Leedvermaak in Europa

In de afgelopen jaren hamerde geen land in Europa zo op strenge begrotingsregels als Nederland. Andere lidstaten zijn dat niet vergeten.

Correspondent Brussel

Nederland krijgt een koekje van eigen deeg. Als één land de druk heeft opgevoerd voor keiharde begrotingsdiscipline in de eurozone, was het wel Nederland. Nu het begrotingstekort de Europese limiet van 3 procent blijft overschrijden, moet Rutte wederom hevig bezuinigen. Anders krijgt hij straks de sancties over zich afgeroepen die „eurozondaars” volgens zijn kabinet verdienen.

In Den Haag begint men zich af te vragen of het wel verstandig is om zulke rigide begrotingsregels te hebben voor eurolanden. Dat zal veel andere eurolanden plezier doen – om niet te zeggen enig leedvermaak te bezorgen. Landen als Italië en Spanje worstelen al langer met dit soort vragen. Hoe ver kun je bezuinigen, zonder de economie te verstikken? Is verder snijden verantwoord, kun je niet beter focussen op hervormingen? En moet je niet meer naar de daden en intenties van regeringen kijken, dan alleen naar een getalletje? Maar naar Spanje en Italië werd niet geluisterd, want zij hoorden tot de inferieure zuidelijke euroflank.

Minister Jan Kees de Jager zei vorig jaar tegen deze krant dat hij hen soms in Brussel de Nederlandse begrotingssystematiek uitlegde, met gescheiden inkomsten en uitgaven, en met plafonds: „Nederlandse begrotingsregels als exportproduct, zeg maar. Want sommigen begrijpen dat systeem helemaal niet.”

Nu blijkt de situatie minder zwart-wit. De Nederlandse regels zijn minder waterdicht dan gedacht en Italië en Spanje hebben nieuwe regeringen. De nieuwe premiers Mario Monti en Mariano Rajoy hebben voortvarend in eigen vlees gesneden, maar willen nu ook wat terug: clementie uit Brussel. Zij vinden dat ‘kaalslag’ geen economisch scenario is maar meer een recept voor onnodige sociale ellende. Zij maken hun punt met zoveel overtuigingskracht dat dit soort zaken nu bespreekbaar zijn in Brussel.

Vooral Rajoy staat het water aan de lippen. Spanje zit, net als Nederland, in een recessie. Deze week werd bekend dat het Spaanse begrotingstekort voor 2011 niet op 6 procent uitkwam, maar op 8,5 procent. Hier kan Rajoy weinig aan doen: toen was hij nog geen premier. Dat Spanje dit jaar op de geplande 4,4 procent uitkomt, lijkt nu uitgesloten: de economie krimpt dit jaar. Dus heeft Rajoy de Finse eurocommissaris Olli Rehn gevraagd om enige soepelheid bij de beoordeling van Spanje.

Maar Rehn zit met dit geval in zijn maag. Vooral noordelijke landen als Nederland hebben hem afgelopen jaar de macht bezorgd om als strenge schoolmeester – sommigen zeggen ‘begrotingstsaar’ – te waken over de magische begrotingslimiet van 3 procent. Rehn heeft de opdracht mínder flexibel te zijn, niet méér flexibel. Hij heeft de beslissing even voor zich uitgeschoven door te zeggen dat hij pas oordeelt als hij definitieve cijfers heeft. Uitgerekend vandaag tekenen regeringsleiders het nieuwe Compact-verdrag met 25 landen, dat de bikkelharde toepassing van de 3-procentslimiet in juridisch beton giet.

Als Rehn flexibel is, overtreedt hij zo langzamerhand zélf de regels.

Rajoy krijgt alle steun van Mario Monti, die veel lof van noordelijke landen oogst. Monti doet alles om de Italiaanse economie er bovenop te krijgen. Maar ook hij pleit voor „an end to austerity”. Het is beter, zei Monti laatst in het Europees parlement, om intelligent te hervormen met oog op toekomstige groei, dan lukraak verder te bezuinigen om die 3 procent zo snel mogelijk te halen. Monti weet als geen ander waar de obsessie met die 3 procent vandaan komt. Hij was in 2003 eurocommissaris toen Duitsland en Frankrijk de limiet overschreden, en ermee wegkwamen door de regels te versoepelen. Hij weet hoe boos de Europese Commissie en kleinere landen als Nederland daarover waren, die wisten dat alleen grote landen daarmee wegkwamen.

Dat begrotingsdiscipline afgelopen twee jaar bijna een religie is geworden en dat de duimschroeven zo fors zijn aangedraaid, heeft alles met die diepgewortelde frustratie te maken – óók voor Duitsland, dat zijn eigen fout wil goedmaken door anderen nu discipline op te leggen. Monti heeft nooit zover willen gaan als Romano Prodi, voormalig Italiaans premier en ex-Commissievoorzitter, die de 3-procentslimiet eens „stupide” noemde. Het was maar een arbitrair getal, vond Prodi. Wel heeft Monti altijd gewaarschuwd dat te veel onbuigzaamheid onwerkbaar is voor de eurozone.

En het koor van critici zwelt aan. De invloedrijke eurocommentator Munchau schreef deze week in FT Deutschland dat Spanje „uitstel moet krijgen”. Bruegel-directeur Jean Pisani-Ferry en CPB-directeur Coen Teulings pleitten in Financial Times voor intelligente hervormingen in plaats van meer bezuinigingen. Hoge Europese functionarissen zeggen al maanden dat ze de noordelijke fixatie op automatische sancties absurd vinden. Maar omdat solidariteit – bailouts (reddingen), noodfondsen – ook uit het rijkere noorden moest komen, vertelt één hunner, „was er weinig keus en moest iedereen deze Duitse, Finse en Nederlandse eis eerst slikken”.

Misschien had iedereen beter naar Philippe Maystadt moeten luisteren, een voormalige Belgische begrotingsminister die tot voor kort president was van de Europese Investeringsbank. Maystadt, die weleens wordt genoemd als mogelijk opvolger van Jean-Claude Juncker als voorzitter van de eurogroep, vertelde deze krant in mei 2010 dat het onlogisch is om een land met financiële problemen met sancties nóg verder in de modder te duwen. „Dan wordt de kans dat dit land er bovenop komt, juist kleiner. Alle eurolanden hebben daar last van.”