Column

Psychoporno

Het Zeeuwse Westkapelle blijft opvallend nuchter. Maakt het Openbaar Ministerie bekend dat een inwoner er in dertig jaar tientallen jongens misbruikte? Geen nieuws. Joost de klusjesman was al iemand om je kinderen voor te waarschuwen: ga die maar liever uit de weg.

Het is van een koelbloedigheid die uit de tijd is. En ik zit net in de werkkamer van Wim Wolters, hoogleraar in de medische kinder- en jeugdpsychologie, om te praten over de beste reactie op die andere grote zedenzaak: binnen de Rooms-Katholieke Kerk.

Wolters stapte per gisteren op als voorzitter bij het Platform Hulpverlening, dat de slachtoffers verder moet helpen. Het kwam, met een afzonderlijk meldpunt voor klachten, in de plaats van Hulp en Recht, het bekritiseerde klachtenbureau van de kerk.

Wolters zou met collega’s slachtoffers doorverwijzen, maar zegt nu dat het maatschappelijk tumult rond het misbruik in de kerk hem dat onmogelijk maakt: „Slachtoffers worden gefixeerd in hun slachtofferrol.”

Media gebruiken de ervaringen en het leed van slachtoffers vaak als entertainment, vindt Wolters. Hij noemt dat psychoporno.

Een modieuze term. We hadden bijvoorbeeld al voedselporno, echtscheidingsporno en oorlogsporno. Droogjes: „Je mag het ook psychokannibalisme noemen.”

Hij is katholiek. „Kritisch katholiek” weliswaar, maar toch: probeert Wolters het misbruik niet gewoon opnieuw uit de aandacht te halen?

Hij bezweert van niet. Dat deze krant soms gedetailleerde verhalen van slachtoffers naar buiten bracht, vindt hij terecht. De katholieke kerk heeft volgens hem een „angstige” en „obsessieve” houding ten opzichte van seksualiteit. En hij heeft zelf dossiers gelezen waarna hij uren niet kon werken uit woede.

Maar hoe je deze slachtoffers nu kan helpen, is iets anders. „Niet in een publiekstheater.” Zoals begin februari, toen de Kamer het rapport van de commissie-Deetman besprak en er werd aangedrongen op een parlementaire enquête. „Puur eigenbelang speelde daar. Iedere psychotherapeut weet dat je deze mensen niet eindeloos door hun ellende moet halen. De grondregel is dat je heel goed nadenkt voordat je de deksel van dat doosje haalt.”

Ook botert het niet altijd tussen belangengroepen van de slachtoffers en het Platform. Slachtoffers vinden dat zij het beste weten wat goed voor hen is. „Ik zeg: neem onze kunde even serieus als wij jullie ervaringen ernstig nemen.”

Hij ziet sommige slachtoffers in televisieprogramma’s meewerken aan „een cultus”, die meer beschadigt dan helpt. „Zeker als de beloning pseudomaatschappelijke aandacht is.” Andere slachtoffers worden volgens hem dan huiverig om hulp te vragen. „Daarom ben ik voorstander van stilte en rust.”

Hij sprak iemand die misbruikt was, maar méér ernstigs had meegemaakt. Toch werd alles aan het misbruik geweten. „Ik zei: ‘Je hebt nog zeker veertig jaar te leven. Je kan hierop blijven focussen, of doorgaan met verder leven’.”

Het lijkt erop dat Westkapelle al besloot dat maar te doen.