‘Rutte schaadt geloofwaardigheid EU’

Ook na het gesprek dat de Duitse voorzitter van het Europarlement gisteren met premier Rutte had, wil hij dat die zich komt verantwoorden in Straatsburg. Over de PVV, en ook over Schengen.

Martin Schulz, nog geen anderhalve maand voorzitter van het Europees Parlement, wil dat er naar hem wordt geluisterd. En naar zijn parlement.

Hij haalde meteen na zijn benoeming de Italiaanse premier Mario Monti naar Straatsburg, had harde kritiek op een wereldwijd verdrag tegen internetpiraterij en namaak dat wordt gesteund door de Europese Commissie, en deze week ging hij langs bij de Griekse premier en het Griekse parlement. De Grieken zelf vonden dat dapper: Schulz is een Duitser en geen ander euroland maakt het de Grieken zo moeilijk als Duitsland. En Schulz komt uit ‘Brussel’ – ook niet populair in een land dat aan alle kanten onder financieel en economisch toezicht staat.

Gisteren was Nederland aan de beurt bij Schulz.

In zijn kantoor in het Europees Parlement in Brussel zei hij tegen premier Mark Rutte dat die zich openlijk zou moeten uitspreken tegen het PVV-meldpunt voor klachten over Oost-Europeanen. Schulz, sociaal-democraat, vindt dat Rutte op twee borden tegelijk speelt: hij heeft de PVV nodig voor de binnenlandse politiek, maar wil niet dat in het buitenland een verband wordt gelegd tussen zijn regering en het PVV-meldpunt.

Volgens Rutte’s woordvoerder nam Rutte in zijn gesprek met Martin Schulz geen afstand van dat meldpunt en herhaalde hij wat hij steeds zegt: dat het meldpunt niet van de regering is. In een vraaggesprek in zijn Brusselse kantoor, net na de ontmoeting met Rutte, zegt Schulz het zo: „Minister-president Rutte heeft zich er open over uitgelaten. Hij zei: ‘Ik ben het er niet mee eens. Niet met de inhoud en niet met de vorm’.

Heeft u tegen Rutte gezegd dat hij dat dan publiekelijk duidelijk zou moeten zeggen?

„Ja. Dan zegt hij: ‘Maar dat doe ik, ik neem afstand.’ Hij heeft ook nog eens benadrukt dat zijn regering bij Europese politieke onderwerpen niet samenwerkt met de PVV. Ik zei: ‘Maar wel bij andere onderwerpen’. We kunnen alleen maar vaststellen dat de Nederlandse regering steunt op een partij die een fundamenteel recht van Europese burgers, het vrije verkeer, ter discussie stelt. Voor een land dat een van de oprichters was van de Europese Unie, vind ik dat dubieus.”

Veel Europarlementariërs waren woedend over het meldpunt?

„Ja en dat oversteeg de partijgrenzen. Ik heb er bij Rutte dan ook geen twijfel over laten bestaan dat het niet mijn privémening was, maar die van een Europese institutie.”

Een Poolse en Roemeense Europarlementariër roepen op tot een boycot van Nederlandse producten. Wat vindt u daarvan?

„Je krijgt geen rationeel debat als je emotioneel reageert. Provocaties moet je niet beantwoorden met provocaties, maar met kalmte.”

De christen-democratische fractie in het Europees Parlement wilde dat Rutte naar Straatsburg kwam voor een debat. In plaats daarvan praatte u met hem. Is dat genoeg voor de Europarlementariërs?

„Wij zullen Rutte zeker nog uitnodigen. Dat heb ik ook tegen hem gezegd. Maar niet alleen om met hem over het PVV-meldpunt te praten. Een onderwerp is ook Schengen. Nederland kwam met een extra eis voor de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot Schengen en brengt de geloofwaardigheid van de EU in gevaar.”

Hoe is de positie van Nederland in de EU nu?

„Ik denk dat de regering van Rutte pro-Europees is. Maar ze hangt af van een partij die vijandig tegenover Europa staat en daardoor kan Nederland minder actief zijn in de EU. Ik zou graag willen dat dat anders was.”

Vraagt u zich wel eens af, zoals sommigen in Brussel, wie er regeert in Nederland: het kabinet-Rutte of Geert Wilders?

„In Nederland regeert Wilders zeker mee, zonder dat hij de negatieve kanten daarvan hoeft te dragen. Maar bij belangrijke Europese onderwerpen is het hem nog niet gelukt om mee te beslissen. Ik hoop dat dat zo blijft.”

U noemde een PVV-Europarlementariër een keer ‘racist’ en een ander ‘fascist’. Ziet u de partij zo?

„Ik ben vaak geschokt door wat ik PVV-Europarlementariërs hoor zeggen. Als voorzitter van de sociaal-democratische fractie heb ik me daar hard over geuit. Geert Wilders heeft bij alles wat hij doet als doel om aan de emoties te raken van angstige mensen. Ik vind dat onverantwoord en gevaarlijk. Hij heeft de strategie van islamofobie vervangen door EU-fobie en maakt daarbij het vrije verkeer in de EU tot een probleem. Het is een typische zondebokstrategie.”

U was soms ook hard over Herman Van Rompuy, net opnieuw benoemd tot voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders. U vond hem niet sterk genoeg tegenover Merkel en Sarkozy. Is het goed dat hij blijft?

„Ik moet toegeven dat ik soms te hard ben geweest. Ik vind dat je kritisch naar jezelf moet kunnen kijken en ik ben Mozes niet die als een wijze de berg af komt. De kritiek die ik had op de Raad van regeringsleiders heb ik soms te persoonlijk op hem gericht. Hij heeft een moeilijke baan.”

Verliest de EU invloed in de wereld door de eurocrisis?

„Ja. En daarom zou het goed zijn als we ophouden om steeds dezelfde fouten te maken. We zijn economisch de sterkste regio ter wereld, de euro is een sterke munt. Maar we moeten beslissingen kunnen nemen. Gezegd is gedaan. Maar zo gaat het nooit in Europa. De regeringsleiders beslissen iets, maar dan is er nog niets beslist. Dan begint het pas. Zo gaat het nu ook met extra geld voor het noodfonds. Psychologisch is dat belangrijk: je laat zien dat er geen kans is om de eurozone uit elkaar te trekken. Maar dat wordt dat weer wekenlang uitgesteld omdat één lidstaat (Duitsland, red.) zegt: ‘Even zien nog’.”