Bestuurders Inholland moeten 7,5 ton betalen

Staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) heeft ruim 7,5 ton aan onterechte vergoedingen aan bestuurders bij hogeschool Inholland teruggevorderd. Het gaat om bestuurders die inmiddels bij de hogeschool zijn vertrokken.

Inholland kwam in de zomer van 2010 negatief in het nieuws door onregelmatigheden bij afstudeertrajecten. Eerst werd bekend dat tientallen diploma’s waren verstrekt aan studenten die daar geen recht op hadden. Later, in april 2011, kwalificeerde de Onderwijsinspectie een aantal opleidingen als „hbo-onwaardig”. Na het vertrek van alle bestuurders kwamen berichten naar buiten over buitensporig declaratiegedrag.

Er werd door de instelling 9 ton onjuist besteed. Dit geld heeft staatssecretaris Zijlstra al teruggevorderd van Inholland. Hij meldde dit vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer. Uit de brief blijkt dat hier bovenop nog 7,5 ton van de bestuurders wordt teruggevorderd, waardoor het totaal op ruim 1,6 miljoen euro komt. Zijlstra kan zelf het geld niet rechtstreeks verhalen op de betrokken ex-bestuurders. De hogeschool onderneemt wel stappen tegen hen, maar Zijlstra wil daar niets over kwijt omdat hij het „invorderingsproces niet wil verstoren”.

In november 2011 werd oud-CNV-voorzitter Doekle Terpstra tijdelijk bestuursvoorzitter van Inholland, met de opdracht „puin te ruimen”. In het plan dat hij een jaar later presenteerde stond dat de ‘focus’ van de hogeschool weer naar onderwijs moest worden verlegd. De hogeschool diende zich niet langer te gedragen als een op groei gericht commercieel bedrijf. De docent moest weer centraal staan en de studenten moesten in het eerste jaar vooral kennis vergaren. Terpstra stelde ook een interne controledienst in die sindsdien het niveau van de tentamens bewaakt.