God krijgt meer zeggenschap in Iran

De vertegenwoordigers van God op aarde, de geestelijkheid, gaan vandaag de parlementsverkiezingen in Iran winnen. De invloed van het volk neemt af.

EDITORS' NOTE: Reuters and other foreign media are subject to Iranian restrictions on leaving the office to report, film or take pictures in Tehran. Women fill up their ballot papers during the parliamentary election at a mosque in southern Tehran March 2, 2012. Iranians voted on Friday in a parliamentary election which is expected to reinforce the power of the clerical establishment of Supreme Leader Ayatollah Ali Khamenei over hardline political rivals led by President Mahmoud Ahmadinejad. REUTERS/Raheb Homavandi (IRAN - Tags: POLITICS ELECTIONS) REUTERS

Het eerste doel van de parlementsverkiezingen in Iran is vandaag de vijand „een klap in het gezicht” te geven. Daarop hameren de Iraanse leiders. Alleen een massale opkomst zal het Westen immers laten zien dat het volk nog steeds eensgezind achter de religieuze staatsideologie staat.

De winnaars van de verkiezingen voor de 290 zetels van de Majlis zijn al bepaald. Dat zijn de vertegenwoordigers van God op aarde, opperste leider ayatollah Ali Khamenei en de andere shi’itische geestelijken die het politieke leven hier bepalen.

Verrassingen zijn zoveel mogelijk uitgesloten. Hervormingsgezinde politici zitten in de gevangenis sinds de zuivering die volgde op de betwiste presidentsverkiezing in 2009, en veel anderen zijn van deelneming uitgesloten. De kandidaten zijn allemaal geselecteerd door de Raad van hoeders van de grondwet, zes geestelijken en zes juristen die zijn aangesteld door de opperste leider en het parlement.

Hoewel de strijd gaat tussen conservatief en extreem conservatief, staat er meer op het spel. Het broze machtsevenwicht in de islamitische republiek is al sinds de opstand van 2009 verstoord; niet-gekozen geestelijken winnen invloed.

Op kleinere campagnebijeenkomsten in moskeeën en universiteiten roepen prominente kandidaten openlijk op om de ‘republikeinse’ kant van de staat – de directe verkiezingen – te reduceren tot het bevestigen van goddelijk leiderschap, in plaats van de goddelijke leiding uit te dagen met de aardse eisen van het volk.

„Legitimiteit om te regeren komt van God, en niet van het volk”, zei de shi’itische geestelijke en kandidaat voor het aartsconservatieve Stabiliteitsfront Nabavian in een debat op zaterdag. „Een democratie past niet bij ons land, maar een theocratie wel [..] Het volk is er om degenen die door God zijn uitverkoren te helpen.” Een verward applaus van de voornamelijk radicale studenten volgde.

Volgens de grondwet van 1979 is de islamitische republiek helemaal geen theocratie. De eerste artikelen zeggen dat het politieke systeem moet worden „ondersteund door het volk”. Er moet worden geregeerd „op basis van de publieke opinie, zoals gemeten in verkiezingen”.

Decennialang maakten de verkiezingen Iran tot een van de meer democratische landen in een regio die tot de Arabische opstanden van 2011 werd gedomineerd door autoritaire leiders en koningen.

Twee van die verkiezingen resulteerden in monsterzeges voor de hervormer Mohammad Khatami, die tegen de wil van conservatieve geestelijken hervormingen probeerde door te voeren tijdens zijn tumultueuze ambtperiode van 1997 tot 2005.

Maar de verkiezingen van vandaag illustreren de diepe ideologische veranderingen sinds die periode. Politici die voor meer vrijheden pleitten en destijds miljoenen stemmen kregen, zijn gemarginaliseerd. Daarentegen krijgt een nieuwe generatie van radicale geestelijken en commandanten van de revolutionaire garde – die geloven in een door God aangesteld leiderschap – meer invloed.

„We zijn er momenteel getuige van dat de invloed van het volk afneemt”, aldus Nader Karimi Joni, een columnist voor hervormingsgezinde media. „Ons systeem richt zich nu op het verkrijgen van legitimiteit van God.”

Voorstanders van dit idee speelden een hoofdrol in de verkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad in 2005. Zij verdedigden hem toen miljoenen Iraniërs in 2009 tegen zijn herverkiezing protesteerden totdat ze van straat werden geslagen door politie en milities.

Nu wordt algemeen aangenomen dat hun vertegenwoordigers, die zich hebben verenigd in het Stabiliteitsfront, veel zetels zullen winnen in het parlement. Dit front staat onder de leiding van ayatollah Mohammad Taqi Mesbah Yazdi, een ambitieuze geestelijke die wordt gezien als een inspiratiebron voor president Ahmadinejad en een fel pleitbezorger is van het idee van de islamitische staat. Een ruzie tussen de twee van afgelopen lente lijkt bijgelegd, net als een publiek meningsverschil tussen Ahmadinejad en Khamenei.

Mesbah Yazdi en Ahmadinejad duwen in toenemende mate de opperste leider midden op het toneel van de Iraanse politiek. Zij benadrukken zijn rol als de belangrijkste man in het land.

Ondanks alle meningsverschillen hoort de president wel degelijk bij het kamp dat alle verantwoordelijkheid op de schouders van de leider wil plaatsen. Dit idee wordt nu breed gedragen in het establishment.

Khamenei zelf benadrukt het belang van de rol van het volk. Maar hij zei in oktober dat in de toekomst wellicht de post van president zou kunnen worden afgeschaft en er een door het parlement aangestelde premier zou kunnen komen. Maar dat mag de invloed van het volk niet in gevaar brengen, vond hij.

„Meer en meer ontwikkelt onze opperste leider zich tot het centrum en de belangrijkste macht in ons land”, zei Sadollah Zarei, een columnist voor de radicale krant Kayhan. „Hij staat ferm op de top van de piramide; dit maakt ons land sterk.”

Een afwijkende mening komt van Ali Mottahari, parlementslid en zoon van een van de ideologische vaders van de islamitische republiek. Mottahari waarschuwt dat het gevaarlijk is alle verantwoordelijkheid aan de leider te geven. Hij vindt dat de opperste leider moet kunnen worden gekritiseerd zoals iedereen in Iran.

„In de Middeleeuwen in Europa was de katholieke kerk tiranniek. Dit leidde tot een opstand,” zei Mottahari in het debat met geestelijke Nabavian op zaterdag. „Ook hier, in Iran willen sommigen onze opperste leider in een tiran veranderen. Dat is een groot gevaar.”