Krijgers met middeleeuws silhouet

In de najaarscollecties voor de vrouw van Rick Owens en Ann Demeulemeester waren de middeleeuwen nooit ver weg. Dries van Noten was strenger dan ooit.

Collectie Ann Demeulemeester Foto Peter Stigter

Al vanaf het begin van zijn carrière staat Dries van Noten bekend om zijn dessins. Na 25 jaar heb je alles wel zo ongeveer uitgeprobeerd, zou je denken. Maar Van Noten weet zichzelf nog steeds te vernieuwen op dat gebied. In de vrouwencollectie voor dit voorjaar combineerde hij 17de-eeuwse gravures met zeegezichten en foto’s van nachtelijk Los Angeles, in de mannencollectie voor najaar 2012, die hij in januari showde, gebruikte hij werk van de Nederlandse kunstenaars Gijs Frielink en Letman.

Voor zijn vrouwencollectie voor komend najaar putte hij uit antieke Chinese, Japanse en Koreaanse kimono’s en jassen uit de archieven van het Victoria & Albert Museum in Londen. Maar in plaats van de dessins gewoon over te nemen, liet hij de kledingstukken platgelegd fotograferen, en maakte daar weer prints van. Gedeelten van de gefotografeerde kledingstukken doken scheef en op onverwachte plaatsen op op zwarte, witte en legergroene kleren; iets wat op een mouw leek zat aan de bovenkant van een rok, een gedecoreerde ronde hals van een jas prijkte op de achterkant van een jas, op een colbertje zat een gedeelte van een kimono. De referentie was nog te herkennen, maar werd nooit letterlijk.

Van Noten is nooit een man van korte rokken en diepe decolletés geweest, maar de snit van de kleren was dit keer uitgesproken streng. „Om het geloofwaardigheid te geven”, zoals hij na afloop van de show zei. Jassen waren mannelijk, blouses werden hoog dichtgeknoopt, veel rokken en jurken vielen tot op de kuit. Onder kortere jurken en rokken werden broeken gedragen, er waren broeken met een hoge taille en wijde, smal lopende pijpen in patchwork van gewatteerde stof, een materiaal waarin je ook een verwijzing naar het Oosten kon zien. Het was precies het soort collectie waarom vrouwen naar Dries van Noten gaan: bijzonder, sfeervol, en zeer draagbaar.

De modellen in de shows van Ann Demeulemeester hebben vaak iets van krijgers, en dit keer nog meer dan anders: hun met veren versierde haar piekte alle kanten uit, onder jasjes met uitstaande schootjes werden smalle leren broeken en laarzen met kappen tot over de knie gedragen; een bijna middeleeuws silhouet. Daarnaast waren er sluike jurken en lange jassen, in zwart en blauw satijn, korte leren tops met gebeeldhouwde kragen en leren jacks die zo kort waren, dat er nog net een mouw in kon worden gezet.

De show van de Amerikaan Rick Owens begon gisteren met lange jurken in pluizig materiaal onder lange, wollen jassen. Bij iedere andere ontwerper zou dat er warm en zacht hebben uitgezien, maar niet bij Owens; daar zorgden de gebreide gezichtsmaskers en de brandende balken aan het begin van de catwalk wel voor. Pas halverwege de show dook Owens’ beroemde leer op, in de vorm van korte jasjes met zeer brede mouwen, die van achter elegant waren geplooid.

De middeleeuwse sfeer die onderhuids te voelen was bij Rick Owens en Ann Demeulemeester werd expliciet gemaakt bij Carven, een oud Frans huis dat sinds kort een nieuw leven heeft als hip en relatief betaalbaar modemerk. De tuin der lusten van Jheronimus Bosch was de inspiratie voor een print, bolle rokken, fluweel en kapmouwen refereerden aan de mode uit die periode, ingesneden suède deed denken aan glas-in-loodramen. Korte rokken en zeer hoge hakken maakten de collectie jong, en helemaal 21ste-eeuws.