De Dood is natuurlijk ook maar een mens

Arjen Fortuin neemt deze week de stapel binnengekomen boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met geestige vrouwen, een gesloten land en een korte Reagering.

De week waarin Paulien Cornelisse niet alleen de eerste, maar ook de tweede plaats in de Bestseller 60 inneemt, is alleen daarom al de week van de grappige vrouwen. Dan verschijnen er ook nog columnbundels van Sylvia Witteman (De Volkskrant) en Renske de Greef (nrc.next), bij dezelfde uitgeverij én met titels die ongeveer hetzelfde beloven. Tot dusver niets aan de hand (De Arbeiderspers, 144 blz. € 12,50) en Geen paniek! (De Arbeiderspers, 240 blz. € 12,50). Witteman is al jaren de ongekroonde koningin van de lach-of-ik-schiet-column. Dat het haar in haar nieuwe bundel om méér te doen is, blijkt al dadelijk uit de openingscolumn ‘De Dood’, waarin het onder meer gaat om de man die zich vorig jaar op de Dam in brand stak, een levend standbeeld dat De Dood speelt en een vuurspuwer. Het levert geestige zinnetjes op (‘het waren mooie meisjes, en de Dood is tenslotte ook maar een mens’), maar het blijft korter hangen dan de schrijfster bedoeld zal hebben. Dan liever moppen zoeken in columns over dokters-, glasbak- of kappersbezoek, waarbij dat laatste je een idee geeft van hoe zenuwslopend het is om de roddelpers serieus te nemen.

Witteman staat ook op de voorkant van Renske de Greefs bundel met de aanbeveling ‘zeer geestig’. Geestig is De Greef inderdaad, zij het minder mitraillerend dan haar blurbleverancier. In haar columns gaat het meestal om sociaal ongemak, wat tussen voorspelbare onderwerpen – Ikea, Efteling, Facebooketiquette – soms ineens iets bijzonders oplevert. Nee, niet de kwestie van hoe je een wc-rol aan de houder hangt, al is dat een unique selling point van de columniste De Greef. Wel een mooi stukje waarin ze een teddyberenbeurs bezoekt, een bos bloemen aan een ouder echtpaar geeft of wreed de duiven van haar balkon verbant. Dan wordt er een ongemak opgeroepen dat niet weggelachen kan worden – materiaal voor een volgende bundel die ‘Wel paniek!’ heet.

Paniek is een groot woord, maar ernstig is het ongemak dat oud-NRC-journaliste Froukje Santing overviel toen ze na zeventien jaar correspondentschap in Turkije terugkeerde naar Nederland: ‘een verongelijkte, naar binnen gekeerde samenleving. Een verbitterd land’, schrijft ze in Dwars op de tijdgeest. Hoe ik Nederland aantrof toen ik terugkwam (De Geus, 190 blz. € 18,99). Het boek zoekt de ‘doorleefde werkelijkheid’ van dat naar binnen gekeerde land en vindt die in boeken, opiniestukken en vooral in veel ontmoetingen, zoals die met Kamerlid Nebahat Albayrak die na jaren ineens op haar afkomst werd aangesproken. ‘Haar identiteit was niet langer haar zelfgekozen levensverhaal.’

Dat je een eind kunt komen met energie en een goed zelfgekozen levensverhaal blijkt uit Bibikov for President. Politiek, poëzie & performance 1981-1982 (Lebowski, 222 blz. € 19,90). Martijn Haas portretteert daarin Mike Bibikov, de man die begin jaren tachtig met zijn politieke partij De Reagering door Amsterdam denderde. Het huis van de straatrebel was verrassend ordelijk, blijkt uit een van de enthousiasmerende anekdotes die Haas optekende: ‘bijna pijnlijk netjes met enkel hier en daar wat Reageringsparafernalia’. En poëzie: ‘een kleurengedicht, een hermetisch volgeschreven pak papier met tekst genoteerd in diverse kleuren’. Voordat de Reagering in de buurt van het pluche komt, heeft Bibikov er alweer de brui aan gegeven, gegrepen door de roes. Het nachtburgermeesterschap bestond toen helaas nog niet.

In dezelfde periode stond schaker Jan Timman tweede op de wereldranglijst, achter Karpov, maar voor Kortchnoi en Kasparov. Timman portretteerde een aantal van de grootste collega’s uit zijn loopbaan in Schakers (De Bezige Bij, 238 blz. € 17,90). Er staan mooie anekdotes in, zoals de Amerikaan Tarjan die na een partij tegen Karpov concludeerde: ‘Hij heeft geen ziel.’ Timman raakt nergens in vervoering, wat prettig leest, maar je soms wat ongeduldig maakt. Moeten we echt weten dat Judit Polgar hem complimenteerde met zijn punctualiteit? Het ene echt schitterende stuk gaat over een schaker die Timman nooit zelf meemaakte, de legendarische wereldkampioen Alexander Aljechin, en vooral over een zak met porseleinen blauw en oranje schaakstukken waarvan een Portugese winkelier beweert dat ze ‘speciaal voor de meester’ zijn gemaakt. Timman koopt de stukken en gaat op onderzoek uit. Het zal toch niet?

Arjen Fortuin