Zetels kunnen wel even wachten

Terwijl het in de strijd om het leiderschap lijkt te draaien om de kleur van de verpakking, pleit Paul Kalma voor de sociaal-democratische beginselen. Gaan die de PvdA redden?

Joop den Uyl draagt het fractievoorzitterschap van de PvdA over aan Wim Kok, 21 juli 1986 Foto Anefo

Paul Kalma: Makke schapen. Over volgzame burgers en vluchtige politiek. Bert Bakker, 256 blz. € 17,50

Voor de zoveelste keer in haar 66-jarige geschiedenis is de Partij van de Arbeid intensief met zichzelf bezig. En hoe. Idols voor politici. Vijf van de dertig Tweede Kamerleden van de partij hebben zich opgeworpen om de Kamerfractie na het voortijdig vertrek van Job Cohen te gaan leiden. Een functie die tevens het politiek leiderschap van de PvdA inhoudt. De kandidaten waren de afgelopen dagen te zien bij de bekende talkshows op tv. Met de nadruk op zien, want wat zij te vertellen hadden stelde veel minder voor. Martijn van Dam wil ‘een verhaal dat aansluit bij de veranderingen die de afgelopen decennia in de samenleving hebben plaatsgevonden’. Diederik Samson wil de PvdA ‘teruggeven aan het hart van de samenleving, links van het midden’. Ronald Plasterk bepleit ‘een brede volkspartij die groepen niet uit elkaar speelt’. Nebahat Albayrak belooft ‘de vuist maken die door rechts heen beukt’. En het Friese Kamerlid Lutz Jacobi heeft het over ‘een plan om Nederland er weer bovenop te helpen’.

Wellicht dat een plan om de PvdA er weer bovenop te helpen op dit moment urgenter is. In de allesoverheersende peilingen wordt de partij bijna gehalveerd ten opzichte van de verkiezingen van twee jaar geleden. Genadeloos is de analyse van onderzoeker Maurice de Hond: ‘De PvdA heeft geen enkele aantrekkingskracht meer voor de groep waar ze traditioneel de meeste kiezers vandaan haalde. En of de PvdA daar nog ooit in zal slagen valt te betwijfelen.’ Volgens hem heeft de SP de positie van de PvdA onder lage inkomens overgenomen.

De fundamentele vraag over de koers van de PvdA is tot nu toe bij alle kandidaat-leiders onbeantwoord gebleven. Dat kan nauwelijks anders. Allemaal werden ze twee jaar geleden gekozen in de Tweede Kamer op basis van een verkiezingsprogramma waar helder staat omschreven wat de PvdA wil. Dus is de strijd tussen de kandidaten er haast automatisch één om de kleur van het pakpapier.

Is dat erg? In de ge-ontideologiseerde samenleving en de mediacratie die daarvoor in de plaats is gekomen draait het immers toch vooral om personen? Bovendien, als het om zelfreflectie gaat kan de PvdA weinig worden verweten. Aan onderzoeksrapporten met klinkende titels geen gebrek: ‘Schuivende panelen’, ‘Bewogen beweging’, ‘Een partij om te kiezen’, ‘De kaasstolp aan diggelen’, ‘De scherven opgeveegd’. Dit zijn officiële partijrapporten. Daarnaast bestaat er nog een veelvoud aan boeken over de PvdA. Zoals voormalig fractievoorzitter Thijs Wöltgens, jaren geleden vaststelde: ‘De PvdA is nu eenmaal de meest politieke van de politieke partijen. Als het over politiek gaat, gaat het dus al gauw over de PvdA.’

Of dat nog zo is, valt te betwijfelen. Het politieke debat wordt al lang niet meer bepaald door de PvdA. Het is deze frustratie die doorklinkt in het deze week verschenen boek Makke schapen van Paul Kalma, een man die met recht PvdA-ideoloog kan worden genoemd. Bijna 30 jaar was hij verbonden aan de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA; de helft van de tijd als directeur. Van 2006 tot 2010 zat hij in de Tweede Kamer.

In zijn boek toont Kalma zich verbaasd en teleurgesteld. Verbaasd dat de onstuitbare opmars van het neoliberalisme gewoon doorgaat, ondanks de bankencrisis. Het bankwezen is ondanks de geconstateerde gebreken niet echt hervormd en de schuldencrisis heeft volgens Kalma geleid tot ‘technocratisch geweld waarmee ,,zondaars’’ als Griekenland gedetailleerde herstelprogramma’s krijgen opgelegd’.

Teleurgesteld is hij over de manier waarop de toename van de economische en sociale ongelijkheid wordt geaccepteerd. Want had de sociale markteconomie die na 1945 in Europa en in mindere mate ook in de VS werd opgebouwd, niet een morele kern? Maar serieus protest en verzet tegen de groeiende ongelijkheid blijven uit, stelt Kalma vast. ‘In dit deel van de wereld winden we ons nog wel op, maar niet over hoofdzaken. Makke schapen zijn we, met af en toe wat woedeaanvalletjes.’ De politiek heeft aan herkenbaarheid, betekenis en relevantie verloren. ‘De klassieke volkspartijen zijn bestuurdersorganisaties geworden’.

In het eerste deel van zijn boek gaat Kalma uitvoerig in op de waarom-vraag. Hoe kon het zo ver komen? Hij doet dat vanuit het perspectief van de klassieke sociaal-democraat voor wie het gelijkheidsideaal en eerlijk delen kernbegrippen zijn. Dat schept helderheid, maar het leidt tevens tot een zekere voorspelbaarheid. Want ja, de politiek en het sturend vermogen ervan zijn de afgelopen decennia radicaal veranderd.

Maar komt dat doordat men de beginselen niet trouw bleef en te gemakkelijk met de tijdgeest meeboog, zoals Kalma pagina na pagina beweert, of zou het ook te maken hebben met blijvend gewijzigde omstandigheden, zoals individualisering, technologisering en mondialisering? Toegegeven, Kalma noemt deze elementen wel, maar schuift ze ook gemakkelijk terzijde om op zijn principiële, sterk ideologisch gekleurde lijn terug te komen. Niet voor niets beëindigt Kalma zijn boek met tien stellingen over hoe de sociaal-democratie anders zou kunnen, waarbij de nadruk ligt op het sturend vermogen van de staat.

Interessant, zeker voor de huidige discussie binnen de PvdA, is Kalma’s beschrijving van hoe de partij vanaf 1980 ‘met de stroom meeging’. Daarbij begint hij met de befaamde 2,5 uur durende ‘Paradiso-lezing’ van toenmalig PvdA-leider Joop den Uyl, waarin deze waarschuwde voor depolitisering en de opmars van ‘Nieuw Rechts’ en eindigde met de ‘verzakelijking en verzaking’ die tot stand kwam onder leiding van eerst Wim Kok en later Wouter Bos. ‘De sociaal-democratie liet zich langzaam maar zeker de neoliberale consensus in zuigen. De verbinding van sociaal-economische en culturele vraagstukken verdween helemaal uit zicht’, aldus Kalma.

Nog altijd wordt deze aanpassing van de PvdA geïllustreerd met de woorden die toenmalig PvdA-leider Wim Kok uitsprak tijdens zijn Den Uyl lezing in 1995. ‘Het afschudden van ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem, het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring’, aldus Kok die toen een jaar aanvoerder was van Paars I. Opmerkelijk dat Kalma deze toespraak niet noemt. Of zou dat te maken hebben met de zin die Kok destijds aan zijn ontboezeming toevoegde: ‘Ik zeg het Paul Kalma na: „Een werkelijke vernieuwing van de PvdA begint met een definitief afscheid van de socialistische ideologie; met een definitieve verbreking van de ideologische banden met andere nazaten van de socialistische beweging”.’ Zelfs Kalma was in de jaren negentig even door de ‘ge-ontideologiseerde begeerte’ aangeraakt.

Interessant voor het huidige debat is de conclusie van Kalma dat het doel van de PvdA niet allereerst electoraal herstel moet zijn, maar ‘het sociaal-democratisch programma weer de dringend noodzakelijke politieke en maatschappelijke invloed te geven’. Dit is wel heel erg de benadering van de theoreticus. Alsof omvang en de daarbij behorende macht niet van het allergrootste belang is. Wanneer de PvdA bij de verkiezingen van twee jaar geleden 30.000 stemmen meer had behaald, was de kans groot geweest dat Nederland nu bestuurd werd door premier Cohen. Zou Kalma dan ook spreken over de PvdA als een partij die ‘in een verdoving na de slacht’ verkeert?

‘Het verhaal moet worden verteld’, is tegenwoordig de modieuze zin van talloze politici. Ook Kalma schrijft het op in zijn boek. Het verhaal. De kandidaten voor het PvdA-leiderschap hebben het eveneens over ‘een verhaal’ dat moeten worden verteld, want het programma deugt op zich wel. Resteert de vraag welk deel van het zo gediversifieerde electoraat nog warm loopt voor dat ene verhaal.