‘Hij een boef, maar er is nu eenmaal geen alternatief’

Veel aanhangers van Poetin verlangen naar bestendiging van de stabiliteit die hij eerder bracht als president. Hoewel daarvan alleen nog een façade over is, blijven ze op hem stemmen.

In een videoboodschap op zijn website richt de beroemde filmregisseur Andrej Kontsjalovski zich tot het Russische volk. „In ons land voltrekt zich een catastrofe”, zegt hij, waarna hij, in zijn ogen, de resultaten van twaalf jaar Poetin opsomt: een enorme toename van de criminaliteit, lokale wetshandhavers die als misdadigers opereren, corruptie die zijn gelijke alleen in Afrika kent, megawerkloosheid in de provincie, een onrustbarende zelfmoordgolf onder jongeren, een uitstervende en drankverslaafde bevolking.

Ook onderstreept Kontsjalovskidat Rusland uit twee bevolkingsgroepen bestaat: een kleine groep ontwikkelde burgers en een grote amorfe, feodale massa. „Zo is het al honderden jaren en daardoor verandert er hier niets”, zegt de regisseur. Om het tij te keren is een nieuwe Peter de Grote nodig, die Rusland een forse duw vooruit geeft en het volk, anders dan de huidige machthebbers volgens hem doen, de waarheid vertelt over wat er werkelijk aan de hand is.

De wanhoopskreet van de regisseur lijkt bedoeld om Poetinstemmers op andere gedachten te brengen. Veel succes zal hij niet hebben, want dat deel van die ‘amorfe, feodale massa’ dat zondag naar de stembus gaat om op Poetin te stemmen, gebruikt geen internet.

Volgens een recente peiling krijgt Vladimir Poetin op 4 maart 66 procent van de kiezersgunst, waarmee hij in een eerste ronde wint en zijn politieke geloofwaardigheid behoudt. Volgens analisten is dat percentage behoorlijk bijgesteld. Maar zelfs als hij in de eerste ronde tussen de 35 en 40 procent van de stemmen zou krijgen, wat volgens hen realistischer is, dan heeft hij nog altijd drie keer zoveel kiezers achter zich dan de kandidaat die hem op de hielen zit, communistenleider Gennadi Zjoeganov.

Zijn zege dankt Poetin vooral aan het feit dat hij geen serieuze tegenstanders heeft. In de afgelopen twaalf jaar zijn die op een slinkse manier buitenspel gezet. Communistenleider Zjoeganov, ultranationalist Vladimir Zjirinovski, oud-Senaatsvoorzitter Sergej Mironov en in mindere mate de liberale oligarch Michail Prochorov worden door vrijwel niemand serieus genomen.

De ‘amorfe massa’ woont vooral op het platteland en in de provinciesteden. Het is een groep die verlangt naar het bestendigen van de stabiliteit, die Poetin aan het begin van zijn eerste presidentstermijn realiseerde door de centrale staat te herstellen, de Russen weer een gevoel van eigenwaarde te geven en de uitbetaling van de pensioenen en salarissen te garanderen nadat het wilde kapitalisme in de jaren negentig over hen was uitgestort.

Die stabiliteit, waarvan na twaalf jaar een magere façade rest, verkondigt Poetin dagelijks op de staatstelevisie als hij de begrotingspot weer eens opentrekt en nieuwe beloftes doet om zijn land groots en welvarend te maken. De oppositie en de demonstrerende middenklasse worden in die retoriek als vijanden van het volk afgeschilderd, die door het Westen zijn betaald.

„Ik stem op Poetin”, zegt de 63-jarige gepensioneerde ingenieur Sergej Prolygin, die met zijn bejaarde moeder op een flatje van 40 vierkante meter in Moskou woont. „Het is natuurlijk een boef, maar er is in dit vreselijke land geen alternatief. De liberale oppositie? Laat me niet lachen, die bestaat uit slechte mensen, die in dienst zijn van de Verenigde Staten.”

Ook taxichauffeur Timoer, afkomstig uit de noordelijke Kaukasus, stemt op Poetin. „Hij staat weliswaar aan het hoofd van de dievenbende in het Kremlin, maar hij zorgt wel voor een beetje stabiliteit”, zegt hij.

Ook delen de Poetinaanhangers vaak eenzelfde achtergrond: ze zijn laagopgeleid, gezagsgetrouw en vooral op hun eigen land gericht, hoewel er ook een groep jonge rijke Russen is die op de premier stemt, met name omdat ze van zijn systeem afhankelijk zijn. Wat er elders in de wereld gebeurt, ontgaat hen en stoot hen af, opnieuw dankzij de antiwesterse propaganda op de staatstelevisie.

Een derde van het electoraat bestaat bovendien uit gepensioneerden. Van hen zal een groot deel altijd op de heersende machthebbers stemmen, een traditie uit de Sovjet-Unie. Ze herinneren zich de relatieve orde die onder het communistische regime bestond en gruwelen nog altijd van de chaos die volgde op het uiteenvallen van dat Sovjetimperium in 1992. Poetin is voor hen de hoeder van het beetje welvaart, dat zij dankzij de gestegen olieprijs hebben gekregen. Het aan de macht komen van de leiders van de sinds december protesterende liberale middenklasse is hun grote schrikbeeld.

Een andere belangrijke groep Poetinstemmers bestaat uit ambtenaren en artsen, leraren en postbodes. Zij stemmen op Poetin uit angst voor represailles, zoals ontslag of kortingen op het budget van hun scholen en ziekenhuizen. Promovendi in de geneeskunde aan de Moskouse Staatsuniversiteit bekenden onlangs dat ze door hun hoogleraren waren bedreigd dat ze hun doctorstitel wel konden vergeten als ze niet op Poetin zouden stemmen.

En dan is er nog de relatief kleine groep nostalgische patriotten, die in Poetin de garantie voor het behoud van het Russische vaderland zien: „Het kapitalisme en de democratie die na 1992 zijn ingevoerd vormen de grootste bedreiging voor de toekomst van Rusland”, zegt de dichter Sergej Brel. Voor hem is Poetin de minste van twee kwaden, zonder wie de puinhoop nog groter zou zijn. „En daarom hebben we Poetin nodig, want die regeert met ijzeren vuist.”