Column

Wonderlijke verrijzenis

Louis heeft gesproken. De geruststelling is groot. Een man van zijn verbale kaliber kan geen stilte dragen, toch niet langer dan drie dagen. Als je hem dan nog niet gehoord hebt, kantelt de beschaving. Hij, Griek én Romein, wist altijd perfect waar de ziel aan toe was en wanneer decadentie zich aandiende.

Zo’n man had Ajax nodig in deze tijden van crisis en verwarring. De mooie rimpeling van een steen in de vijver, niet dat brakke stilstaand water.

Il faut que ça bouge.

Van Gaal heeft zich altijd gepresenteerd als heraut van Gidsland Nederland. Onbevangen, principieel, rechttoe, rechtaan. Hij kon veengronden en moerassen laten dansen. Wist precies waar god en duivel zich ophielden. Kapittelde heidenen en onbenullen tot kruipsel. Als zo’n mystiek orakel abrupt het spreken staakt, wordt het heel desperaat in Hoek van Holland en omstreken.

Unheimlich zelfs.

Ik vind Bert van Marwijk nog altijd de mooiste man in voetballend Nederland, maar niet als hij Nigel de Jong gaat prijzen na een wedstrijdje op Wembley. Dan wordt het mij iets te politiek. Te doorzichtig in een soort wederzijdse belangenbehartiging van oud zeer. De bondscoach spreekt niet met slagroom in de mond. Jamais.

Dat zou Louis ook nooit doen. Meteen naar de spuugbak.

Maandenlang leefde de gevierde coach in de onderduik. Dat hij door een wezensvreemde rechter geroyeerd werd als instant benoemde directeur van Ajax liet hij zonder weerwoord. Het veto van Cruijff tegen zijn vermeend leiderschap op de Toekomst passeerde al even stilzwijgend het strottenhoofd. Louis van Gaal leek geheel van de wereld af, ontdaan van zijn gevreesde casuïstiek van het bloed.

Als een melaatse afgeserveerd.

En toch dat hardnekkige zwijgen alsof het om een ander ging. Zogezegd op wereldreis, zogezegd aan het golfen in Portugal, zogezegd verzaligd in de armen van Truus.

Zogezegd murw geslagen.

Tot het corporatistische voetbalblad Elf langskwam. Louis rechtte de rug en haalde ouderwets uit. Naar Cruijff en Ajax, naar Bergkamp en Jonk. Naar het hem vijandige journaille.

Hij schuwde de grote woorden niet: chaos, miscasting, niveau… Zelfs zijn gewezen poulain Frank de Boer werd geraffineerd geraspt voor de cynische brutaliteit waarmee hij een begenadigd voetballer als Mounir El Hamdaoui tot zelfmoord had proberen te verleiden.

Van Ajax deugde alleen nog de uittredende directie en de raad van commissarissen. Ook slachtoffers van het Cruijffiaanse diabolisme, natuurlijk. En van De Telegraaf. Maar zoals het altijd gaat met Louis: van razernij komt steeds meer weemoed en nostalgisch verlangen. Als Ajax hem alsnog nodig zou hebben, zal hij er graag zijn. Zei hij gretig.

Zowaar in de volle overtuiging van zijn leiderschap.

Ik weet zeker dat het hart van de Ajax-aanhang krimpt bij deze woorden. Dat de tribunes voor de rest van het seizoen zullen balanceren tussen schuld en spijt. Alleen, Louis is te laat met zijn liefdevolle belijdenis. Hij, oude krijger, is de strijd uit de weg gegaan.

Ik heb het altijd al een rare abdicatie gevonden, dwars tegen zijn natuur in. Misschien was hij te bang voor reputatieschade – Cruijff en de zijnen weten wel raad met de bekken van de bankschroef.

De geruchten gaan dat Louis nu trek heeft in PSV. Hijzelf ontkent het niet en dat is op zich al schuldig verzuim. Zoals zijn rivaal Cruijff Ajax naar de chaos heeft geleid, ontregelt Van Gaal nu de Eindhovense club met zijn vermeende en gecontesteerde kandidatuur.

Voetbal: opbod, revanche en chagrijn? En is dat dan de dwarslaesie van FC Utrechtspeler Mihai Nesu waard?

Kleine wereld, de voetbalwereld.