'Ik probeer de wereld te laten zien zoals die is'

AMSTERDAM - Kinderboekenschrijver Ted van Lieshout krijgt de Woutertje Pieterse Prijs 2012 voor het boek 'Driedelig Paard'. Aan de prijs is een bedrag van 15.000 euro verbonden. © Dijkstra b.v.

De kinderdichtbundel Driedelig paard van Ted van Lieshout heeft gisteren in Amsterdam de 25ste Woutertje Pieterse Prijs gewonnen. De vakjury noemde de bundel, die Van Lieshout schreef, illustreerde en vormgaf, „een kunstwerk op zich”, maar ook een parodie „die diep ingrijpt, aan het lachen maakt en aan het denken zet”. Het is de eerste keer dat Van Lieshout, die voor zijn oeuvre in 2009 de Theo Thijssenprijs kreeg, de prijs ter waarde van 15.000 euro heeft ontvangen.

Driedelig paard is kunst voor kinderen, naar de hoge standaarden die de Woutertje Pieterse Prijs aanhoudt, maar ook toegankelijk en vrolijk. Een spel met vorm is het leidende motief in de bundel. Dat werkt door op verschillende niveaus: de verhalende gedichten zijn uitgelijnde tekstblokken waar geen poëzie aan af te lezen is. Als tegenhanger daarvan zijn de illustraties juist een vormgedicht in beelden, met strofen die bestaan uit rijen gefotografeerde lepeltjes, nougatblokjes of jongleerballen.

„Als ik aan kinderen vraag hoe ze gedichten herkennen, noemen ze ten eerste rijm, en ten tweede die gekke korte regeltjes”, vertelt Van Lieshout. „Ik heb ze eens de opdracht gegeven om die vorm los te laten. Dus niet: ik hou van jou – enter – want je jurk is blauw. Ze moesten opschrijven waaróm die jurk maakte dat ze zo van diegene hielden. Dan komt er echte poëtische verbeelding bij kijken.”

Voor Driedelig paard gaf hij diezelfde opdracht aan zichzelf. Alle gedichten zijn uniform, „waardoor de lezer de confrontatie met de tekst moet aangaan, zonder te weten wat hij kan verwachten”, aldus Van Lieshout.

Met die verwachtingen speelt hij als een satiricus. De inhoud laat zich aanvankelijk herkennen als een brief, een verhaaltje of zelfs een persbericht of reclametekst, maar dat neemt telkens een verrassende, parodiërende wending. Zo schrijft een moeder een brief over de Moederdagtekening van haar kind: „Het was een tekening van zo geringe kwaliteit – om niet meteen te zeggen dat hij ronduit slecht was – dat ik hem zelfs niet met een magneetje aan de koelkast kon hangen, omdat ik me zou schamen als iemand hem zag.”

Van Lieshout grinnikt: „Echt mijn humor. Maar ook herkenbaar toch, zo’n foeilelijke kindertekening die de ouders dan práchtig noemen? Ik probeer de wereld te laten zien zoals die eigenlijk is, door hem net een beetje anders te bekijken.”

Een van de gedichten vindt zijn oorsprong in een grap. Hij stuurde een vriend voor zijn zestigste verjaardag een brief waarin een bejaardentehuis zijn diensten aanbood: „De Avondstonde is erop ingericht om te voorzien in de noden van een heer op leeftijd. Bovendien zijn wij gewend aan kwaaltjes die komen met het bereiken van een leeftijd als de uwe, zoals impotentie en incontinentie.” Van Lieshout: „Hij trapte erin en belde de contactpersoon van het bejaardentehuis, Liset van de Hout, om haar de oren te wassen over die vreselijk onbeschofte brief. Maar hij kreeg Ted van Lieshout aan de lijn.”

De inhoud van de gedichten legt ingesleten taalclichés en het misbruik van jargon bloot, maar ook maatschappelijke absurditeiten. „Maatschappijkritisch klinkt zo zwaar, ik vind het eerder kietelen wat ik doe. Maar we zijn gewend om in de maatschappij op één manier naar de dingen te kijken, terwijl er een heleboel niet goed gaat. Een kunstwerk kan ervoor zorgen dat je op een andere manier gaat kijken.”

Voor volwassenen publiceerde Van Lieshout onlangs de roman Mijn meneer, waarin hij de nuance zoekt in de maatschappelijke discussie over pedofilie. „In mijn werk voor kinderen merk ik dat ik de laatste jaren wat minder naar ernstigheid neig. Geestigheid kan ook een ingang zijn om iets interessants te vertellen.”