Borstamputatie vaak onnodig blijkt uit onderzoek - ‘in de praktijk al ingevoerd’

Een arts kijkt naar röntgenfoto’s van een borstkankerpatiënt. Foto NRC / Bas Czerwinski

In de meeste gevallen van borstkanker is het niet nodig om één of beide borsten te verwijderen. Uit grootschalig internationaal onderzoek blijkt dat de overlevingskansen bij borstbesparende operaties net zo groot zijn als bij borstamputaties.

Het onderzoek, waarbij duizenden vrouwen met borstkanker werden gevolgd, duurde 22 jaar en stond onder leiding van het Nederlands Kanker Instituut en het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. Dat meldt het Algemeen Dagblad vandaag.

‘In de praktijk al lang ingevoerd’

Volgens medisch redacteur Wim Köhler van NRC Handelsblad is de uitkomst van dit onderzoek, dat al op 24 februari in tijdschrift The Lancet Oncology werd gepresenteerd, niet verrassend. Köhler:

“Toen dit onderzoek ruim twintig jaar geleden werd opgezet, werd na een aantal jaar al duidelijk dat borstbesparende operaties net zo veilig zijn. In de praktijk is dit dus al lang ingevoerd. Het is heel netjes dat de onderzoekers de uitkomsten over zo lange tijd hebben bekeken. Pas na achttien jaar kan worden gesteld dat een persoon borstkanker heeft overleefd, dus nu pas kan je officieel zeggen dat de sterftekans gelijk is. Maar dat was dus al langer bekend.”

Niet iedereen heeft keuzemogelijkheid

Een woordvoerder van het instituut laat aan persbureau Novum weten dat het in dit soort gevallen gaat om vrouwen die een keuzemogelijkheid voorgeschoteld krijgen. Vrouwen jonger dan 35 jaar, patiënten met erfelijke borstkanker of een die een bepaalde vorm van een tumor hebben, hebben vaak geen keuze. Daar wordt nog wel amputatie toegepast.

Tegen het Algemeen Dagblad zegt professor Harry Bartelink van het instituut vandaag:

“We weten nu zeker dat je net zo goed af bent met een borstbesparende operatie. Tenzij je echt heel jong ben of familiaire borstkanker hebt. Chirurgen hoeven vrouwen niet langer te verminken.”