Duitsland geeft roofkunst terug aan Nederland

De Nederlandse staat krijgt overmorgen van Duitsland zes schilderijen terug die als roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog gelden. Het betreft doeken van Hollandse meesters als Gerard Dou (toegeschreven) en Philips Wouwerman.

De werken komen uit de collecties van de Joods-Nederlandse kunsthandelaren Jacques Goudstikker en Nathan Katz. Ze worden zondag door het Museum der bildenden Künste in Leipzig, dat ze meer dan een halve eeuw in bezit heeft gehad, overgedragen aan de Nederlandse ambassadeur in Duitsland, Marnix Krop.

De schilderijen waar het om gaat, zijn van Philips Wouwerman (twee mannen met paard aan het strand), Dominicus van Tol (jongen met hond), Hendrick Gerritsz. Pot (de bebaarde drinker), Jan Steen (toegeschreven; Bathseba na het baden), Pieter van der Croos (landschap aan zee) en Gerard Dou (toegeschreven; voor een tulpenbed knielende vrouw in gesprek met een man).

In Leipzig waren de zes doeken ondergebracht in de collectie van de Oost-Duitse ondernemer en kunstverzamelaar Alfred Kummerlé, die waarschijnlijk als officier van de Wehrmacht tussen 1940 en 1945 in bezet Nederland was gestationeerd.

De schilderijen uit de verzamelingen van Goudstikker en Katz zijn destijds verkocht aan ‘oppernazi’ en kunstrover Hermann Göring, die ze via een Duitse bankier, Alois Miedl, doorverkocht aan Kummerlé.

Over de prijzen en de omstandigheden waaronder Kummerlé de doeken verwierf, is weinig bekend, aldus bronnen die bij de restitutie zijn betrokken. „We mogen aannemen dat de verkoop door de Joodse kunsthandelaren onder druk van de nazi’s heeft plaatsgevonden en dat de prijzen te laag waren voor de werkelijke waarde”, zo heet het.

Alfred Kummerlé, kunstliefhebber en eigenaar van een spinnerij in de stad Brandenburg, overleed in 1949. Zijn collectie kwam daarna in handen van de Oost-Duitse overheid, die Kummerlés Hollandse meesters in 1954 onderbracht bij het museum voor beeldende kunst in Leipzig.

Het is niet voor het eerst dat Duitsland aan Nederland kunst teruggeeft. Meteen na de oorlog werden duizend kunststukken gerestitueerd. In 1986 volgden 33 tekeningen uit de Koenings-collectie.

Over ten minste twee andere doeken van Hollandse meesters uit de verzameling-Kummerlé wordt nog onderhandeld. Volgens betrouwbare bronnen staat „vooralsnog niet onomstotelijk vast” dat deze van Goudstikker of Katz waren. „Het onderzoek ernaar gaat verder. Nederland handhaaft zijn claim”, zegt een betrokken expert.

De financiële en cultuurhistorische waarde van de zes doeken zou beperkt zijn, onder andere omdat het aan Gerard Dou toegeschreven werk (tulpenbed met knielende vrouw) waarschijnlijk niet van hemzelf is.

Maar, zo valt in Duits-Nederlandse kring te beluisteren, „de symboliek van deze restitutie is groot”.

De doeken komen eerst in bezit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, waarna mogelijke claims van de erven Goudstikker en Katz worden behandeld door de zogenoemde Restitutiecommissie.