Noors debacle ontwricht SBM Offshore

Een avontuur met de bouw van olieplatforms heeft geleid tot een megaverlies voor SBM Offshore. Het bedrijf stopt nu met deze activiteit en gaat terug naar de kern.

Het olieplatform van SBM Offshore in aanbouw. Na verwachting levert het Yme-veld volgend jaar zijn eerste olie, dat is ruim drie jaar later dan gepland. Foto Lars Christopher Nøttaasen

In de Noordzee, honderd kilometer ten zuidwesten van de Noorse havenplaats Stavanger, probeert het Nederlandse bedrijf SBM Offshore een olieplatform af te bouwen. Maar echt makkelijk gaat het niet. Het project is uitgelopen op een nachtmerrie. De bouw ligt al ruim drie jaar achter op schema. En het heeft honderden miljoenen euro’s meer gekost dan verwacht.

SBM Offshore ligt dan ook in de clinch met zijn opdrachtgever, het Canadese olie- en gasbedrijf Talisman Energy. Rechtszaken zijn gestart. „De relatie tussen beide bedrijven is verziekt”, zegt Jos Versteeg van zakenbank Theodoor Gilissen.

Vanochtend meldde SBM Offshore dat het een voorziening van nog eens 407 miljoen dollar heeft getroffen om de extra kosten te dekken van de bouw van twee platforms, waaronder dat in de Noordzee. Eerder werd ook al een voorziening gemeld van 450 miljoen dollar. De schade heeft twee bestuurders van SBM Offshore de kop gekost. Vorige zomer kondigde topman Tony Mace zijn vertrek aan. Begin dit jaar volgde financieel bestuurder Mark Miles. Hoe kon het zo uit de hand lopen?

Het leek allemaal zo mooi in 2006. Het Canadese Talisman Energy kreeg van de Noorse autoriteiten groen licht om naar olie te boren in het Yme-veld. Het was een bekend, en betrekkelijk klein veld. Het Noorse concern Statoil had er eerder olie gewonnen, maar was er in 2001 mee gestopt door de lage olieprijs. Het Yme-veld was toen pas voor 20 procent leeg.

In januari 2007 gaf Talisman Energy opdracht aan SBM Offshore om een platform te ontwerpen en te bouwen. De verwachting was dat begin 2009 de oliewinning kon starten.

Voor SBM Offshore was alles nieuw. Het had niet eerder in Noorwegen gewerkt. Talisman Energy was een nieuwe partner, en met het bouwen van platforms was het bedrijf net begonnen. SBM Offshore was bekend geworden door het ombouwen van tankers tot drijvende fabrieken die olie kunnen oppompen, bewerken en opslaan. Maar het concern wilde diversifiëren. Het ging de markt op met een nieuw soort olieplatform, goedkoper dan de meeste en speciaal bedoeld voor de exploitatie van kleine olievelden. Zijn eerste eigen platform bouwde het voor een olieveld in Deense wateren. Daarna volgde het project in Noorwegen.

SBM besloot het platform voor het Yme-olieveld te laten bouwen op een werf in Abu Dhabi. Daar zijn de problemen begonnen, zegt analist Versteeg. Ook deze werf was nieuw voor SBM Offshore. Ze bleek slecht laswerk af te leveren. „SBM moest alles opnieuw doen”, zegt hij. Maar volgens een woordvoerder van het bedrijf klopt dat niet. „Het laswerk was prima”, zegt hij. Er was alleen discussie met de Noorse autoriteiten over de manier waarop de kwaliteit van de duizenden lassen getest moest worden. Zo zijn er volgens hem meer discussies geweest met de toezichthouder, de Petroleum Safety Authority. Het gevolg: vertraging.

Begin 2009 meldde SBM Offshore dat het platform langer in Abu Dhabi moest blijven. De discussies met de Noorse toezichthouder verliepen moeizaam. „Ons bedrijf is nieuw voor de toezichthouder, ons type platform ook”, meldde het bedrijf toen. „Ze wil zeker weten dat alles veilig is.”

Een verdere vertraging werd later dat jaar aangekondigd. Talisman Energy stelde de datum van de eerste oliewinning uit tot begin 2010. Maar al snel bleek ook dat niet realistisch. De irritatie bij het Canadese bedrijf begon te groeien. Het ging allerlei aanpassingen eisen aan het ontwerp, zo beweert SBM Offshore. Met name over de manier waarop het platform geïnstalleerd moest worden op zee.

Medio 2010 was het platform klaar en werd het naar Stavanger verscheept. Eenmaal daar aangekomen was het alweer eind 2010 en waren de omstandigheden op zee te slecht om het platform te installeren.

In het voorjaar van 2011 besloten Talisman Energy en SBM het platform zo snel als mogelijk op zee te installeren en daar de resterende werkzaamheden af te maken. SBM Offshore kondigde aan 450 miljoen dollar extra nodig te hebben voor de bouw van twee olieplatforms, waaronder dat voor het Yme-veld. In juni 2011 verliet het platform de haven van Stavanger. Een maand later liet SBM Offshore weten dat de installatie op zee goed was verlopen. Maar voor topman Tony Mace was het te laat. Hij kondigde zijn vertrek aan.

De relatie tussen Talisman Energy en SBM Offshore bleef verslechteren. Topman John Manzoni van Talisman Energy klaagde publiekelijk over het slechte werk van het Nederlandse bedrijf. „Ik ben gefrustreerd over dit project, en de wortel ligt bij de slechte uitvoering”, vertelde hij journalisten. Hij verwachtte toen nog dat halverwege 2012 de eerste olie uit het Yme-veld zou stromen.

Begin dit jaar kondigde SBM Offshore nieuwe problemen aan. Talisman Energy stelt „onredelijke eisen” waartegen het Nederlandse bedrijf zich „agressief” verzet, zo werd gemeld. Door de onderlinge ruzie gaan de werkzaamheden op zee veel langzamer dan verwacht. SBM Offshore meldt nu dat het weer een „substantiële” voorziening moet nemen. Het langer dan verwacht inhuren van personeel, drijvende hotels en ander materieel kost handen vol geld. Zeker op zee. Ook financieel bestuurder Mark Miles van SBM Offshore trekt zijn conclusies en kondigt aan in mei te vertrekken.

Inmiddels lopen er twee rechtszaken. Ze draaien met name om wie alle extra kosten moet betalen. De woordvoerder van SBM Offshore wil er verder niks over kwijt.