Clubs kochten voor 2,26 miljard aan voetballers

Profvoetbalclubs hebben vorig jaar wereldwijd voor ruim 2,26 miljard euro aan spelers gekocht. Dat maakte de wereldvoetbalbond FIFA gisteren bekend. Het is voor het eerst dat de FIFA gedetailleerde cijfers over de internationale transfermarkt publiceert.

Uit de cijfers van de wereldvoetbalbond blijkt dat bij ruim vijfduizend profclubs in 2011 meer dan 11.500 voetballers een nieuw contract tekenden. De drukste handelsdag was 31 augustus 2011, toen 317 spelers van club wisselden. Dat is de laatste dag waarop de meeste clubs in West-Europa nog voetballers voor het nieuwe seizoen mogen aantrekken.

Het gemiddelde salaris in het internationale profvoetbal bedroeg vorig jaar ruim 184.000 euro. Het zijn de salarissen van topvoetballers als Lionel Messi van FC Barcelona (zo’n 875.000 euro per maand) en Cristiano Ronaldo van Real Madrid (1 miljoen euro per maand) die dit gemiddelde bedrag enorm beïnvloeden: 50 procent van alle profvoetballers ter wereld verdient volgens wereldvoetbalbond minder dan 32.000 euro per maand.

Bij de profclubs waren vorig jaar Braziliaanse voetballers het meest in trek. Maar liefst dertien procent van alle voetballers die vorig jaar van club wisselden, meer dan 1.500 spelers, kwam uit Brazilië. Ook andere Zuid-Amerikaanse voetballers zijn populair op de internationale transfermarkt. In de top-10 van landen van herkomst staan ook spelers uit Argentinië, Uruguay en Colombia. De meeste Europese voetballers die in 2011 van club wisselden hadden een Frans paspoort, Nigerianen voeren de ranglijst voor Afrika aan. De gemiddelde leeftijd van voetballers die een nieuwe werkgever vonden was 23.

Sinds de FIFA vorig jaar een registratiesysteem invoerde voor de transfers van spelers, weet de wereldvoetbalbond ook welke bedragen zaakwaarnemers van een club krijgen als hun speler van club verhuist. De gemiddelde commissie voor een zaakwaarnemer bedroeg 181.000 euro per transfer, tegenover een gemiddeld transferbedrag van 1,1 miljoen euro. Overigens betaalden clubs bij slechts 14 procent van de transfers een afkoopsom, de meeste spelers (70 procent) die van club wisselden hadden geen doorlopend contract.