Premier Kan redde Japan

Toenmalig premier Naoto Kan van Japan wist een meltdown van reactor 4 in Fukushima door doortastend ingrijpen te voorkomen.

Correspondent Japan

Tokio. De gevolgen van de kernramp in Fukushima hadden vele malen erger kunnen zijn, als toenmalig premier Naoto Kan niet had ingegrepen. Kan heeft een meltdown in reactor 4 voorkomen door het elektriciteitsbedrijf Tepco, eigenaar van de kerncentrale, te verbieden zich uit Fukushima terug te trekken.

Dat blijkt uit een nieuw, onafhankelijk onderzoek naar het ongeluk op 11 maart vorig jaar met de kerncentrale ten gevolge van de tsunami die Japan had getroffen.

Op een persbijeenkomst gisteren zei Koichi Kitazawa, voormalig hoofd van het Japanse Bureau van Wetenschap en Technologie, dat Tepco zich wilde terugtrekken toen de temperatuur in de centrale opliep. „Op 14, 15 en 16 maart hoorde het team van premier Kan dat Tepco zijn medewerkers uit Fukushima wilde terugtrekken. Maar de premier stond dit niet toe. Uiteindelijk werden 600 mensen weggehaald en bleven er 50 achter.”

Het elektriciteitsbedrijf heeft na de ramp altijd volgehouden slechts van plan te zijn geweest zich tijdelijk uit de getroffen reactor 4 terug te willen trekken. Tepco heeft nog niet gereageerd op het rapport.

In de krant Asahi Shimbun zei voormalig hoofdredacteur Yoichi Funabashi, die het initiatief nam tot het onderzoek, dat Kan ingreep omdat hij vreesde voor buitenlandse inmenging. „Vroeg in de ochtend van de vijftiende maart ging Kan naar het hoofdkantoor van Tepco. Hij zei dat als er niets gebeurde heel oostelijk Japan zou worden verwoest. Als Japan zelf daar niets tegen deed zou het land worden bezet door de Verenigde Staten en Rusland. ‘Als dat zou gebeuren, waar blijft Japan dan?’ zei Kan. [...] Hij was er echt van overtuigd dat dit het einde was van Japan, omdat het niet in staat was zijn eigen nucleaire ramp te bestrijden.”

Het rapport noemt vooral slechte communicatie, het geloof in een mythe van „absolute veiligheid”, competentiegevechten onder regelgevers en hoogoplopend wantrouwen tussen het elektriciteitsbedrijf Tepco en de Japanse regering als kernproblemen van het ongeluk.

De onderzoekers van de Rebuild Japan Initiative Foundation onder leiding van Funabashi ontdekten dat de situatie soms leek op een klucht. „Zowel de president van Tepco als premier Kan was er tegen dat zeewater de kerncentrales werd ingepompt”, beschrijft Funabashi de situatie op 12 maart.

Maar de reactoren stonden op het punt oververhit te raken. „De plaatselijke directeur in Fukushima, Masao Yoshida, loste dit probleem op door als het ware een Kabuki-toneelstuk uit te voeren. Hij fluisterde tegen zijn medewerker dat er zeewater ingepompt moest worden, maar tegelijkertijd zei hij luid dat het pompen niet mocht plaatsvinden.”

Wantrouwen heerste ook tussen het hoofdkwartier van Tepco in Tokio en de kerncentrale in Fukushima. „Tepco is misschien nog bureaucratischer dan de Japanse overheid”, zegt Funabashi.

Een ander belangrijk probleem is communicatie. „Japan had hele slechte communicatie”, zegt onderzoeker Endo. „De Japanse regering besloot op 4 april om radioactief water in de oceaan te dumpen. Ze brachten de internationale gemeenschap nooit op de hoogte. Ze deden het gewoon.”