Schinkel leeft voort in zijn façades

De architectuur van Karl Friedrich Schinkel lijkt onverwoestbaar, tenzij de communisten toeslaan. Een mooie inventarisatie in foto’s.

De Bauakademie in Berlijn als schildering op ware grootte op steigerdoeken Foto’s uit besproken boek

Gerrit Engel: Schinkel in Berlin und Potsdam. Met Duits-Engelse teksten van Barry Bergdoll en Detlef Jessen-Klingenberg. Schirmer/Mosel, 140 blz. € 49,80

Wie wel eens foto’s of filmpjes van Berlijn in 1945 heeft gezien, zal versteld staan van het aantal gebouwen van Karl Friedrich Schinkel (1781-1841) dat er nog altijd staat. Vrijwel heel Berlijn lag toen in puin, maar voor Schinkel in Berlin und Potsdam fotografeerde de Duitse fotograaf Gerrit Engel 26 gebouwen van Schinkel, waaronder beeldbepalende als het Alte Museum en het Schauspielhaus. Dit deed hij bij steeds hetzelfde weer. Anders dan de meeste architectuurfotografen wachtte Engel niet op zonnige dagen, maar juist op droge, bewolkte dagen waarop de lucht egaal grijs-wit is. Zonder zware schaduwen en zonder dramatische wolken, komen Schinkels gebouwen het best tot hun recht, vond Engel blijkbaar. En het is waar: op Engels ‘objectieve’ foto’s spreekt alleen de architectuur.

Schinkel staat bekend als ‘de vader van het Duitse neoclassicisme’, de stijl van de Verlichting. Maar de Amerikaanse architectuurhistoricus en Schinkelkenner Barry Bergdoll schildert Schinkel in zijn pompeuze inleiding niet af als een architect van de Verlichting, maar als een vertegenwoordiger van de romantiek. Engels foto’s, hoe onromantisch en droog ze ook zijn, bewijzen Bergdolls gelijk. Schinkel was meer dan een neo-classicist voor wie de Griekse bouwkunst het ideaal was, en gebruikte, vaak op verzoek van de opdrachtgever, vele stijlen. In Berlijn en Potsdam bouwde hij diverse de neo-gotische en neo-Romaanse kerken, villa’s in ‘Toscaanse’ en Zwitserse stijl en zelfs een Engelse cottage.

Een nieuwe stijl, ontleend aan fabrieksarchitectuur, had Schinkel uitgevonden voor zijn bakstenen Bauakademie. Maar juist dit gebouw uit 1836, dat om zijn strengheid wel wordt beschouwd als een heel vroege voorloper van het twintigste-eeuwse modernisme, is een van de weinige Schinkels die van de aardbodem zijn verdwenen. Engel heeft het gebouw toch gefotografeerd, of althans de steigerdoeken waarop de Bauakademie op ware grootte staat afgebeeld.

In een van de uitstekende toelichtingen bij de foto’s legt Detlef Jessen-Klingenberg uit wat er aan de hand is. De Bauakademie was een van de schaarse gebouwen die Schinkel zonder bemoeienis van Pruisische koningen en prinsen geheel naar eigen inzicht bouwde. In WO II werd het gebouw niet al te zwaar beschadigd, en na de oorlog werd een begin gemaakt met de restauratie. Maar in 1962 besloot het communistische regime van de Duitse Democratische Republiek het alsnog af te breken. Na de vereniging van beide Duitslanden besloot de Berlijnse senaat in 1995 deze historische vergissing te herstellen.

Tot nu toe is die herbouw niet verder gekomen dan een hoekdeel van de academie en is er nog steeds een heftig debat over gaande. Dit draait om de vraag of een herbouwd gebouw een verloren gegaan monument kan vervangen, legt Klingenberg uit, en of herbouw van alleen de gevels wel recht doet aan een gebouw. Tegenstanders, zoals Bergdoll in zijn inleiding, ontdekken dat. Als argument gebruiken ze vaak een uitspraak van Schinkel die eens heeft geschreven dat kopiëren de geschiedenis niet vooruithelpt. Het tegenargument dat de nieuwe Bauakademie geen exacte maar een eigentijdse kopie wordt en alleen de gevels precies volgens Schinkels oorspronkelijke ontwerp worden herbouwd, maakt geen indruk op ze. Dit pareren ze met de bewering dat het dan gaat om een verwerpelijke vorm van façade-architectuur.

Hierbij zien ze over het hoofd dat van de meeste Schinkels alleen de buitenkant origineel is of zelfs dat niet. Verschillende kerken, zoals de St. Paulskirche uit 1832, waren in 1945 volledig verwoest. Ze zijn van de grond af aan herbouwd en kregen altijd eigentijdse interieurs. Alleen de gevels werden volgens de oorspronkelijke tekeningen gebouwd. Zelfs Schinkels die niet helemaal werden verwoest, zoals het Alte Museum, zijn in de loop van de tijd zo grondig veranderd dat alleen de gevels nog min of meer origineel zijn. Zo zijn bijna alle gebouwen van Schinkel eigenlijk niet meer dan eigentijdse kopieën en ernstige gevallen van façade-architectuur. Maar dat is gelukkig geen reden om ze af te breken.