen en wat durfde te zeggen. Er was niemand die me tegen mezelf in bescherming nam. Ik heb er veel van geleerd. Helder en strak formuleren. En ik weet nu wat voor een impact je woorden kunnen hebben. Vooral als je ze op de televisie uitspreekt. ”

Hoofddoek

„Er is weinig discussie meer over de hoofddoek. Nu hebben we de gezichtssluiers. Het gaat om driehonderd, vierhonderd gevallen? Het gaat nergens over. De moslims zijn sowieso veel minder gespreksonderwerp. Nederlanders zijn er moe van: niet wéér die moslims. De islam in Nederland is een feit. Daar valt echt niets aan te doen. We zullen elkaar moeten accepteren en tolereren. Dat geldt voor alle groepen: christenen, moslims, joden, homo’s.”

Vier muren

„Ik krijg hier van alles op mijn bordje. Een uitzending heeft veel impact. Jongens die iemand om het leven hebben gebracht, maar daar thuis niet over kunnen praten. Of misschien kan het wel, maar durven ze niet. Het ligt als een steen op hun maag. Soms zitten hier mannen van twee meter lang en anderhalve meter breed te huilen. Jonge mannen die homo zijn, komen praten. Ze zitten klem. De familie verwacht een bruiloft met een islamitisch meisje. De druk om aan die verwachtingen te voldoen is groot. Meisjes die dreigen te worden uitgehuwelijkt zie ik ook. Gelukkig niet vaak.

„Ik luister. Het is vaak al een hele opluchting dat ze hun verhaal kwijt kunnen. Ze weten dat het tussen vier muren blijft.

„Autochtone Nederlanders uiten thuis hun zorgen en problemen makkelijker. Die bespreken persoonlijke problemen tijdens het avondeten. In Marokkaanse en Turkse gezinnen werkt dat niet zo. Je wordt sneller veroordeeld als je niet binnen het plaatje past. ”

Turks meisje

„Ik ben er voor ál het defensiepersoneel. Ook voor niet-militairen. De meeste mensen die langskomen zijn moslim. Een moslim is een moslim, denken Hollanders. Maar de verschillen zijn enorm. Een Nederlandse Turk of Marokkaan verschilt enorm van een Pakistaanse of een Afghaanse jongen.

„Ik krijg veel verzoeken om hulp. Ook van buiten het leger. Die kan ik er niet bij doen. Er is een groot tekort aan begeleiders die een hulpvraag kunnen bespreken en die oog hebben voor de achtergrond van de persoon. Een Turks meisje dat zou worden uitgehuwelijkt, vertelde dat een psycholoog zei: ‘Kom voor jezelf op!’ Zij had dat nooit geleerd. Haar hele leven hadden haar vader en haar broers voor haar beslist. Daar moet je oog voor hebben.”

Halal

„Halalvoeding is belangrijk voor vrijwel alle moslims. Ook voor moslims die niet dagelijks vijf keer bidden. Of die af en toe een pilsje drinken. Religie is persoonlijk. Ik ga niet over de invulling. Dat doet een imam. Die zegt: wees goed, bid vijf keer per dag, drink geen alcohol. Hij leidt z’n schaapjes. Ik ga uit van de vraag. Als moslimmilitairen halal willen eten, doe ik daar mijn best voor. De cateraar werkt graag mee, maar halal eten bereiden is een kunst op zich. Dat moet je veel mensen uitleggen. Ook de kantinemedewerkster; dat een soep niet halal wordt als je de worstjes eruit vist.”

Moslims

„Moslims laten nog steeds te weinig van zich horen. We missen mensen die ons vertegenwoordigen. Een mondige moslim wordt al snel als radicaal beschouwd. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Net kaaskoppen, eigenlijk. Ze vinden het belangrijk wat anderen van hen vinden. We zijn opgevoed om aardig gevonden te worden. Altijd blijven lachen, ook als iemand klootzak tegen je zegt.

„Er is veel onzekerheid onder moslims. Anderen zien hen als allochtoon, dus blijven ze zichzelf ook als allochtoon zien.

„Moslims zijn op zoek naar erkenning. Mag ik hier zijn? Oh wat fijn, dank je wel. Hou op! Natuurlijk mogen wij hier zijn, dat is een basisrecht.”