Rutte laat niet merken dat zijn coalitie moeite heeft met begrotingsdiscipline

Premier Mark Rutte ondertekende vanmorgen in Brussel, met 24 andere Europese regeringsleiders, opgewekt een nieuw verdrag over begrotingsdiscipline. Ook gisteravond, tijdens een werkdiner met EU-regeringsleiders over de stagnerende Europese economie, liet Rutte niet blijken dat Nederland nu al moeite heeft om zich aan de nieuwe rigide Europese begrotingsregels te houden.

Rutte beantwoordde de vraag of het te hoge Nederlandse begrotingstekort gisteravond aan de orde was gekomen, met de woorden: „Niemand heeft me erop aangesproken.”

Dit is lastig te verifiëren. Omdat er 27 regeringsleiders in de vergaderzaal zijn, brengen de meeste diplomaten en ambtenaren hun Europese toppen tegenwoordig in een andere zaal door. Er zijn dus weinig getuigen, behalve de regeringsleiders en de presidenten van Europese instellingen. Maar diverse bronnen bevestigden dat Rutte de Europese Commissie niet heeft gevraagd om flexibele toepassing van de Europese begrotingsregels. Integendeel zelfs. Hij zou hebben gezegd dat Nederland zich aan de afspraken houdt en dat hij het Nederlandse tekort op tijd onder de Europese limiet van 3 procent van de bbp zal brengen. Daarmee, zegt een bron, „was de kous af. Voor nu, althans.”

Rutte, die sterk heeft aangedrongen op strikte begrotingsregels voor iedereen, wist dat alle ogen op hem gevestigd waren. ’s Ochtends, na een onderhoud met Europees parlementsvoorzitter Martin Schulz (over dat ándere onderwerp dat Nederland internationaal in de kijker houdt: het PVV-meldpunt voor Oost-Europeanen), zei hij al dat „de regels voor iedereen moeten gelden”. Ook zei hij niet te geloven in het verhaal dat je in moeilijke tijden niet te veel moet bezuinigen. Een land dat anderen de les leest over hun begrotingstekort, heeft iets uit te leggen als het zelf in de problemen komt.

In Brussel en Den Haag vragen velen zich af hoe deze regering 10, misschien wel 15 miljard aan extra bezuinigingen vindt. Maar Rutte was vastbesloten geen krimp te geven. Niet alleen omdat hij gezichtsverlies riskeerde én een verlies van de AAA-status, de beste reputatie op financiële markten. Maar ook omdat een Europese top van regeringsleiders niet meer de plek is waar je dit soort dingen eventjes regelt.

Mede door Nederlandse druk maakt het nieuwe verdrag (net als soortgelijke Europese wetten die najaar 2011 zijn aangenomen) nadrukkelijk een eind aan het politieke gemarchandeer dat vroeger zo gebruikelijk was. Er is nog maar één instantie die beoordeelt of een land aan de begrotingsregels voldoet: de Europese Commissie. Zij is onafhankelijk. Ze werkt op basis van cijfers. Die toetst ze aan de regels die de regeringsleiders zelf hebben vastgelegd – zoals in het verdrag dat vanmorgen is getekend. Het heeft dus weinig zin om, zoals de Spaanse premier Mariano Rajoy gisteravond deed, te proberen onder collega’s steun te zoeken voor meer soepelheid. Die collega´s mogen alle begrip van de wereld hebben, ze gaan hier niet meer over.

De Spanjaarden waren teleurgesteld dat Rutte hen gisteravond niet bijviel. Rajoy, die pas enige maanden aan de macht is in Spanje, heeft hetzelfde probleem als Rutte: een hoger begrotingstekort dan verwacht bij een economie die meer krimpt dan verwacht. Dat maakt extra bezuinigingen nodig in een land met de hoogste werkloosheid van Europa (23 procent), dat volgens velen al kapot is bezuinigd.

Rajoy wil dat de Commissie de regels daarom soepel toepast op Spanje. Volgens een Europese bron oogst Rajoy sympathie, maar is de Commissie „not amused” dat hij het niet bij het juiste loket te berde bracht: bij eurocommissaris Olli Rehn, die nog altijd geen definitieve cijfers uit Madrid heeft gezien. „Rutte beseft dit. Hij wil niet dezelfde fout maken”, denkt deze bron. „Daarbij, hij wil absoluut niet in hetzelfde kamp terechtkomen als dat arme Spanje.”

Het verdrag over begrotingsdiscipline wordt van kracht zodra twaalf landen het hebben geratificeerd. Bij de ondertekening vanmorgen zei Europees president Van Rompuy: „Nu moet u allen uw parlementen en kiezers overtuigen dat dit verdrag een belangrijke stap is om de euro in veiliger wateren te brengen.” Door de politieke spanningen die de hoge begrotingstekorten in Spanje en Nederland oproepen, beseffen velen dat dit een moeilijke horde wordt. Zelfs na de geruststellende woorden van Rutte.