Titaantjes en Voskuil op z'n Turks

‘Tutunamayanlar’ is een klassieker waarvan een buitenlander veel mist. En dat maakt niks uit.

TURKEY, Istanbul, Downtown Taksim Square in the European part of Istanbul. Europe, Turkey, Istanbul, city, cities, urban, Capital, megacity, mega city, architecture, people, movement, hectic, motion, masses, crowd, mass, crowds, infrastructure, roads, streets, street, streetlife, street life, traffic, driving, drive, taxi, car, cars, rush hour, traffic jam, congestion, transport, mobility, economy, markets, shop, shopping, commercial, commercial area, square, downtown, Taksim, tramway, street vendor, market, downtown. TURKIJE, Istanbul, Taksim plein in het centrum van het Europese deel van Istanbul. Europa, Turkije, Istanbul, Istanboel, stad, steden, mega stad, megastad, hoofdstad, mensen, ruimtelijke ordening, architectuur, huizen, mensenmassa, drukte, menigte, massa, hektiek, hectiek, beweging, hectisch, energie, straat, straatleven, winkel, winkelen, winkels, economie, infrastructuur, mobiliteit, taxi, auto, auto's, rijden, spitsuur, spits, avondspits, file, opstopping, hectisch verkeer, verkeer, tram, trambaan, straathandel, plein, markt, TÜRKEI, Istanbul, Taksim Platz. Geography / Travel, Europa, Türkei, Tuerkei, Istanbul, Stadt, Stadtansicht, Hauptstadt, Menschen, Chaos, Hektik, Bewegung, Massa, Strassenszene, Infrastruktur, Strasse, Strassenkreuzung, Verkehr, Spitzenzeit, Stau, Strassenverkehr, Stadtverkehr, Mobilität, Mobilitat, fahren, Transport, Auto, Autos, PKW, Wirtschaft, Oekonomie, Geschäft, Laden, Strassenhandel, Strassenbahn, Platz, Taksim Platz, Photo: Martin Roemers Martin Roemers/Hollandse Hoogte

Oguz Atay: Het leven in stukken. Vert. en nawoord Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 768 blz. € 29,95

Ik lees niet vaak dikke boeken. Maar deze week wel. Ik begon eraan omdat het zo’n mooie omslag had, en omdat het zo lekker in de hand lag, en lekker openviel en open bleef liggen. Ik begon er ook aan omdat ik nieuwsgierig was naar de mengelmoes van genres die mij in de rugtekst beloofd werd: een roman die bestond uit gedichten, commentaar op gedichten, lemma’s uit een encyclopedie, dagboekfragmenten, brieven, woordgrappen, toneelteksten. En ook omdat het volstrekt onbekend was.

Tutunamayanlar, verschenen in 1972 in Turkije. Van de onbekende schrijver Oguz Atay, 1934-1977. Nog exotischer: Tutunamayanlar is een klassieker in Turkije, het betekende een keerpunt in de Turkse romankunst, het is daar al jarenlang een van de meest verkochte romans – en toch is het nog nooit eerder vertaald. Deze vertaling van Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden is een wereldprimeur.

Het leven in stukken is om te beginnen een geweldig boek. Een boek als een ervaring. Niet een boek dat je ‘in één ruk uitleest’, maar een boek waar je in rond blijft dwalen. Er klinken veel verschillende stemmen in. Wat zal ik er verder over zeggen?

Ik zal eerst maar zeggen dat deze roman een Egidius-roman is. Net als in het middeleeuwse Egidiuslied wordt hier getreurd om de dood van een goede vriend. ‘Egidius, waer bestu bleven?’ Turgut Özben heeft op een ochtend in de krant gelezen dat zijn vriend Selim, met wie het contact wat verwaterd was, op 28-jarige leeftijd zelfmoord heeft gepleegd. Het boek is één lange rouwklacht om Selim, zo kun je het lezen.

Turgut, ingenieur, getrouwd, vader van een dochtertje, begint herinneringen op te halen aan Selim. Hij begint inwendig tegen hem te praten. Hij probeert hem in zijn hoofd weer tot leven te wekken. Hij is bedroefd. ‘Waarom heb je me in de steek gelaten?’ Hij begrijpt het niet. ‘Je had het mij toch kunnen vertellen, Selim.’ Hij gelooft het niet. ‘Ben je echt dood, Selim?’ Nog op een van de laatste bladzijden schrijft Turgut: ‘En Selims dood is voor mij het ergste van alles.’

Turgut gaat op onderzoek uit – dat is de rode draad van het boek. Hij wil weten wat er gebeurd is, wat Selim dreef, wie Selim was. Bij het verdriet en de woede voegt zich de verbetenheid van de detective, waardoor er in deze elegie ook iets van de spanning van een thriller opduikt. Wie kende Selim, wie niet? Gaat er iets opbloeien tussen de achterblijvers? Gaat Turgut lijken in de kast vinden?

Turgut gaat op bezoek bij de moeder van Selim, mag zijn benauwde kamertje zien, en mag in zijn paperassen rommelen. Hij gaat op bezoek bij een collega van Selim. Hij krijgt de ‘canto’s’ te zien die Selim voor deze Süleyman schreef, en wij mogen ze meelezen: een kleine 600 versregels, het begin van een autobiografisch epos op rijm. We krijgen, net als Turgut, ook de meer dan 100 bladzijden commentaar van Süleyman te lezen, met daarin weer allerlei uitweidingen over de jeugd van Selim.

Zo gaat dat verder. Er wordt nog een andere vriend bezocht. En nog een. Er dient zich een geheimzinnige vrouw aan die meldt dat zij een vriendin van Selim was, maar het duurt meer dan honderd bladzijden voor zij in beeld komt en haar relaas mag doen. Bij die ontmoetingen duiken ook weer nieuwe ‘documenten’ op. Een soort maatschappelijk manifest. Een toneelstuk. Een brief van tientallen pagina’s waarin Selim alvast afscheid neemt van zijn geliefde Günseli. De dagboeken van Selim waarin hij heeft proberen te noteren wat er in zijn hoofd omging.

Zo ontstaat vanzelf een portret van deze Selim. Een tobber. Een piekeraar. Eenzaam, als kind al. Verlegen. Bang voor bijna alles. Maar ook eigenzinnig, slim, geestig, origineel, eigengereid. Een jongen en een student met een rijk binnenleven, maar niet goed in staat contact te maken. Misschien klinkt het allemaal niet erg sympathiek, maar toch heeft Turgut een zwak voor zijn vriend – en wij, de lezers, ook. Door zijn onhandigheid is Selim ook aandoenlijk, en innemend.

De sterke kant van deze roman is de psychologische opzet. We zien alles wat er in het hoofd van Turgut omgaat, en we lezen alles wat de angstige Selim op zijn meest sombere momenten aan het papier durfde toe te vertrouwen – en we zien dus hoe de problemen ontstaan, hoe Selim met zichzelf worstelt, en hoe het misgaat. Hij is, zoals hij het zelf noemt, een ‘griploze’, een ‘Homo Erectus Griplosus’, die niet in staat is greep te krijgen op het bestaan. Hij zou zich willen meten met andere griplozen, om zo weerstand te bieden aan de ‘griphebbenden’, maar dat zien we voor onze ogen mislukken. De laatste passages uit zijn dagboek zijn aangrijpend. Daar zie je hoe iemand langzaam angstig, somber, moe, paniekerig, ziek, wanhopig, overspannen, depressief en, tot slot, suïcidaal wordt.

Minstens zo aangrijpend is het om te zien hoe Turgut zich steeds meer gaat vereenzelvigen met het levensverhaal van zijn sombere vriend. Daarmee wordt het portret van Selim ook steeds meer een zelfportret. Ik denk niet dat ik veel verklap als ik nu zeg dat ook Turgut zichzelf aan het eind van de roman wegschrijft uit het verhaal. In zekere zin worden ze dubbelgangers. Turgut verlaat zijn huis, hij gaat op reis, hij laat zijn auto achter, hij stapt op de trein, raakt daar even in gesprek met een journalist – en verdwijnt. Het Selim-pakket stuurt hij met een brief na zijn verdwijning naar de journalist. Die beschouwt het, zo zegt hij in zijn voorwoord, als zijn plicht om het aan ons door te geven.

Dit zijn nog maar een paar van de lijnen die door dit boek lopen. De structuur van het boek, met al zijn raamvertellingen en uitweidingen en voetnoten en quasi authentieke documenten, lijkt wel wat op die van de Max Havelaar. Behalve een Egidiusboek en een detective en een psychologisch onderzoek is het ook een verslag van de teloorgang van jeugdige idealen, bevlogenheid en vriendschap. Er wordt met weemoed teruggeblikt op basisschool, middelbare school en universiteit. De Turkse Titaantjes! De Turkse Voskuil!

Oguz Atay neemt de tijd voor alle binnengedachten en voor alle mogelijke tegenwerpingen, met alle ironie en zelfspot van dien. Er zit zo een prachtige novelle over de waanzin van de bureaucratie in dit boek. En ook een over autorijles. En over het reizen in treinen. In die passages lijkt Het leven in stukken wel op het leven in de breedte van A.F.Th. van der Heijden.

Er valt nog veel meer over te vertellen. Wat een boek. En wat een vertaling. In Turkije zullen ze intussen al het bovenstaande alleen maar met grote bevreemding kunnen lezen. Pas toen ik de roman uit had, las ik het nawoord.

Ik begrijp nu dat ik heel veel gemist heb. In Turkije kan dit boek alleen maar gelezen worden tegen de achtergrond van de sociale en politieke ontwikkelingen van de laatste eeuw, het ontstaan van het moderne Turkije, de taalpolitiek en de staatsgreep van 1980. Het leven in stukken is daar geen psychologische, maar een politieke roman. Met deze boodschap voor de gepolariseerde samenleving: het niet kiezen van de griploze is ook een keuze. Ik moet Het leven in stukken nog maar eens lezen.