De jongens-die-niet-van-lezen-houden-lijst

Jeff Kinney: Een hondenleven. Het leven van een loser 4. Vert. Hanneke Majoor. De Fontein, 224 blz. € 13,95

Een hondenleven is het vierde deel van de populaire serie ‘Het leven van een loser’ van de Amerikaanse schrijver Jeff Kinney. Het gaat allemaal om Bram Botermans en zijn belevenissen – die misschien niet zo’n loser is, een watje is hij wel degelijk. De serie heet in het Engels Dairy of a Wimpy Kid. Wimp = watje.

Van de inhoud moet de serie het niet echt hebben. De verhalen zijn zo plat als een dubbeltje, met bordkartonnen personages – een vader, moeder, vervelende oudere broer, vervelend kleiner broertje – tegen een burgerlijk Amerikaanse achtergrond. De kracht zit hem in de licht verteerbare vorm van tekst met tekeningetjes, mopjes en de grappen zonder boodschap. Hilarisch is de beschrijving (én tekening) hoe Bram Botermans probeert ongeschonden in het zwembad te komen, zonder de blote, douchende mannen te hoeven zien, ‘want als je iemand een keer zó gezien hebt, kun je nooit meer gewoon naar hem kijken’.

Kinney maakt ook online games en cartoons. Die achtergrond met korte, kleine plotjes, is duidelijk terug te zien. Een hondenleven gaat over de zomervakantie, die uiteraard in de soep loopt. Geld voor een strandvakantie is er dit jaar niet, dus bedenkt Brams moeder andere uitjes om hem de zon in te jagen. Ze verzint onder meer, o gruwel, een verplichte leesclub voor jongens.

Het ligt voor de hand om nu te zeggen: Op die leeslijst voor jongens-die-niet-van-lezen-houden, zou Het leven van een loser moeten staan. De serie is immens populair, staat al 161 weken (nu: nummer 2) in de bestsellerlijst van The New York Times, Een hondenleven is nummer 5 in de Nederlandse Bestseller 60.

Als Kinney op die leeslijst-voor-jongens staat, dan mag De waanzinnige wereld van Tom Groot (ondertitel: Lezen en Lachen Ha! Ha! Ha!) van de Britse Liz Pichon evenmin ontbreken. Ook ‘Tom Groot’, geschreven in een dagboekvorm, heeft tekst gedrukt in een ‘handschrift’-lettertype voor lezers met lange tanden. Om de zoveel woorden staan smileys, kraaloogjes, doedels, kattebelletjes en stripjes. Ook Tom Groot is een meester in het verzinnen van smoesjes, hij treitert zijn oudere puberzus, brengt zijn leraren tot razernij – en ook hier gaat het over een zomervakantie-uitje dat in duigen valt. Het is licht verteerbaar en komisch en kreeg in november in de Roald Dahl Funny Prize, gekozen door Britse kinderen als het grappigste boek van het afgelopen jaar. Het verschil met Kinneys boek is dat Pichons’ Tom Groot net iets beter gelukt is. De hype rond Pichon is minder groot dan rond Kinney en dat is onterecht.

Liz Pichon: De waanzinnige wereld van Tom Groot. Vert. Janneke Blankevoort. Gottmer, 246 blz. €14,95