Homs valt, kritiek van Rusland op Syrië

Rusland lijkt enige afstand te nemen tot zijn Syrische bondgenoten. Maar president Assad bracht de rebellen een nederlaag toe.

Terwijl Assads bondgenoot Rusland in de VN-Veiligheidsraad voor het eerst meedeed aan kritiek op het Syrische regime, is het Syrische leger de al wekenlang belegerde wijk Baba Amro in Homs binnengetrokken. De rebellen van het Vrije Syrische Leger besloten gisteren tot een „tactische terugtrekking om de burgerbevolking te sparen”. Twee gewonde westerse journalisten zijn naar Libanon geëvacueerd.

Het Internationale Rode Kruis kreeg toestemming van Damascus de wijk binnen te gaan. Maar volgens de Facebook-pagina ‘Baba Amro News’ is het eerste hulpkonvooi aangevallen en zijn alle hulpgoederen gestolen. Dat bericht is niet uit onafhankelijke bron bevestigd.

De Syrische activist Mohamed al- Homsi zei vandaag op de Saoedische zender Al- Arabiya dat de soldaten huizen zijn binnengevallen, en dat alle mannen ouder dan 14 zijn weggevoerd. Ook de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties maakt zich zorgen. Volgens een woordvoerder heeft de organisatie onbevestigde berichten gekregen over de standrechtelijke executie van 17 mensen in Baba Amro.

Het Syrische persbureau SANA gaf gisteren een geheel andere interpretatie van de feiten. Volgens SANA heeft „het Syrische leger de door het buitenland gesteunde terroristen uit Baba Amro weten te verdrijven”.

Het persbureau stelde ook dat de autoriteiten de lichamen hebben geborgen van drie buitenlandse journalisten: Marie Colvin, Remi Ochlik en Javier Espinosa. Colvin, een Amerikaanse journaliste die voor de Sunday Times werkte, en Ochlik, een Franse fotograaf, werden vorige week gedood tijdens de beschieting van Baba Amro.

Maar Espinosa kon woensdag al uit Homs ontsnappen en bevindt zich nu in Libanon. Vanochtend ontkende hij aan de telefoon formeel het SANA-bericht. Espinosa bedankte ook de „moedige burgerjournalisten” van Baba Amro die hem en de andere journalisten hebben geëvacueerd.

Gisteravond wisten ook de laatste buitenlandse journalisten in Homs, Edith Bouvier van Le Figaro en de Franse fotograaf William Daniels, naar Libanon te ontkomen. Bouvier, die vorige week woensdag gewond raakte, bevindt zich nu in een ziekenhuis in Beiroet.

De evacuatie van Bouvier en Daniels maakt een eind aan een sage die meer dan een week duurde, en begon met de dood van Colvin en Ochlik op 22 februari. Hun dood en het lot van de resterende journalisten in Homs kregen wereldwijd veel media-aandacht, meer wellicht dan Homs anders had gekregen.

Maar volgens de actiegroep Avaaz zijn ten minste twintig activisten omgekomen tijdens de diverse reddingsoperaties voor de journalisten. „Hun dood is een eerbetoon aan de ongelooflijke moed van de Syrische burgers”, zei Avaaz-directeur Ricken Patel gisteren, „en een oproep aan de wereld om die moed te evenaren met dringende humanitaire hulp en politieke actie om een einde te maken aan de wreedheden in Syrië.”

Avaaz is een Amerikaanse website die actievoerders wereldwijd steun laat zoeken bij gewone burgers. Doorgaans gebeurt dat middels petities of e-mailcampagnes om druk uit te oefenen op politici. Maar in Syrië is Avaaz een belangrijke speler geworden op het terrein. De organisatie zamelde miljoenen dollars in en zorgde deels voor de bevoorrading van Baba Amro. Ook de meeste buitenlandse journalisten zijn via Avaaz Homs in, en nu weer uit gesmokkeld.

Gisteren circuleerde op internet een video waarop te zien is hoe Colvin en Ochlik in Homs begraven worden. Door het gebrek aan elektriciteit was het niet langer mogelijk om de lichamen te bewaren, legt dokter Mohammed Ahmed al-Mohammed uit op de video.

Al-Mohammed sprak ook een lofrede uit voor de gedode journalisten. „Marie Colvin is een martelaar; ze was in Baba Amro om een hemelse boodschap, een humanitaire boodschap uit te sturen”, aldus de dokter.

Voor de Syrische opstandelingen is de val van Baba Amro een zware klap. Hoewel het regime van Assad steeds meer onder druk staat, is de gewapende opstand veel minder succesvol dan aanvankelijk in Libië het geval was. De rebellen controleren slechts kleine stukjes gebied in verschillende hoeken van het land. Volgens de Verenigde Naties zijn sinds het begin van de opstand in maart vorig jaar al meer dan 7.500 mensen gedood.