Tussen een bakvis en een minnares

Bert Natter Foto Hans de Kort

Bert Natter: Hoe staat het met de liefde? Thomas Rap, 364 blz. €19,90

Het is alweer bijna vier jaar geleden dat Bert Natter indruk maakte met zijn debuutroman Begeerte heeft ons aangeraakt. Naast een berg lovende kritieken kreeg hij er de Selexyz Debuutprijs voor en de Lucy B. en C. W. van der Hoogt-prijs.

Het was meteen duidelijk dat Natter niet de eerste de beste debutant was. Hij had als co-auteur samen met Ronald Giphart al een aantal boeken geschreven en was jaren als uitgever, journalist en redacteur actief geweest. De ervaring was voelbaar in de schijnbaar moeiteloze manier waarop hij in Begeerte heeft ons aangeraakt tragikomische luchtigheid met intense dramatiek vermengde.

Die combinatie is weer volop aanwezig in Natters tweede roman, Hoe staat het met de liefde? Maar, om maar meteen met de deur in huis te vallen, deze keer schiet de balans naar het dramatische door, zozeer dat het soms op pathetiek begint te lijken.

Het is alsof Natter zelf tijdens het schrijven ook doorhad waar het aan schortte. In de roman voert hij een schrijver ten tonele die over zijn laatste boek bekent: ‘Ik heb me bij het schrijven laten meeslepen door... door mijzelf, eigenlijk. Ik heb hoofdstuk aan hoofdstuk geregen en zo de lezer het zicht benomen op waar het over gaat.’

En dat is inderdaad precies wat er met Hoe staat het met de liefde? aan de hand is: de schrijver heeft zich laten meeslepen – niet zozeer door zichzelf, maar door de volledige overgave waarmee hij in de huid van zijn ik-persoon is gekropen. Dat is op zichzelf natuurlijk geen bezwaar. Sterker nog, het is een groot compliment.

Natter vertelt zijn verhaal vanuit het perspectief van een alleenstaande vrouw van begin dertig, en dat doet hij zo levensecht dat je begint te vermoeden dat deze gedaanteverwisseling hem deed vergeten af en toe eens uit zijn rol te stappen, een stapje terug te doen en zich om de plot en de algehele spanningsboog van de roman te bekommeren.

Hoe staat het met de liefde? lijkt werkelijk geschreven te zijn door de met zichzelf worstelende hoofdpersoon Maria, die vastzit tussen haar verlangens voor de toekomst en een onverwerkt verleden. Alle, vaak tegenstrijdige emoties die daarbij komen kijken zijn zo overtuigend beschreven dat je je af en toe in de zelfhulprubriek van de Flair waant: het ongemak dat Maria voelt in het gezelschap van haar kinderrijke vriendinnenkring, de geforceerde botheid tegenover haar ouders van wie ze zich eigenlijk nooit heeft losgemaakt, het constante gevecht tussen haar onafhankelijkheidsdrang en het verlangen naar een vaste relatie waarin ze zich helemaal kan overgeven, het ene moment dwepend als een bakvis, dan weer doortastend als een doorgewinterde minnares.

Krullen

Of de zelfbewustheid waarmee ze zich aan haar beste vriendin meet: ‘Aan Welmoed zelf is alles ook groot: haar gestalte, haar borsten, haar mond, de bos krullen op haar hoofd, haar woorden, haar gevoelens, haar vriendenkring, haar verdriet, haar hart. Met welk woord zou ze mij beschrijven, is er wel iets alles aan mij zoals alles aan haar groot is?’

Gelukkig is het niet één en al zelftwijfel wat de klok slaat. Maria komt ook geregeld nuchter en droogkomisch uit de hoek, zoals tijdens een etentje met vriendinnen die ongegeneerd over hun kinderen aan het opscheppen zijn: ‘als ik een kind krijg, hoop ik dat het een aandoenlijk kneusje is zonder gevoel voor de bal, een klein brilletje draagt, niet mee kan komen op school en geen olijven lust’, denkt ze bij zichzelf.

Er valt wel degelijk veel te genieten in Hoe staat het met de liefde? Het boek zit vol rake beschrijvingen, zoals deze herinnering die Maria heeft van haar eerste, afstandelijke vriendje, hoe die haar vastpakte op een beladen moment: ‘Heel even maar, alsof hij zich vergiste.’

Zinderend is het literaire spel dat Natter speelt met een seksscène waarin hij Maria tijdens het vrijen laat vertellen over een eerdere vrijpartij, waardoor er twee liefdesdaden door elkaar gaan lopen en elkaar beïnvloeden: niet alleen de personages brengen elkaar tot een hoogtepunt, maar de verhalen ook.

En zo zijn er meer passages waarin de brille doorklinkt van de schrijver van Begeerte heeft ons aangeraakt. Het meest nog wel in het schietgebed dat Maria uitslaakt als ze na een onbeheerste actie tijdens het autorijden aan de verkeerde kant van de snelweg belandt: één briljante, aaneengestamelde zin van viereneenhalve bladzijde lang gooit ze alles eruit wat ze nog zeggen wil, overtuigd dat dit haar laatste woorden zijn.

Structuur

Het is een zin die veel goedmaakt, maar er zitten net te weinig van dit soort vondsten in het boek om de structuur van de roman echt te doorbreken. En dat is wel waar je als lezer steeds meer behoefte aan krijgt, want het relaas van Maria wordt op den duur langdradig, terwijl het plot aan spanning inboet. Levensecht is het nog steeds, het begint zelfs steeds meer op de chicklit te lijken waar de titel met een knipoog naar verwijst.

Aan het slot van de roman vindt dan eindelijk de onthulling van Maria’s onverwerkte verleden plaats, en dat gaat opzichtig gepaard met de catharsis waar ze zo’n behoefte aan had. Je zou zeggen dat hier de kern ligt van wat Natter in zijn verhaal wilde vertellen, maar ik kreeg eerder het gevoel dat deze ontknoping er met de haren bij is gesleept: alsof de schrijver nog op het laatste moment moest bedenken wat eigenlijk een geschikte oorzaak zou kunnen zijn van Maria’s jeugdtrauma en haar schuldgevoelens. Het is in elk geval opvallend dat de vele zijplots in deze roman overtuigender zijn uitgewerkt dan deze centrale intrige.

Het lijkt te bevestigen dat Natter in Hoe staat het met de liefde? inderdaad door iets anders werd meegesleept dan de rode draad van zijn plot.

Of dat nu de uitdaging was van het vrouwelijke perspectief of iets anders, één conclusie mogen we naar aanleiding van zijn tweede roman toch trekken: met zoveel verbeeldingskracht en inlevingsvermogen kan het haast niet anders dat Bert Natter nog eens een puntgave roman zal leveren.