Samen zwijgen bij de centrifuge

Anton Valens laat postvrezers heel langzaam ontluiken in zijn roman. Waarom een cliffhanger als je zo vaak moet grinniken?

Tekening Paul van der Steen

Anton Valens: Het boek Ont. Augustus, 352 blz. € 19,99

‘Ik maak jouw post open en jij de mijne. Samen bergen we het op. Gedeelde post is halve post.’ Zo luidt de oproep die het leven van Isebrand Schut zal veranderen, al heeft de hoofdpersoon daar geen idee van aan het begin van Het boek Ont, de nieuwe roman van Anton Valens. Isebrand is dan nog een moedeloze loser, een dertiger in wiens leven alleen het uitzicht volmaakt is: hij woont tegenover de A-Kerk in Groningen. Dat blijkt op de eerste bladzijde van de roman, waarin – dat dan weer wel – een vreselijk noodweer losbreekt: ‘Gebiologeerd keek Isebrand naar het geweld waarmee de wolk die boven Groningen hing de kerk probeerde te verdrinken […]. Horizontaal, verticaal, diagonaal en zigzaggend, onder luid, multidimensioneel geklater tekenden de watervorken het lichaam van de kerk uit, en wasten het in het voorbijgaan schoon van dode bladeren, aangewaaid roet en duivendrek.’

Ooit heeft de hoofdpersoon biologie gestudeerd: ‘Na het eerste jaar biologie kon Isebrand veertig soorten gras uit elkaar houden. Zijn kennis van paddenstoelen was sterk vergroot. Hij keek in die tijd veel naar de grond’. Dat laatste is gebleven: inmiddels is hij een jaar of dertig, is hij ontslagen bij een callcentrum, zit hij onder de plak bij zijn moeder en uiteraard is er geen vrouw die naar hem omkijkt. Op straat durft hij mensen niet te groeten. Hij werkt als toiletbeheerder in ‘de metro’, een ondergrondse wc op de Grote Markt.

Tot hij in een café ziet hoe een man zich ontfermt over een brief die zijn metgezel niet open wil maken en hem de gedachte van een AA voor postvrezers invalt. Er ontstaan door Isebrand enigszins gestructureerde bijeenkomsten met ‘persoonlijke doelen’ en een flipover. Vrouwen melden zich niet: dit is de wereld van ontwapenende mannen op de rand van mislukking, die steeds minder tijdelijk op een cavia-opvangboerderij logeren of die vergeefs proberen zich te ontdoen van de wietplantage die een vage kennis op hun verdieping heeft ingericht. Hier wordt shag gerookt, bier uit blik gedronken – van masturberen komt het amper nog.

Sportauto

Het boek Ont is het soort roman waarin dan een grote ontmoeting volgt. Een man in een sportauto moet komen aanrijden om alles op stelten te zetten: deze man is een ex van de moeder van Isebrand, een welgestelde organisatie-adviseur die ruzie heeft met zijn zoon en een religieus-taalkundige fascinatie heeft die ertoe leidt dat hij eindeloze kettingen van meestal scabreuze woordassociaties aaneenrijgt. Cor Meckering praat over zichzelf als ‘de BV’ en bulkt van het geld, een fortuin waarin hij Isebrand met mate laat delen. De woning aan het A-Kerkhof wordt de brievenbus van de bv (inderdaad, Meckering is ook een postvrezer) en Isebrand assisteert zijn nieuwe vriend bij het concipiëren van ‘Het boek Ont’, een werk over de betekenis van het voorvoegsel ont.

Langzaam ontwikkelt er zich iets goeds in het leven van Isebrand: hij groet eens iemand op straat, schraapt beetjes zelfvertrouwen bijeen en merkt dat zijn leven hem geleidelijk minder ontglipt dan voorheen. Geleidelijk, want in tegenstelling tot Valens’ schitterende novelle Vis van drie jaar geleden is Het boek Ont niet bijster plot driven. In Vis monsterde een vastgelopen kunstschilder aan op een visserskotter om te ontdekken dat die boot zich ontpopte tot de drijvende hel op aarde, waarbij vanaf het begin werd gepreludeerd op een onontkoombare slechte ontknoping.

Zo’n stuwende motor ontbeert Het boek Ont. Dat kun je jammer vinden, zoals er ook wel een anachronisme in het tien jaar geleden spelende boek (toen stonden er nog amper filmpjes op internet) is aan te wijzen – maar veel gelegenheid om daarover na te denken krijg je niet. Daarvoor schrijft Valens veel te goed en veel te geestig. Vaak net zo omslachtig als zijn held Isebrand in het leven staat, maar steeds melodieus formulerend en inzoomend op het ongemak en de heilige ernst van zijn personages. Of het nu gaat om de wijze waarop Meckering oreert over niets of de overgave waarmee de beheerder van het openbare toilet een nieuw ontdekt systeem van wc-rolophanging bepleit, Valens beschrijft het met zeer doeltreffende ingehouden ironie.

Nationalisme

Die beheerder voegt nog een extra element aan Het boek Ont toe, niet alleen omdat ook hij een postvrezer blijkt, maar vooral wegens zijn virulente Groningse nationalisme. In de roman lijkt de hele stad Groningen wel bevolkt te worden door mensen die moeite hebben hun leven vlot te trekken – in de week dat die stad de krant haalt wegens de hoge zelfmoordcijfers – al halen alle personages de finishlijn van het boek. Als het niet zo’n versleten en stellig ongroningse uitdrukking was, zou je Het boek Ont de Grote Groninger Roman kunnen noemen. In elk geval eert Valens onder ‘bronnen’ enkele local heroes als Ab Visser, Ede Staal en Simon van Wattum.

De onweerstaanbaarheid van Het boek Ont zit allereerst in de ijzeren regelmaat waarmee Valens je eens in de zoveel pagina’s laat grinniken – daar kan geen cliffhanger tegenop. Maar daarbij komt de subtiele manier waarop zijn zinnen verwijzen naar het grote geheel van de roman. Veel zinnen stikken van de verwijzingen, naar het A-Kerkhof in Monopoly bijvoorbeeld. Ongetwijfeld ook naar noordelijke klassiekers die ten zuiden van Zwolle niet worden ontdekt, en zeker wanneer Valens schrijft: ‘Hij merkte dat hij was opgestaan en rondjes door de kamer liep, achtjes om precies te zijn, een tweede blik bier in zijn hand. Ik moet iets dóén, schreeuwde een stem in zijn hoofd, ik moet ontvlammen want anders ontplof ik.’

Ontvlammen, ontploffen – we hebben het niet zomaar over Het boek Ont. Meckering zoekt de betekenis van het voorvoegsel in het negatieve (ontaarden, ontharen, ontluizen), Isebrand juist in ont als begin (ontvlammen, ontbijten – het begin van het bijten). En inderdaad is Het Boek Ont het verhaal van hoe voor de één eindigt wat voor de ander begint.

Dat levert aan het slot van de roman een weergaloze scène op wanneer de berooide en naar eigen zeggen ontmande Meckering thuis bezoek krijgt van Isebrand. Het gesprek valt af en toe stil omdat de mannen geen raad weten met de omdraaiing in hun rollen. Dan schrijft Valens, en dan in zo’n beeld dat je het ver voorbij het einde van een roman zal bijblijven: ‘Hij onderbrak zijn relaas en luisterde naar de wasmachine die, getuige radde schoepende geluiden, het onderdeel ‘centrifuge’ van de wascyclus had bereikt. Isebrand luisterde met hem mee.’ Samen naar de centrifuge luisteren en zwijgen – mooier wordt het niet meer.