Brieven

Dimlicht (2)

Volgens F. de Lege in de brief ‘Dimlicht’ (Wetenschapsbijlage, 25 februari) leert de ervaring in Zweden dat de snelweg veiliger wordt als de auto’s overdag hun lichten aanhebben. Hoe weet men dit zo zeker? Is het proefondervindelijk aangetoond ? Als autosnelwegen verlicht worden, neemt het aantal ongelukken niet af. Want als een autoweg verlicht wordt gaat men harder rijden.

Ik heb ook in Zweden gereden en daarbij ervaren dat de omstandigheden in Zweden niet te vergelijken zijn met die in Nederland. De vaak lange, brede, stille en eentonige wegen in de binnenlanden kunnen slaapverwekkend zijn. Daarbij kan de noordelijke - en daardoor lager staande – zon, mede door de schone atmosfeer, zeer hinderlijk zijn. Dan lijkt het inderdaad zinvol dat auto’s die van de zon af rijden (groot) licht voeren. Maar in het Nederlandse drukke verkeer, waar de wegen en ook het zonlicht anders zijn, komt het voeren van licht op klaarlichte dag mij overdreven voor; wie een auto niet ziet omdat die geen licht voert let niet op (zit te bellen) of heeft een gebrek aan zijn ogen.

Daarbij komt dat een brandend remlicht juist meer opvalt als het bijbehorende achterlicht juist niet brandt. En brandende lampen kosten niet alleen brandstof maar ook lampen.

J. Uyldert

Via e-mail

Liegen

‘Mensen met hoge status liegen makkelijker’ staat in het artikel met de gelijknamige kop (Wetenschapspagina, 28 februari). Dit is niet nieuw. Het staat al in het Bijbelboek Spreuken (30,8-9):

‘Houd me ver van leugen en bedrog./ Maak me niet arm, maar ook niet rijk,/ voed me slechts met wat ik nodig heb. Want als ik rijk zou zijn, zou ik u [God] wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: “Wie is de Heer”? / En als ik arm zou zijn, zou ik stelen/ en de naam van mijn God te schande maken.’

J.P. de Vries

Amersfoort

Ethiek

In het artikel ‘Ethiekles is een sluitpost’ (Wetenschapsbijlage, 25 februari) staat dat promotoren alleen de tijd nemen om met hun promovendi te praten in de ‘pauzes van congressen zonder wifi’. Ik ben verbaasd omdat ik een kwart van mijn werkweek (soms 70 uur) aan mijn promovendi besteed; mijn deur (fysiek of elektronisch) staat letterlijk en figuurlijk altijd open voor hen en dat weten zij. Dat de ervaringen van de drie personen in het artikel anders zijn, is teleurstellend. Ik hoop – als wetenschapper – dat wij het hier over een zeer onnauwkeurige steekproef hebben; zo niet, dan zijn het niet de promovendi die opgevoed moeten worden, maar de promotoren.

Prof. dr. Paul A. Kirschner

Hoogleraar OnderwijspsychologieOpen Universiteit, Maastricht

Correctie

Bij de brief van prof. dr. ir. D. Neeleman over de significantiejacht (Wetenschapsbijlage, 25 februari) stonden in tabel 1 door een fout van de redactie enkele getallen verkeerd. Voor de conclusies had dit geen gevolgen. De juiste tabel staat hieronder afgedrukt.