Europa wordt nu postdemocratisch

In het begrotingspact geven nationale parlementen macht op, maar de monetaire unie mag niet worden gespiegeld aan het Centrale Comité van de Chinese communistische partij, vindt Rodrigo Fernandez.

De financiële crisis die in 2007 begon, resulteerde in banken die moesten worden gered, stimuleringsmaatregelen met publieke middelen en lagere belastingopbrengsten. Dit betekende dat de staatsschuld van ontwikkelde economieën in korte tijd toenamen met tientallen procenten. De grootste economische neergang sinds de jaren dertig was het directe gevolg van de grote speelruimte die bankiers hadden opgebouwd vanaf de jaren tachtig. Sinds deze tijd verkeren financiële markten in een staat van permanente revolutie. Hierbij wordt alles steeds groter en sneller.

Het antwoord van de lidstaten van de Europese Unie op deze ontwikkelingen is niet een uitgebreid pakket dat de teugels van bankiers aanhaalt, maar een volgende stap in de richting van een postdemocratisch Europa. Het antwoord van de lidstaten negeert de lessen uit het verleden, de depressie, en waarom een stimulering met publieke middelen soms nodig is om een neerwaartse spiraal te doorbreken. De lidstaten negeren ook de toekomst. Hierin is een Keynesiaanse strategie niet meer genoeg. We hebben niet weer decennia de tijd om uit deze crisis te groeien.

In Nederland bestaat bijzonder weinig interesse in het nieuwe begrotings- of stabiliteitspact van de Europese Commissie. Het Ierse referendum zal hierin hopelijk verandering brengen. Dit verdrag is door bondskanselier Merkel gepresenteerd als een juridische verankering van begrotingsdiscipline, om te regelen dat de lidstaten van de eurozone voor altijd binnen een strikte bandbreedte zullen blijven. Het is duidelijk dat de euro niet kan functioneren zonder een gezamenlijk fiscaal beleid of politieke eenheid. De manier waarop dit mechanisme voor permanente bezuinigingen is ingericht, is echter geen goed antwoord maar een verdere stap in de richting van een autistisch en postdemocratisch Europa.

Het begrotingspact wordt gekenmerkt door haar snelheid, onopvallendheid en meedogenloze effectiviteit. Hierdoor lijkt het net een sluipmoordenaar. Het verdrag kent ook geen clausules voor ontbinding, waardoor de begrotingsdiscipline in principe voor altijd is. Nationale parlementen geven de soevereiniteit op het gebied van het begrotingsbeleid prijs en committeren zich aan economische indicatoren die de Europese Commissie dicteert.

Deze indicatoren zijn niet alleen arbitrair maar vooral autistisch omdat ze de context en de conjunctuur negeren, en altijd streven naar een bezuinigingsbeleid. Dit kan desastreuze economische gevolgen hebben en betekent dat we terug zijn in een prekeynesiaanse tijd. Staatsschuld is maar een van de typen schulden die wordt aangepakt. In Nederland is het niet de staatsschuld maar de private schuld die problematisch is. Het zogenaamde stabiliteitspact zou daarom geen oplossing betekenen van de schuldenproblematiek maar eenzijdig leiden tot een kleinere overheid.

De voorstanders van deze aanpak willen doen geloven dat er geen alternatief is. De gemeenschappelijke munt kan niet zonder een gemeenschappelijke set aan afdwingbare begrotingsmaatregelen. Dit betekent echter niet dat het huidige voorstel noodzakelijk is. Het antwoord van Europa op de crisis moet beginnen bij de oorzaak. De financiële sector moet worden aangepakt door hogere kapitaalseisen te stellen, door het splitsen van commerciële en investeringsbanken en door het opruimen van schimmige fiscale constructies die de alsmaar groeiende schaduwbanken faciliteert. Het kan niet zo zijn dat deze sector, die verantwoordelijk is voor de crisis, niet in het rijtje van aandachtspunten voorkomt van de EU. Vervolgens moet de prioriteit liggen bij het creëren van noodzakelijke instituties, zoals een mechanisme om soevereine schulden te kunnen herstructureren. Dit is ter voorkoming van houtje-touwtjeoplossingen zoals bij Griekenland, zodat rust en transparantie terugkeren.

De verdieping van de politieke unie, een voorwaarde voor de monetaire unie, mag niet gespiegeld worden aan het Centrale Comité van de Chinese communistische partij, maar moet democratisch zijn wil ze Europees zijn. We moeten geen technocratische dictaten van de Europese Commissie willen, maar gekozen politici, van vlees en bloed die ook fouten mogen maken en daarvoor ter verantwoording kunnen worden geroepen. Laten we beginnen met referenda in alle eurolanden zodat de burgers, leken, experts en maatschappelijke instellingen de tijd krijgen om zich af te vragen of we met dit verdrag wel op de goede weg zijn.

Rodrigo Fernandez is als financieel geograaf verbonden aan de UvA en is Associate onderzoeker bij Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).